02 Reportage:
Begeleid Wonen

Auteur

Herstellen Tactus 2014-2015

Hoofdstuk 2 van 6

Herstel is een breed begrip. Op allerlei vlakken kan worden gewerkt aan herstel. Ook op het gebied van wonen moeten cliënten van Tactus vaak weer ‘oefenen’. Dat kan onder andere in het appartementencomplex aan de Vlierstraat.

Wennen aan wonen

Cliënten lopen in en uit bij de woonvoorziening aan de Vlierstraat. Ze wonen in één van de 24 woningen die zich in de flat bevinden. In hun eigen onderkomen kunnen ze weer wennen aan het zelfstandig wonen. Maar er is altijd hulp. Van Amber Harnismacher bijvoorbeeld.

Amber is woonondersteuner aan de Vlierstraat en in die hoedanigheid steun en toeverlaat van veel cliënten. “Als woonondersteuner help je mensen met de dagelijkse dingen als koken, boodschappen en schoonmaken. Bezigheden die ze lang niet gedaan hebben, gewoon verleerd zijn. Wij helpen ze een handje.”

Luisterend oor
In de gemeenschappelijke ruimte vertelt Amber over de bewoners van de Vlierstraat. Over de diversiteit in zelfstandigheid; over de verhalen die ze bij zich dragen. “Je bent, een beetje oneerbiedig gezegd, ook een praatpaal voor de mensen. Want daar hebben ze soms nog wel de meeste behoefte aan; een luisterend oor.”

Zoals de cliënt die niemand in zijn omgeving accepteerde, maar laatst belde en vroeg of Amber tijd voor een kopje koffie had. “De man had al zijn verhuisdozen nog onuitgepakt staan. Toen ik hem vroeg waarom hij niks uitpakte, antwoordde hij dat ie toch overal weer weg moest. Dat is hoe de mensen hun situatie vaak ervaren.”

Mens worden
Aan de Vlierstraat is het juist het doel mensen een basis te geven; rust en zekerheid. “Zorgen dat financiën, sociale contacten en de gezondheid op orde zijn. Daarom kunnen mensen hier ook voor langere tijd wonen. Hier kunnen ze weer mens worden.” Het mogen gebruiken is een voorwaarde voor het succes. “Dat geeft rust en zolang ze het hier doen is er minder gebruik op straat en dus minder overlast.” De relatie met de buurt is goed. “We hebben een omgevingsbeheersgroep waarin bewoners, buurt en wijkagent zitten. Die groep begon met één keer in de maand overleg, dat werd al gauw één keer in de twee maanden en nu zien ze elkaar nog één keer per jaar. Omdat er geen punten voor de agenda zijn. Het loopt gewoon goed.” Amber gelooft dan ook sterk in de woonformule. “Ik denk dat er behoefte is aan meer van deze voorzieningen. Mensen krijgen hier weer een menswaardig bestaan; ze worden van junk weer mens. Iedereen is in de eerste plaats mens en heeft recht op een dak boven het hoofd en een plek waar ze veilig zijn.”

Assaan blijft nog wel even

Eén van de bewoners aan de Vlierstraat is Assaan. Hij woont nu bijna drie jaar naar tevredenheid in zijn eigen appartement.

Het levensverhaal van Assaan laat zich niet makkelijk samenvatten. Niet in de laatste plaats door zijn vertelstijl. Van de hak op de tak en veel zijpaden die zeker niet onvermeld mogen blijven. Het verhaal begint hoe dan ook op 21 juni 1979; de dag dat Assaan arriveert in Nederland. Hij woonde bij zijn zus en kwam via haar buurmeisje in aanraking met heroïne.

“Tijdens een vakantie naar Suriname gebruikte ik elke dag. Maar ik had zelf niet door hoe heftig dat spul was.” De dag na de vakantie gebruikte ik niet en werd ontzettend ziek. Maar ik had nog steeds niet door waar het aan lag.” Een vriend wist hem duidelijkheid te verschaffen: het was de heroïne.

Zijn huis werd een bedevaartsoord voor andere gebruikers. “Ik kreeg regelmatig mensen over de vloer die bleven slapen en, op z’n zachtst gezegd, geen positieve bijdrage leverden. Dat hielp mij niet.” Assaan meldde zichzelf aan voor een plekje in het appartementencomplex aan de Vlierstraat. “Hier is het rustig. Er is een tijd voor een praatje, maar ook de mogelijkheid om alleen te zijn. Daar voel ik me goed bij.” Hij nam afscheid van zijn oude gebruikersvrienden en leerde zijn leven opnieuw in te richten. “Het gaat goed. Ik ben al een tijdje niet meer met justitie in aanraking geweest en ik zorg goed voor mezelf.” Op zichzelf wonen durft Asaaan niet meer. “Voorlopig ben ik dus wel van plan om hier te blijven.”