Cliënten beoordelen ons met een 8.2
U bevindt zich hier: Home > Blog > Tranen
terug

Tranen

19 juli 2017

Ineens zitten ze huilend tegenover me. De cliënt in kwestie ken ik nog maar enkele weken. Zijn moeder ontmoet ik vandaag voor het eerst. Met de schamele informatie die ik over hem heb ben ik het gesprek ingegaan. Aan de voorinformatie - besteed niet te veel aandacht aan deze cliënt, je organiseert van alles voor hem en uiteindelijk wil hij niets - heb ik me niet al te veel gelegen laten liggen. Vandaag ga ik voor het eerst inhoudelijk op zijn problematiek in. Moeder treedt zowel op als getuige à charge alsook als getuige à decharge.

Op aanbellen werd niet gereageerd. De keurig opgeruimde huiskamer leek leeg te zijn. Pas toen ik letterlijk op mijn knieën ging om onder de afgeplakte raamvlakken door te kijken, ontwaarde ik hem in de hoek van de kamer, achter wat later een laptop bleek te zijn. Op mijn aankloppen reageerde hij positief, en toen hij in de gaten had dat ik van Tactus kwam, werd ik als een oude bekende binnengehaald. Ik ontmoet een kleine corpulente man met een ernstig opgeblazen hoofd. Hij is sinds kort van Deventer naar Apeldoorn verhuisd om mij niet geheel duidelijke redenen. Later begrijp ik uit de verhalen van moeder dat zij daarop heeft aangedrongen, omdat Jaco in Ugchelen in behandeling zou gaan. Door zijn sociale fobie en straatvrees was hij eerder nauwelijks in staat gebleken om voor de intakeprocedure naar Apeldoorn en Ugchelen te reizen. Eenmaal onderweg was hij eens bijna met zijn auto verongelukt. Door dichterbij te gaan wonen schatte moeder de kans op slagen van de behandeling wat groter in.

Dat de opname in Ugchelen niet doorgaat omdat hij te zware psychiatrische problematiek heeft, valt hen koud op het dak. Is hij daarom naar Apeldoorn verhuisd? Uit moeders verhalen echter kan ik opmaken dat Jaco, hoewel hij al lang een eigen huis heeft, nog bijna vanuit de woning van zijn moeder leeft. Voor alles wat hij doet kiest hij de woning van moeder als uitvalsbasis. Moeder beklaagt zich hierover omdat ze zich benauwd voelt onder het voortdurende appel dat haar zoon op haar doet, tegelijk vraagt zij steeds hulp aan hem en bindt hem daardoor ook sterk aan zichzelf. Na het vertrek van vader toen Jaco acht jaar was, was hij de man in huis geworden, met wie moeder alles besprak. De vier jaar jongere zus/dochter was minder in deze houdgreep terecht gekomen en had zich los kunnen maken van het ouderlijk huis om haar eigen gezin te stichten. Jaco had meerdere malen geprobeerd op eigen benen te staan, maar was steeds weer vleugellam op het ouderlijke nest teruggekeerd. Alcoholgebruik was hierin altijd een bepalende factor gebleken, naast de eerder genoemde psychiatrische klachten die door het gebruik zowel veroorzaakt en verzacht werden.

Na een voortijdig afgebroken opname in de kliniek was cliënt niet te bewegen om weer naar Zutphen te gaan. Wat was dan wel een optie voor zijn behandeling? Hij wilde wel weer naar de Dubbeldiagnose behandeling in Deventer. Bij navraag bleek hij daar al drie keer kort opgenomen geweest te zijn. Nu begreep ik iets van de waarschuwingen waarmee zijn overdracht gepaard ging. Ik belde naar de collega van de DD-afdeling om een afspraak te maken om samen de condities waaronder een volgende opname eventueel kon worden afgesproken, voor te bereiden. Mijn aandacht was daardoor even bij andere zaken dan bij de moeder en zoon. Ik plande een afspraak in waarop ik Jaco naar de intake zou begeleiden. Weer opkijkend naar mijn gasten kwam ik terecht in het spontaan begonnen tranendal. Dat dat nou ineens wel kan, stamelde Jaco, doelend op de ongevraagd aangeboden begeleiding richting intake. Eerdere intakes waren een crime geweest doordat hij op zijn verzoek om begeleiding steeds als antwoord ‘geen tijd’ te horen had gekregen.

Op weg naar Deventer in mijn oude aftandse Japannertje vroeg hij “is dit een Citroën?”. Of hij zelf ook een auto had, vroeg ik. Ja hij had een Audi, dat reed heel wat comfortabeler. Of hij liever met de auto ergens heen ging dan te voet, vroeg ik hem. Ja, dat klopte. Te voet had hij last van zijn motoriek, dan raakte zijn lijf vol spanning en durfde hij nauwelijks meer verder. Met de auto had hij daar geen last van, dan voelde hij zich veilig. Datzelfde had hij wanneer hij er op uitging met zijn scooter. Als hij dan een winkel inging, hield hij liefst zijn helm op. Dat gaf hem een gevoel van bescherming, al werd het niet altijd op prijs gesteld. Dan deed hij het vizier omhoog en maakte hij zich zo snel mogelijk weer uit de voeten. De intakeverpleegkundige herkende hem en wist hem vanuit zijn herinnering snel in te schatten.

We spraken over maatregelen die zouden kunnen bijdragen aan een wat langer durende opname en behandeling. Dit zou de basis moeten leggen voor een mogelijk nog veel langer behandeltraject voor de sociaal zwaar gehandicapte Jaco. Ik hoop dat ik zijn mogelijkheden niet te veel heb overschat. Ik zal hem met belangstelling blijven volgen en zo nodig een troostende schouder bieden als hij weer eens een traantje te plengen heeft…..

Jos van Schalkwijk is oud-medewerker van Tactus Veslavingszorg

Deel dit bericht:


Reacties

  • 'Pas toen ik letterlijk op mijn knieën ging om onder de afgeplakte raamvlakken door te kijken, ontwaarde ik hem in de hoek van de kamer..'
    Een mooi verhaal en met name deze zin zegt mij veel over hoe we soms het beste in contact kunnen gaan met 'onze' cliënten, Of we nu werkzaam zijn, bijvoorbeeld bij de ambulante hulpverlening of reclassering, maakt dan niet zoveel uit.
    Door Vincent Oude Huikink, donderdag 20 juli 2017 | 11:54

Plaats reactie