05 Geschiedenis: Methadonverstrekking

Auteur Chris Loth

Herstellen Tactus 2014-2015

Hoofdstuk 5 van 6

Methadonverstrekking door de jaren heen...

Overgewaaid uit VS
Al in het begin van de jaren ’60 werd methadon in de VS gebruikt als hulpmiddel bij ontgifting. Enkele jaren nadat het middel daar was geïntroduceerd voor de behandeling van heroïneverslaving, werd methadon ook in Nederland voorgeschreven. Men zag het als het antwoord op de heroïne-epidemie in het begin van de jaren zeventig. Voornaamste doel van de verstrekking was het stoppen of minderen van gebruik van opiaten met daarbij een afname van samenhangende problematiek. In eerste instantie werd gebruik gemaakt van hoge doses voor een blokkeringseffect: de verslaafde zou geen positief effect hebben als hij naast de methadon nog heroïne zou gebruiken. Dit bleek maar ten dele waar. Over de hoogte van de doses is nog lang discussie gebleven.

Opbouw van verstrekking
Begin jaren ’70 doet de methadonverstrekking in Nederland haar intrede. Op weinig systematische wijze worden allerlei projecten rondom methadonverstrekking gestart. Wildgroei ontstaat in de jaren van de onderlinge verkettering in de hulpverlening; op zeer uiteenlopende wijze wordt methadon verstrekt. Er is geen eenheid in criteria waarop cliënten worden geselecteerd en er is geen overeenstemming over doseringen, urinecontroles of vormen van ondersteunende therapie. Methadon wordt zowel gebruikt om verslaafden te helpen afkicken, maar ook tijdelijk verstrekt om het heroïnegebruik te beperken. Methadonverstrekking was een onderwerp dat hoop en verbetering symboliseerde. Verbetering voor de verslaafde die tot dan toe noodgedwongen op zoek ging naar bevrediging van zijn verslaving. Met alle randverschijnselen van dien. Maar anderzijds was er ook de publieke opinie die afkerend stond tegen de verstrekking van methadon.

Gemeentelijke transitie
Halverwege de jaren ’80 werd de verstrekking van methadon een verantwoordelijkheid voor de gemeenten. Ze belegden dit grotendeels bij de CAD’s. In 1985 werden binnen het IVS, voorloper van Tactus, al de eerste drie methadonposten geopend. In Deventer in de kelder van de vestiging aan de Brinkpoortstraat, in Zutphen aan de Marschpoortstraat en in Apeldoorn werd gekozen voor de Mariannalaan. Tactus arts Peter Vossenberg speelde een grote rol in de verstrekking van methadon. Zijn visie haalde hij voor een deel uit Amerika. Daar waren binnen de methadonverstrekking verschillende richtingen geëvolueerd. Het onderhoudsmodel en het reductiemodel vochten om voorrang. In het eerste geval was het een kwestie van onderhouden, in het tweede geval van daadwerkelijk afbouwen. Het eerste model paste beter in de Nederlandse visie op methadonverstrekking. Dat leverde strijd op. Een strijd die niet zomaar gewonnen werd. Het leverde heftige disputen met de Inspectie en binnen de verslavingszorg op. Mede door de volharding van Vossenberg kreeg het onderhoudsmodel steeds meer ondersteuning. De uitvoering van de methadonverstrekking betekende een omslag in het denken en doen; de rol van huisartsen werd geëlimineerd en apothekers waren niet langer verstrekkers van de methadon. Alle taken rondom de methadonverstrekking werden bij het CAD neergelegd. Voor de verslavingsorganisatie hield dit in dat allerlei nieuwe disciplines binnen werden gehaald: artsen, psychiaters en zelfs een preventieafdeling ontstond in die tijd.

Richtlijn Opiaatonderhoudsbehandeling
In 1990 kwam uit onderzoek naar voren dat de kwaliteit van de methadonverstrekking onder de maat was. Er bestonden grote verschillen in aanpak tussen de instellingen, die waren gebaseerd op historische en persoonlijke achtergronden van de hulpverleners en instellingen. Het voorschrijven van de methadon waren beleidsbeslissingen van het management, voorlichting richting cliënten was ontoereikend en er was onvoldoende tijd voor verpleegkundige en psychosociale interventies. Om maar wat te noemen. Een aanbeveling van de onderzoekers was een landelijke richtlijn.
In 2005 was de RIOB (Richtlijn Opiaatonderhoudsbehandeling) geboren. Geschreven door voormalig Tactus-medewerker Chris Loth. Dit bracht een brede verbetering op in de verstrekking van methadon. Het leverde beter medicatiebeleid, bevordering van de sociale integratie en ruimte voor behandeling van psychiatrische problemen op. Onder de vlag van Resultaten Scoren, het kenniscentrum voor de verslavingszorg, is de Richtlijn Opiaatonderhoudsbehandeling in 2012 herzien.

Heroïneverstrekking
De methadonverstrekking bleek niet voor elke cliënt heilzaam te zijn; een grote groep verslaafden reageerde onvoldoende op deze interventie. In 1995 verscheen een drugsnota waarin een experiment met medische verstrekking van heroïne bepleit. Met het op experimentele basis voorschrijven van heroïne aan chronisch verslaafden zou mogelijk de toestand van de betrokkenen gestabiliseerd, hun lichamelijke en psychosociale welbevinden bevorderd en bijgebruik verminderd kunnen worden. In 1998 konden de eerste verslaafden in Amsterdam en Rotterdam terecht voor heroïne op recept. In 2002 luidde de aanbeveling, na vier jaar van wetenschappelijk experiment, om aan een groep verslaafden medisch begeleide heroïneverstrekking aan te bieden als alternatief voor de reguliere zorg. Politieke onwil maakte dat het tot 2010 duurde voor heroïneverstrekking onderdeel werd van de therapie voor verslaafden die geen baat hebben bij methadon.

Hoe is het nu, anno 2015?

De afgelopen jaren is er veel geïnvesteerd in de behandeling en zorg van problematische opiaatgebruikers. Voorbeelden hiervan zijn de reguliere behandeling met methadon, de medische heroïnebehandeling, harm reduction via gebruikersruimten en spuitomruil en dagopvang, nachtopvang, hostels, beschermd wonen en Assertive Community Treatment (ACT) binnen het kader van het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang.

Nederland telt 82 locaties (2013) waar vanuit elf verslavingszorginstellingen methadon wordt verstrekt.  Nederland telt bovendien 18 locaties (2013) waar opiaatverslaafden worden behandeld met heroïne op medisch voorschrift door acht verslavingszorginstellingen en één lokale GGD. Op tien van deze locaties vindt zowel de behandeling met alleen methadon als de behandeling met medische heroïne in combinatie met methadon plaats.

In 2014 waren er ongeveer 9600 mensen in behandeling voor opiaatverslaving (in 2005 waren dit er ongeveer 14000). De groep wordt langzaam ouder; 23% is ouder dan 55 jaar. Er zijn grote regionale verschillen: delen waar minder dan 50 op de 100.000 mensen in behandeling zijn; andere delen waar dat op 200-250 of hoger ligt. In het werkgebied van Tactus ligt het op ongeveer 50 tot 100 op de 100.000 (ook met regionale verschillen) (Bron: Kerncijfers LADIS 2014)

Wat heeft het opgeleverd?
Onderhoudsbehandeling met methadon heeft voor een enorme verbetering in de gezondheidstoestand van de harddrugsverslaafde cliënt teweeggebracht. Uit berekeningen blijkt dat iedere euro die je besteed aan verslavingszorg (waaronder methadon) vier euro oplevert. In de vorm van gezondheidswinst, minder criminaliteit en verhoogde arbeidsparticipatie. Daarnaast is gebleken dat Harm Reduction-voorzieningen zoals spuitomruilprogramma’s en methadononderhoudsprogramma’s een grote bijdrage geleverd hebben aan het voorkomen van een hiv-epidemie onder injecterend drugsgebruikers en dat het aantal drugsgerelateerde doden in Nederland relatief laag is.

De maatschappelijke opbrengst van methadonverstrekking is groot. De behandeling met medicinale heroïne en methadon bleek een positief effect te hebben op de gezondheid en op het maatschappelijk functioneren van deze ernstig opiaatverslaafden. Met als belangrijk neveneffect dat de criminaliteit en overlast verminderde. Recent zien we, door de levensverlengende werking van de methadonverstrekking, een toename van ‘rokersziekten’ onder de groep methadoncliënten.

De methadonbehandeling is een historisch onderdeel van de verslavingszorg in Nederland. Chris Loth is al jaren deskundige op dit gebied.

In gesprek met Chris Loth

In haar woning in het buitengebied van Ruurlo spreken we Chris Loth. Ze is ruim dertig jaar actief in de verslavingszorg en in al die jaren had de methadonverstrekking haar speciale aandacht. Dat begon als student verplegingswetenschap toen ze interesse kreeg in het onderwerp.

“In 1983 ben ik zelf begonnen te werken op een methadonpost in Enschede en ik zag toen met eigen ogen dat de zorg voor opiaatverslaafden onder de maat was; de aanloop van methadonbehoeftige verslaafden te groot was om adequate zorg te verlenen. Op een vrijdagochtend kwamen soms 150 cliënten en die moesten allemaal drie potjes hebben. Als hulpverlener kun je dan alleen maar verstrekken. Voor diagnostiek of somatische begeleiding was geen tijd.” Na deze constatering besloot ze onderzoek te doen naar de werkwijze van hulpverleners op de methadonpost.

Volwaardige zorg

Het beoogde resultaat van haar onderzoek was het teruggeven van autonomie aan de verpleegkundigen op de post. “Professionele hulpverleners die volwaardige zorg kunnen verlenen en niet zo snel mogelijk de cliënt volstoppen en naar de volgende gaan. De zogenaamde propzorg.” Een goede methadonpost heeft drie kenmerken: er is een goed medicatiebeleid, bevordert de sociale integratie en biedt ruimte voor behandeling van psychiatrische problemen.
Het onderzoek bleek achteraf het begin van de Richtlijn Opiaatonderhoudsbehandeling. Een rapport dat aanbevelingen doet voor het verbeteren van de zorg op de methadonpost. “Belangrijk onderdeel van de richtlijn was de stem die de cliënten kregen; cliënten werden mondig gemaakt. Dat was nieuw voor de zorg.”

“Mensen moet je als mensen behandelen”

Haar werkzaamheden door de jaren heen hebben veel verhalen opgeleverd. Die keer bijvoorbeeld dat ze in Almelo geen sleutel had en samen met de verslaafde cliënten moest wachten. “De apotheker kwam met twee jerrycans vol methadon, maar we konden er niet in. Toen stelde één van de cliënten voor plastic bekertjes te halen bij de Albert Heijn en maar te beginnen met uitdelen. Dat vond ik wel een goed plan.” Het was niet volgens de regels en Chris vertelt het verhaal nu ook pas voor het eerst. Maar ze staat er nog steeds achter. “Uitgangspunt moet zijn dat je mensen als mensen moet behandelen.” Ze is trots op haar bijdrage aan betere en veiligere methadonposten. Maar er is ook nog twijfel. “Of methadonverstrekking werkt? Ik weet het nog steeds niet helemaal zeker. Maar ik ben er zeker trots op dat ik heb kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de verstrekking.”