Cliënten beoordelen ons met een 8.2
U bevindt zich hier: Home > Terug in de tijd > Dronkenschap en krankzinnigheid
terug

Dronkenschap en krankzinnigheid

14 september 2017

De medici van de 19e eeuw hadden een ietwat tegenstrijdig standpunt als het om alcohol ging. Hun eigen gebruik was daar deels de oorzaak van. Maar belangrijker was toch wel dat artsen nooit veel succes hebben gehad met hun pogingen patiënten van de drank af te houden. Daarom lieten ze het vaak maar gaan.

Toch zijn er artsen en psychiaters geweest die wél belangstelling hadden voor het onderwerp. In de 19de eeuw was het bijvoorbeeld de vermaarde Zutphense arts J.N. Ramaer (1817-1887) - bekend als hervormer van de Nederlandse geneeskunde en de psychiatrie - die in 1852 de verhandeling Dronkenschap en Krankzinnigheid schreef. Hij stelde vast dat in de Nederlandse krankzinnigenhuizen 1 op de 16 patiënten (in)direct vanwege dronkenschap was opgenomen. Daarnaast was er volgens hem nog een (veel grotere) groep waarbij de krankzinnigheid door dronkenschap werd veroorzaakt. Hij beschouwde alle onmatigheid in het gebruik van sterke drank als een ziekteverschijnsel. Afzondering was het beste geneesmiddel, zo mogelijk in een speciale inrichting voor de verbetering van dronkaards.

Verder noemde hij de mogelijkheid een verbintenis aan te gaan met een afschaffingsgenootschap. Maar dat lukte volgens hem slechts in díe gevallen waar de dronkenschap niet de oorzaak van ziekte was. Dronkenschap die voortkwam uit ‘drinklust’ kon niet via opsluiting genezen worden. Drankzuchtigen vielen na behandeling weer snel terug in hun oude gedrag. Alleen als ze ‘uit eigene beweging’ zich tot de geneesheer zouden wenden had behandeling enige zin. Het werkzame bestanddeel daarvan was toch vooral ‘de kracht des wils’, een ‘gevoel van schaamte’ of de ‘invloed der godsdienst’. Zulke ideeën hebben ten grondslag gelegen aan de eerste initiatieven tot verslavingszorg.

Deel dit bericht:


Reacties

Nog geen reacties geplaatst

Plaats reactie