Cliënten beoordelen ons met een 8.2
U bevindt zich hier: Home > Zoeken

Zoekresultaat

Op bezoek bij verslavingskliniek in Zuidoost Turkije

Auteur: Jeannette Ooink

Een paar weken geleden waren mijn partner Ahmet en ik voor een mooie rondreis van een week in Zuidoost Turkije. Grote steden Adana, Gaziantep en Sanliurfa stonden op het programma. Toen we in Gaziantep waren, een stad met ruim 1,6 miljoen inwoners, kwam bij ons beide meteen naar boven dat daar met hulp van Tactus Verslavingszorg een aantal jaren geleden een verslavingskliniek was neergezet. Zou het er nog zijn? Zouden we er welkom zijn voor een gesprek en een rondleiding? Ieder op onze eigen manier betrokken bij verslavingszorg, raakten we steeds enthousiaster over het idee om er naartoe te gaan. En in gedachten had ik dit blog al geschreven.

Samenwerking Tactus Verslavingszorg
Van 2010 t/m  2013 heeft Tactus in samenwerking met diverse partners in Gaziantep een verslavingskliniek met 58 bedden opgezet in het kader van een groot Europees project. Toen collega’s van Tactus destijds voor de eerste keer daar waren, kwamen ze er achter dat er geen behandeling was voor mensen met een verslaving boven de 18. Deze kwamen in de gevangenis of in het ziekenhuis terecht en daarna (weer) op straat. Iemand met een verslaving werd gezien als een crimineel en onbehandelbaar en dat is veelal nog het beeld. Voor jongeren was en is er wel een kliniek. In eerste instantie zou Tactus helpen bij het opzetten van een arbeidsre-integratieproject maar zonder een fatsoenlijke verslavingsbehandeling had dat niet zoveel zin. Daarom werd besloten om Gaziantep te ondersteunen bij het opzetten van een afkickkliniek, met name door kennis over te dragen over evidence based behandelmethoden. Ook kwam er een aantal keer een Turkse delegatie naar Nederland.

Amatem Gaziantep
Na een bezoekje aan het kasteel van Gaziantep, hakte Ahmet de knoop door en belde naar de kliniek. Meteen daarna namen we een taxi en lieten we ons erheen brengen. Een beetje op de gok. Wat zouden we nu aantreffen? Het was een stukje buiten de stad waar we terecht kwamen. Een groot wit gebouw met en hek eromheen. We liepen het terrein op en meldden ons bij de receptie. Voor we het wisten, zaten we in de gespreksruimte van de psycholoog. Helaas sprak hij geen Engels en ik geen Turks, dus spraken Ahmet en hij over de kliniek en de behandeling aldaar. Amatem is vooral voor crisis-detox, stabilisatie en diagnostiek. Een echte klinische behandeling is er niet. Hij wist wel vaag iets van de link met Nederland. Interesse voor een nieuwe uitwisseling was er des te meer. Zowel hij als de verpleegkundige die even later aansloot en wel heel goed Engels kon, vroegen ons de hemd van het lijf en zouden graag naar Nederland komen om kennis op te doen. Hun enthousiasme was hartverwarmend.

Geen nazorg
Waar men met name tegenaan loopt, is dat er geen goede nazorg is. Ze proberen na de intensieve afkickbehandeling contact te houden met de cliënt en diens familie. Maar velen redden het op deze manier niet. Ook is er sprake is van een personeelstekort. Het werken in de verslavingszorg wordt als lastig en ondankbaar werk gezien. En ik las ergens dat het slecht betaalt.

Presentatie Ahmet
Ahmet benadrukte tevens het belang van ervaringsdeskundigheid en de rol van de zelfhulp in Nederland, hoe hem dit geholpen heeft bij zijn eigen herstel en hoe hij dat nu inzet in zijn werk. Hij vertelde dat hij regelmatig presentaties geeft voor groepen over zijn eigen verslavingsverleden en Turkse achtergrond. En toen gebeurde het meest bijzondere van deze middag. Ahmet mocht een presentatie geven voor de groep. In een grote ruimte verzamelden zich zo’n 25 mensen, met name jonge mannen, die allemaal nieuwsgierig zijn kant op keken. Niet lang nadat hij zijn verhaal was begonnen, hingen ze aan zijn lippen. Een aantal van hen stelde vragen en ondanks dat ik de taal niet spreek, merkte ik aan de energie in de ruimte dat er zich iets magisch voltrok. De mensen voelden dat er iemand voor hen stond die hen begreep, in hun schoenen had gestaan en een vonkje van hoop kwam aanwakkeren. Het was prachtig om mee te maken en te zien hoe iedereen geraakt werd, ook het personeel. Na afloop kwam een aantal jongens nog apart even naar Ahmet toe om hem de hand te schudden en een praatje te maken.

Ik ben blij dat we gegaan zijn! En trots dat Ahmet er ging staan om zijn verhaal te delen om anderen te raken en steunen. Ik hoop dat we in de toekomst iets voor de kliniek kunnen betekenen. Tactus staat er in ieder geval voor open om een delegatie uit Gaziantep te ontvangen.

Jeannette Ooink (links op de foto) is senior communicatiespecialist bij Tactus Verslavingszorg. Daarnaast werkt ze voor een aantal uren als programmacoördinator Imago en Stigma en landelijk mediacoördinator bij Verslavingskunde Nederland. Ze schrijft regelmatig over onderwerpen die met haar werk te maken hebben. Lees hier haar andere blogs.

Haar vriend Ahmet Türkmen (midden) is projectmedewerker herstelondersteuning bij de Regio Gooi en Vechtstreek en medewerker herstelondersteuning Kwintes, daarnaast geeft hij landelijk presentaties over taboes, stigma’s, verslaving, psychische problematiek en zijn Turkse achtergrond. Eind vorig jaar verscheen het boek Taboe over zijn verslavingsverleden.

Lees meer »

Op je gezondheid!

Het wordt met vele liters per hoofd van de bevolking gedronken en er is altijd een hoop over te doen, ra ra? Inderdaad, alcohol.

Alcohol levert enerzijds leuke en positieve dingen op. Vrolijke mensen in een feeststemming die net even ietsje losser zijn. En een goed uitgekozen glas wijn smaakt heerlijk bij een mooi gerecht. Maar we horen liever niet dat alcohol ook veel ellende teweeg kan brengen. Lichamelijk kan het leiden tot ernstige aandoeningen, zoals levercirrose, maagbloedingen, hersenschade, overgewicht en zelfs kanker. En je kan er ook behoorlijk verslaafd aan raken. Stoppen met alcohol levert je voordelen op. Ook al heb je nooit echt serieuze gezondheidsproblemen; je staat er beter voor als je gestopt bent.

Het gaat dan niet alleen over de eerder genoemde zware aandoeningen, maar je huid gaat er bijvoorbeeld beter uitzien, je slaapt beter en je kunt je makkelijker concentreren. Doordat je geen alcohol meer drinkt zal je lichaam minder afvalstoffen hoeven te verwerken en heeft het meer ruimte om voedingsstoffen op te nemen die een positieve werking hebben op je lichaam zoals vitaminen en mineralen. Kortom, niet drinken past bij een gezonde leefstijl.

Persoonlijk is het niet mijn bedoeling om mensen hun wijntje af te nemen, maar doe het niet elke dag en zeker niet meer dan een glas. En vertel jezelf niet constant dat je een glaasje verdiend hebt en al helemaal niet dat het goed voor je is. Dat is namelijk onzin.

Uit eigen ervaring kan ik je vertellen – als niet-drinker – dat ik het geen seconde mis en net zo kan genieten van verse muntthee. Ik heb nooit alcohol gedronken en ik vind het opvallend hoe vaak ik dat moet uitleggen. Hoezo? Ik vraag me eerder af waarom hele hordes mensen altijd alcohol drinken. Zeker mensen die bewust bezig zijn met hun gezondheid. Ze gaan naar yoga, eten gojibessen en chiazaad en kiezen voor biologisch omdat het zo gezond is. Maar over hun drinkgedrag denken ze niet na.

Met dit in het achterhoofd hebben we als Tactus meegedaan aan de NRC Charity Awards. Hier worden ieder jaar campagnes gekozen en ontwikkeld voor een goed doel. En ons goede doel is mensen bewust maken van de gedachte dat bij een gezonde leefstijl geen alcohol past. Oooh, wat zullen veel mensen daar moeite mee hebben. Want wijn is toch goed voor je hart? Wij weten wel beter. De studenten van de Willem de Koning Academy zijn aan de slag gegaan. Ze maakten een advertentie geënt op wisselende gezondheidsclaims: “Melk is goed voor je botten, wijn is goed voor je hart”- We kijken steeds kritischer naar onze gezondheid, waarom baseren we ons alcoholgebruik dan nog op fabels? Sterke verhalen, slappe excuses.”

Jeannette Ooink is communicatiespecialist bij Tactus


Lees meer »

Gelukkig zijn kun je leren

Gelukkig zijn kun je leren. Toen ik dat las in de uitnodiging voor een bijzondere lezing bij Mediant, was ik meteen verkocht. Daar wilde ik alles over weten.

Docent Gelukskunde Mirjam Spitholt geeft al elf jaar les in geluk bij Saxion (een vak dat ze zelf ontwikkeld heeft). In haar lessen gaat ze met de studenten op zoek naar positiviteit, naar (zelf)liefde en naar de mogelijkheid om in het moment te leven. Dat is volgens Spitholt echt geluk. "Iedereen streeft naar geluk, maar iedereen heeft een andere definitie van geluk. Maar als je ergens naar streeft waarvan je helemaal niet weet wat het inhoudt, hoe kun je het dan ooit worden?"

Onze gedachten spelen hierbij een belangrijke rol. Voor veel mensen zijn negatieve gedachten de standaardmodus wanneer er iets vervelends zou kunnen gebeuren. Er kunnen namelijk veel dingen mis gaan in het leven en hier op voorhand over nadenken geeft soms een gevoel van controle. Het is makkelijk om met negativiteit te reageren, simpelweg omdat je het gewend bent. We hebben als mens ongeveer 60.000 gedachten per dag, zo’n 50 per minuut. 70% hiervan is negatief en slechts 2% daarvan heb je echt iets aan.

Als het goed gaat, denk je heel vaak dat al dat geluk zo weer voorbij zal gaan of als je iets nieuws gaat proberen, denk je vaak dat je het niet kunt. Zo’n akelig stemmetje (Mirjam noemde deze Karel) vertelt je telkens dat het je toch niet gaat lukken of dat het nooit wat wordt. Het gekke is, aldus Mirjam, dat wanneer het slecht gaat, we juist denken dat het slechte gevoel nooit meer over zal gaan. En dat is niet waar!

Meer in het moment leven dus, want dat is het enige moment waar je invloed op hebt. Elke dag drie dingen opschrijven waarvoor je dankbaar bent, stilstaan bij je geluk en daarover praten zijn volgens Spitholt manieren om geluk veelvuldiger te ervaren, door je bewust te worden van de keuzes die je maakt en of die keuzes al dan niet tot geluk leiden.’

"Voor 40 procent is geluk maakbaar. Ouders zijn daarin van groot belang. Zij laten namelijk hun kinderen van begin af aan op een bepaalde manier naar het leven kijken. De helft wordt bepaald door erfelijkheid en slechts 10 procent wordt bepaald door omstandigheden”.

Dus niet die nieuwe auto, maar hoe je naar het leven kijkt en hoe je in je vel zit, dat maakt je echt gelukkig. Als je je goed voelt ben je veerkrachtiger en heb je meer grip op je leven en dus op je geluk!

Mirjam geeft regelmatig lezingen. Met een overvalst Twents accent en met veel humor en zelfspot geeft ze je mooie inzichten. Aanrader! Check www.mirjamspitholt.nl

Jeannette Ooink is communicatiespecialist bij Tactus en programmacoördinator Imago & Stigma van Verslavingskunde Nederland

Lees meer »

De kracht van kwetsbaarheid

Inmiddels ruim 30 miljoen keer bekeken, de TedTalk van de Amerikaanse onderzoekshoogleraar Brené Brown uit 2010 over de kracht van kwetsbaarheid. Ik kreeg de link doorgestuurd van een goede vriendin die vond dat ik dit echt moest zien en dat ik er veel in zou herkennen. Zeer benieuwd begon ik aan de twintig minuten durende lezing.

Brown deelt met deze gevoelige, maar gelukkig ook erg grappige TedTalk een diep inzicht vanuit jarenlang onderzoek dat haar op een persoonlijke queeste zette om zowel zichzelf te kennen als de mensheid te begrijpen. 

Dit klinkt wellicht nogal heftig, maar omdat het zo herkenbaar is, gaat haar verhaal erin als zoete koek. Dus in plaats van haar verhaal hier uit te schrijven, daag ik je uit om ook tijd te maken voor deze boeiende en amusante twintig minuten. Ik zal niet zeggen dat ze je leven gaan veranderen, maar het gaat je zeker raken en het is niet belerend. 

Ze maakt ook een statement over verslaving. Ze zegt dat veel mensen het eng vinden om kwetsbaar te zijn. Er is angst om afgewezen te worden, dat je er niet mag zijn als je laat zien wie je bent. Veel mensen verdoven deze angst met eten, medicijnen, spullen kopen of raken verslaafd aan een middel. 

Uit haar onderzoek blijkt dat je niet selectief kunt verdoven, je kunt niet zeggen “Hier zijn alle slechte dingen, de schaamte, de angst, de pijn, de kwetsbaarheid, de teleurstelling en ik wil dat niet voelen”. Je kunt deze gevoelens niet verdoven zonder je andere emoties te beïnvloeden. Dus als we de vervelende gevoelens verdoven, verdoven we ook plezier, dankbaarheid en geluk. En dan voelen we ons ellendig en zoeken naar een doel en zin in het leven. En dan nemen we maar weer een moorkop en wat glazen bier. Dan ontstaat er een gevaarlijke vicieuze cirkel.

Brené is uiteindelijk na een persoonlijke zoektocht en jarenlang onderzoek tot de ontdekking gekomen dat kwetsbaar durven zijn ook betekent dat we aardiger zijn voor de mensen om ons heen en voor onszelf. Ik wist dat eigenlijk al, maar ik ben blij dat het ook echt is uitgezocht: mensen die authentiek zijn, zijn empathisch, luisteren naar anderen en oordelen minder. 

Het valt niet altijd mee om je kwetsbaar op te stellen, te accepteren dat je niet perfect bent en desondanks de moeite waard bent. Een mooi voorbeeld hiervan hebben we kunnen zien bij het programma Zomergasten waar een oprechte Eberhard van der Laan de kijker (en ook mij) tot tranen wist te roeren. Hier konden we voelen dat kwetsbaarheid kracht is en absoluut geen zwakte. Mens, je mag er zijn!

Jeannette Ooink is communicatiespecialist bij Tactus

Lees meer »

Maak iets van je leven

Onlangs woonde ik bij Saxion in Enschede een referaat bij over positieve gezondheid. Een term die ik de laatste tijd steeds tegenkom. Wat kan Tactus hiermee?

Lector Ad Bergsma begint met een voorbeeld van Carl Gustav Jung waarin deze het roer van het leven van de cliënt volledig overneemt. Hij nam veel risico en de zaal is het ermee eens dat hij hiermee een grens heeft overschreden. Dat mag je niet doen, is de algemene consensus. Een hulpverlener is niet alleswetend en de cliënt heeft recht op eigen regie.

Hoe moet het dan wel? De nieuwe gezondheidsgedachte gaat ervanuit dat een hulpverlener samen met de cliënt problemen omzet in mogelijkheden. Mensen kunnen op eigen kracht hun welzijn leren verbeteren. Soms mislukt dit, maar je blijft het proberen. Als een kind leert lopen en 50 keer valt, denkt het nooit: misschien is dit niks voor mij.

We zijn geneigd om alles als een probleem te benaderen dat moet worden opgelost. Liefst met een pilletje. Terwijl er zoveel meer bij komt kijken of iemand zich gelukkig, succesvol en/of gezond voelt. Machteld Huber biedt een nieuwe definitie van gezondheid. Zie schema hieronder.

Tips die gegeven werden over bejegening (taal, houding, luisteren, empathie, sympathie) om eigen regie te stimuleren: gebruik motiverende technieken om mensen op een bepaalde gedachte te brengen, maar ga niet zelf de oplossing geven. Laat iemand zelf nadenken en geef ruimte. Stel een vraag in plaats van zelf het antwoord te geven bijvoorbeeld in plaats van ‘nu moet u naar links’, vragen: ‘wat is volgens u de beste richting?’. Stel de mens centraal en niet de ziekte.

Het gaat erom gezamenlijk een omgeving te creëren waarin mensen hun krachten en mogelijkheden kunnen hervinden en benutten en waarin de professional een ondersteunende rol heeft.

Wat mij zelf altijd heel goed helpt, is om te bedenken hoe ik zelf graag bejegend en behandeld wil worden door anderen. Weet je, zo moeilijk is het eigenlijk niet.

Jeannette Ooink is communicatiespecialist bij Tactus Verslavingszorg

Lees meer »

Stigma

Ik werk al bijna 20 jaar in de verslavingszorg en kon op de dag dat ik bij Tactus (toen IVON) begon, niet vermoeden dat ‘verslaving’ me zo zou gaan boeien. Communicatie is mijn vak en ik vind er veel voldoening in om allerlei aspecten van ons werk uit te dragen. Aan allerlei doelgroepen. Op allerlei manieren. Informatie over wat we voor mensen kunnen betekenen, kennis over drank en drugs, maar ook verhalen van mensen die verslaafd zijn geweest en die met anderen delen zodat ze zich hierin herkennen (en hulp gaan zoeken) of meer begrip krijgen voor degene die verslaafd is/was.

Want wij zijn als mensen soms te snel geneigd om over iets te oordelen. Verslaving wordt vaak in één adem genoemd met ‘eigen schuld’ en ‘slap karakter’. Een van de thema’s waar ik me dan ook voor inzet vanuit Communicatie is destigmatisering. Verslaving is immers omgeven met vooroordelen, taboes en schaamte. Of je nou zelf verslaafd bent, je vader, moeder, partner of kind, het is niet echt een easy thema om over te praten.

Iemand die dat wel doet is mijn collega Ahmet Türkmen. Hij is ervaringsdeskundige en inmiddels 6 jaar clean na een langjarige periode van verslaving. Naast zijn werk bij Tactus heeft hij zijn eigen bedrijf Tanis Benimle (‘Leer mij kennen’) waarmee hij door het hele land presentaties geeft over (zelf)stigma’s. Hij vertelt in alle openheid over zijn verslavingsverleden en hoe hij geworsteld heeft met de stigma’s die hij opgeplakt kreeg door zijn omgeving maar vooral door zichzelf. Pas wanneer je dat kunt doorbreken, kun je echt veranderen!

Afgelopen zondag was ik aanwezig bij zo’n presentatie van hem tijdens het muziekfestival Down the Rabbit Hole. Samen met Luc Vercauteren die van Maastricht naar Teheran fietste om aandacht te vragen voor ‘een betere ggz’. Luc is ervaringsdeskundige in de ggz en heeft een bipolaire aandoening. Ik maakte slechts foto’s en intussen was ik getuige van twee mannen die het podium opstapten, in de stoel gingen zitten en hun openhartige verhalen deelden met het publiek dat vervolgens aan hun lippen hing. Ik keek om me heen en zag een mooie glimlach op de gezichten van de veelal jonge mensen in het publiek. Er sprak respect uit. Er waren vele vragen. Dat is goed. Want van vragen word je wijs. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik zeer onder de indruk was en me, zoals heel vaak in mijn werk, gezegend voelde dat ik bij een organisatie als Tactus werk. Ahmet en Luc, respect en keep up the good work! Als jullie nog eens een fotograaf nodig hebben (of iemand die jullie aan het lachen maakt), dan ben ik graag weer van de partij!

Jeannette Ooink is communicatiespecialist bij Tactus
 

Lees meer »

Naasten uit de schaduw

Alweer 12 jaar geleden overleed een hele goede vriend van me aan de drank. Het deed me pijn dat het hem niet lukte om te stoppen, ook al begreep ik hoeveel verdriet er schuil ging achter zijn fles jenever. Wat het nog pijnlijker maakte, was dat wij als naasten niet wisten hoe we hem moesten helpen. Machteloos voelden we ons. Onlangs ontmoette ik een cliënt bij Tactus die me aan hem deed denken. En toen besefte ik maar weer eens dat ik hem nog vaak mis.

Ongeveer 2 miljoen Nederlanders kampen met een middel- of gedragsverslaving. Dan zijn er dus nog heel veel meer ouders, partners, kinderen en goede vrienden van iemand met een verslavingsprobleem. In november bezocht ik een netwerkseminar over naasten van verslaafden van !K Fullness. Hier was ook Intact aanwezig. Collega Ahmet Türkmen hield een presentatie met zijn inmiddels befaamde stigmajas.

Het stigma dat op verslaving rust is niet alleen heel erg vervelend voor de verslaafde, maar ook voor de naasten die er daardoor niet gemakkelijk over durven te praten. De naasten staan vaak in de schaduw van de verslaafde en zoeken wanhopig naar handvaten om de verslaafde te redden en intussen zelf niet kapot te gaan. 

Uit de verhalen die ik deze dag hoorde (er waren veel naasten die hun verhaal deelden) blijkt maar weer eens hoe ongelofelijk moeilijk dat is. Want meestal doen ze, door te steunen en redden, precies datgene dat de verslaving in stand houdt, waardoor er helemaal niets verandert. 

Zo vertelde een moeder over hoe moeilijk het was om haar verslaafde zoon, die keer op keer aan de deur stond voor geld en steun, los te laten. Ze was zo bang dat hem iets zou overkomen en dat ze hem nooit meer zou zien om het moment dat ze hem de deur zou wijzen, dat ze hem keer op keer toch weer binnen liet. Nu heeft ze doorgezet en hij heeft hulp gezocht. Ze had eindelijk weer tijd voor zichzelf. Dit seminar was haar eerste ‘uitje’ sinds lange tijd en ze voelde zich trots dat ze dat voor zichzelf had gedaan. Ze durfde voor het eerst haar hart te luchten. Je zag het verdriet, maar voelde ook de opluchting.

Familiebehandelaar Esther Geurts vertelde tijdens haar presentatie over codependency dat het cruciaal is dat naasten voor zichzelf op leren komen en duidelijke grenzen gaan stellen aan de verslaafde en dit ook daadwerkelijk doorzetten. Want 70% van de verslaafden die niet meer ‘gefaciliteerd’ wordt, zoekt hulp.

De naaste die grenzen leert stellen, speelt dus een enorme rol bij het hulptraject van de verslaafde. Ik vind dat we ons hier in de verslavingszorg veel bewuster van moeten zijn. En dat geldt ook voor mezelf. Als we ons op een goede manier richten op naasten helpen we niet alleen hen (wat op zich al waardevol is) maar ook degenen die hulp nodig hebben bij hun verslavingsprobleem. En daar zijn we immers voor. Ik ga ermee aan de slag bij Tactus.

Jeannette Ooink is communicatiespecialist bij Tactus

Lees meer »

Openheid

Ik neem jullie mee naar de Social Run en het Te Gek?! Festival die van 23 - 25 september werden gehouden, maar vooral naar waar het voor staat: openheid en empathie.

Tijdens het Te Gek?! Festival van de Stichting Samen Sterk tegen Stigma, waar de teams van de Social Run finishten, luisterde ik naar een man die vertelde over de stemmen in zijn hoofd die hij sinds 2001 hoort. Hij vertelde dat veel mensen meteen denken dat hij gek is. Hij wil dat stemmen horen net zo normaal wordt als homofilie waar je decennia geleden nog voor behandeld werd omdat het als een psychische aandoening werd gezien. Emancipatie van de stemmen. Ik zat en luisterde.

Ook luisterde ik naar een meisje dat vertelde dat ze een verstandelijke beperking heeft en het zat is om door werkgevers te worden afgewezen is alsof ze niks kan. Haar droom is een baan. Ik dacht bij mezelf: “Stigma’s, daar word je pas gek van”.

En er was ook een vrouw die bijna dood was gegaan door haar eetstoornis en dit thema nu bespreekbaar maakt door theatervoorstellingen te geven. En tenslotte was er een 18-jarige ROC student die zich met empowermentlessen richt op imagoverandering van het MBO. Tijdens de les leren de scholieren wat hun kwaliteiten zijn en dat complimenten geven goed is. Ook leer je wat mooi is aan jezelf en op die manier leer je je klasgenoten beter kennen. Luisteren en empathie zijn hierbij de sleutelwoorden. Dat is ook waar de Social Run voor staat. En dat is de reden waarom meer dan twintig teams van verschillende instellingen, met name uit de GGZ en ook ons eigen InTactus team zich in het zweet hebben gewerkt tijdens een estafetteloop van 555 kilometer door Nederland. Ze hebben laten zien dat je door verbondenheid een topprestatie kunt neerzetten. 

Ieder mens is uniek met een set aan mooie en minder mooie eigenschappen en soms problemen. Ieder mens - maakt niet uit wie je bent - verlangt naar (zelf) acceptatie en heeft het recht om fatsoenlijk behandeld te worden. Op het werk, op school, overal. Luister naar elkaar. Toon empathie. Zonder oordeel. Heb respect. Deel je verhalen en je dromen. Durf. En pas op hoor….. openheid leidt tot begrip! 

Jeannette Ooink is communicatiespecialist bij Tactus

Lees meer »

Slechte gewoonte of hersenziekte?

Is verslaving een hersenziekte? Of toch een slechte gewoonte? Een vraag die vaak wordt gesteld, maar niet altijd bevredigend wordt beantwoord. Onlangs werd er over gediscussieerd in de openbare bibliotheek van Amsterdam onder leiding van Prof. Wim van den Brink tijdens 'Addiction a brain disease?'

Wetenschappers Prof. Damiaan Denys, Dr. Michiel van der Wolff, Prof. Reinout Wiers en hoofdredacteur van LEF Magazine, Jolande Bastiaans gingen in debat met Prof. Nora Volkow, directeur van het National Institute of Drug Abuse uit Rockville, USA die speciaal was overgekomen naar Nederland en Marc Lewis, Em. Prof. of Psychology and Neuroscience aan de Universiteit Nijmegen. Zij hebben een tegengestelde mening hetgeen de zaal vol studenten, zorgprofessionals, ervaringsdeskundigen geboeid deed luisteren en aan het eind actief en vurig deed meediscussiëren.

Daar waar Volkow zegt dat het een hersenziekte is en dit ook aantoont met wetenschappelijk onderzoek en de vergelijking met andere ziekten, bv een hartaandoening, zegt Lewis dat door alcohol en drugs het beloningssysteem in je hersenen weliswaar verandert, waardoor je het middel steeds weer gebruikt, alleen noemt hij het geen ziekte. Hij redeneert dat dezelfde veranderingen/ontwikkelingen in de hersenen ook waarneembaar zijn bij eten, seks, religie, liefde en sporten. Volkow ziet het als een ziekte die voorkomen en behandeld kan worden en waar mensen van kunnen genezen; al blijft het beter om geen middelen meer te gebruiken wanneer je eenmaal verslaafd bent geweest.

Lewis gelooft dat het te maken heeft met aangeleerde gewoontes waar mensen soms voor kiezen om zich bijvoorbeeld beter te voelen, als een soort zelfmedicatie dus. Hij gelooft dat dit heel vaak gebeurt onder invloed van gebeurtenissen in iemands leven. Hij denkt dat het een ziekte wordt genoemd om het te kunnen 'labelen' zodat je toegang krijgt tot behandeling bij je zorgverzekeraar. Hij gelooft niet in een medische benadering. Hij denkt dat mensen er niet beter van worden wanneer ze denken dat ze een (chronische) hersenziekte hebben, ze geloven eerder in herstel wanneer ze denken dat het een gewoonte is die je kunt veranderen, is zijn mening. De belangrijkste drijfveer is dan je eigen motivatie om te willen veranderen.

Lang werd verslaving niet alleen door de maatschappij, maar ook door de wetenschap als morele zwakte benaderd. In de wetenschap wordt die theorie gelukkig niet meer gehanteerd. Er zit zowel groot verschil als ook overlap in de denkbeelden van Lewis versus Volkow. Volkow toont de hersenziekte aan met proeven en hersenplaatjes; Lewis gelooft daar niet in. Volkow denkt dat het hebben van een ziekte minder maatschappelijk stigmatiserend is, terwijl Lewis denkt dat het beter is dat mensen niet als zieke gezien worden. Waar ze het wel over eens zijn is dat het je brein aantast, dat er openheid nodig is van mensen die het zelf hebben meegemaakt en dat het een complexe persoonlijke reis is om te herstellen waarbij je het sterk zélf moet willen om te veranderen.

Wat ik zelf vindt is dat los van de academische discussie over of het nou wel of geen ziekte is - op zich is het nuttig om deze discussie te voeren en ik heb dan ook genoten van een superinteressante avond – het het allerbelangrijkste is dat de mens achter de verslaving centraal staat en dat wat hij/zij nodig heeft om gelukkig te leven zonder verslaving. Dat is belangrijker wat mij betreft dan om te weten of Amy Winehouse nou gestorven is aan een ziekte of aan een slechte gewoonte.


Jeannette Ooink is communicatiespecialist bij Tactus en programmacoördinator Imago & Stigma van Verslavingskunde Nederland

Lees meer »

Stoppen met roken

Ik dacht ‘dat wordt een makkie’ dat stoppen met roken. ‘Huh, rookte jij dan?’, hoor ik u denken. Ja, ik rookte. Weliswaar heel weinig, lichte sigaretten (met zo’n foute mentholsmaak) en op gezette tijden, namelijk alleen in de avond. Maar inderdaad ik rookte. Eentje bij het thuiskomen, eentje na het eten en nog één of twee gedurende de avond. Bij stress of in gezelschap van gezellige rokers werden het er nog wel eens meer. Maar hey, ik had het verder prima onder controle. 

Wakker worden met een sigaret? Gatver. En overdag? Dan taalde ik er ook niet naar. Op visite bij mensen? Nee hoor, dan werd er niet gerookt. Heerlijk toch, zo gecontroleerd roken. ‘En als ik wil, stop ik zo’, was mijn gedachte. De oplettende lezer merkt dat ik in de verleden tijd schrijf. Want inderdaad, ik ben gestopt met roken. En mag ik even heel eerlijk zijn? Ik vind het ontzettend lastig om die paar sigaretten per dag te laten liggen. Ik wist niet hoe verslavend die geplande rookmomenten konden zijn. 

Het is nu een paar weken geleden en de eerste dagen…..ik dacht dat ik gek werd, precies op die momenten dat ik normaal een sigaret opstak, hunkerde er iets in mijn lijf. Dat heet craving. Dat heet trek. Dat is superirritant. Niet te geloven dat het zo moeilijk kon zijn. Er zijn mensen die zeggen dat ze het heel goed vinden dat ik gestopt ben, want hoe je het ook wendt of keert: ik was een roker. En roken is slecht. En ik wil graag gezond zijn en geen ouwe rimpelkop krijgen. Tja, dan is het misschien toch wel een heel goed idee om te stoppen. 

Sommigen zeiden: ‘Ah joh die paar sigaretten, ik zou er gewoon mee doorgaan’. Alhoewel de twijfel af en toe toeslaat en ik ook in het begin wel een terugvalletje heb gehad (en die was gewoon lekker), ben ik ervan overtuigd dat ik niet meer wil roken. Klaar ermee. Basta. Mooi geweest. Ik drink ook geen alcohol (mijn hele leven al niet) en deze combi met niet-roken past me wel. Ik kan het iedereen aanraden om te kiezen voor je gezondheid. Het gaat me nu inmiddels veel makkelijker af om niet te roken en ik ga ervan uit dat ik het niet meer ga doen. Maar je weet het maar nooit met een verslaving…

Jeannette Ooink is communicatiespecialist bij Tactus Verslavingszorg

Lees meer »

Iedereen gek?:-)

Er bestaan hardnekkige vooroordelen over mensen met psychische aandoeningen. Dat ze gevaarlijk, onvoorspelbaar of onbetrouwbaar zijn. Vooroordelen over mensen met een verslaving gaan nog verder. Dit blijkt uit het verhaal van de grondlegger van de stigmabestrijding de Amerikaanse bijzonder hoogleraar psychologie Patrick Corrigan.

Negen van de tien mensen met een psychische aandoening ervaart stigmatisering. Ook binnen de ggz zelf heersen nog volop vooroordelen. Zo’n 43 procent van de volwassen Nederlandse bevolking heeft ooit in het leven een psychische stoornis gehad (bv depressie) en één op de vijf volwassenen heeft ooit een stemmings-, angst- of middelenstoornis (met name alcoholproblemen) gehad. Je kunt dus met gemak zeggen dat iedereen dit herkent. Hetzij zelf meegemaakt, hetzij bij een naaste of collega. 

Vreemd dus eigenlijk dat we er zo moeilijk over doen om hierover open met elkaar te praten zonder te veroordelen. Ieder mens – ook zonder psychische aandoening - worstelt wel eens ergens mee; dat is inherent aan het leven. Hoe fijn is het dan dat er ruimte is voor empathie in plaats van onbegrip. 

Patrick Corrigan sprak over dit onderwerp op een bijeenkomst van Samen Sterk zonder Stigma. Tactus & Intact werken mee aan het project ‘Stigma in de ggz’ van Samen Sterk. Drie teams gaan zichzelf de maat nemen in hoeverre zij zelf stigmatiseren en maken daar een plan van aanpak voor. Vanuit Intact worden ervaringsdeskundigen Rick Kamphuis en Daphne Doorn getraind in de methode “Honest, Open, Proud” van Corrigan. Deze methode gaat over het delen van ervaringsverhalen van mensen met een psychische aandoening. 

Ook Corrigan zelf kampte met depressie en bipolaire stoornis. In eerste instantie zweeg hij hierover in zijn omgeving. Uiteindelijk koos hij ervoor om open te zijn. “Je moet laten zien wie je bent en wat je kunt. Sommigen laten zich daardoor overtuigen, anderen niet." 

Hij begeleidt al dertig jaar mensen met psychische problemen. “En ik zie dag in dag uit hoe moeilijk het voor hen blijft om werk of een partner te vinden. De vooroordelen zorgen er ook voor dat mensen die de behandeling nodig hebben er geen gebruik van maken. Uit angst voor het label dat daarna volgt.”

“Hoe meer openheid, hoe meer stigmabestrijding. De beste manier om het stigma aan te pakken is mensen met psychische problemen hun ervaringen laten delen met de gemeenschap”, zegt Corrigan.

Educatie in de vorm van grootschalige campagnes en factsheets aan volwassenen over psychische aandoeningen leidt, aldus Corrigan, niet tot het afnemen van vooroordelen. Hij noemde het voorbeeld van vaccineren. Mensen die sceptisch zijn over vaccineren omdat ze bijvoorbeeld denken dat je er autisme van kunt krijgen, verander je niet van mening door ze dood te gooien met wetenschappelijke informatie. Sterker nog….het gaat averechts werken. Je wilt dan een onderbuikgevoel bestrijden met een rationele insteek; wat er dan vaak gebeurt is dat mensen zeggen: ‘Ik bepaal zelf wel wat ik vind’.

Het is belangrijk dat mensen hun eigen verhaal vertellen over hun aandoening en hoe ze ermee omgaan. Een levensverhaal dat tot de verbeelding spreekt van de toehoorder, laat vooroordelen verdwijnen. ‘Verbinding is de sleutel tot herstel’, zegt psychiater Jeroen Kloet die ook zelf een psychische kwetsbaarheid heeft en anti-stigma cafés organiseert.

Laat zien dat je ondanks alles hoop, doelen en een leven hebt. En zoals gezegd, het kan iedereen overkomen. Je moet er dus gewoon met elkaar over praten. Het normaliseren. Dat is alles. Niks geks aan.

Jeannette Ooink is communicatiespecialist bij Tactus


Lees meer »

Goede zorg 100% maatwerk

Een tijd geleden las ik een interview met Philippe Delespaul, bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Maastricht en expert op het gebied van innovaties in de GGZ. Hij voorspelde dat klinieken zeldzaam gaan worden en plaats gaan maken voor 100% maatwerk in de vorm van FACT teams die integrale zorg bieden. Dat intrigeerde mij en toen ik op ons intranet las dat hij bij Tactus hierover een presentatie kwam geven, aarzelde ik geen moment en meldde me aan om Delespaul te horen spreken over zijn visie op de toekomst van de GGZ.

Volgens Delespaul kent 44% van alle mensen een periode in zijn leven waarin het functioneren wordt belemmerd door een psychisch probleem. “Dat is bijna de helft van de bevolking. Normaliseren zou alleen al in dat opzicht veel logischer zijn dan stigmatiseren. Belangrijk is dat psychopathologie geen identiteit is, maar een kwetsbaarheid die periodiek problematisch kan zijn.” Vanuit dit uitgangspunt pleit Delespaul die tevens een van de grondleggers is van ‘De Nieuwe GGZ’, voor zorg die voortdurend meebeweegt met álle behoeftes van cliënten op ieder moment.

Zorg is tot op heden te aanbodgericht en te bureaucratisch. “Het stellen van een diagnose is niet de enige weg naar herstel. Herstelprocessen verlopen grillig en op verschillende levensgebieden tegelijk”, aldus Delespaul. Dit vraagt om een multidisciplinaire en meerdimensionale aanpak. FACT-teams, die we bij Tactus ook kennen, zijn multidisciplinaire, breed onderlegde teams van meestal 8 hulpverleners die mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen behandelen waar het nodig is, op de plek waar ze het meest kunnen betekenen: in het normale leven, bij mensen thuis.

Uit een analyse van Delespaul zouden we minstens 1000 van dit soort teams nodig hebben, willen we de groep mensen in psychische nood in Nederland goed bijstaan. Nu zijn teams overbelast en cliënten krijgen niet de hulp die ze nodig hebben. Volgens Delespaul is het aantal verwarde mensen niet toegenomen, zoals in de media en de politiek wordt beweerd, maar valt deze groep door ontbrekende zorg vaker terug in psychische nood. “Door het tekort aan teams ben je niet in staat te investeren in herstel van mensen waardoor ze weerbaar worden”.

Delespaul voorspelt dat alle hulp straks wordt geboden vanuit FACT-teams (1 team per 15.000 inwoners); teams waarin alle partijen samenwerken. Van UWV tot woningbouwvereniging, van gemeente tot kredietbank. “Samenwerking gebeurt vanzelf als je elkaar dagelijks treft. Als een cliënt behandeling nodig heeft, dan komt de behandelaar bij hem thuis en neemt deze tijdelijk deel aan het FACT-team. En als iemand toch moet worden opgenomen, dan gaat er een begeleider vanuit het FACT-team mee naar de kliniek.”

 

Volgens Delespaul is er geld genoeg voor deze manier van zorg, als we de € 7 miljard die er landelijk beschikbaar is voor GGZ anders verdelen. “In Zuid-Limburg zijn we gestart met drie proeftuinen voor deregulering. We willen de budgetten van alle partijen op één hoop gooien. We steken het geld niet langer in bureaucratie en bedden, maar in professionals.”

Ook is hij is er op tegen dat de GGZ zich terugtrekt uit de Eerstelijns GGZ. De eerstelijn is niet in staat, zo zegt hij, om adequaat met psychiatrische problematiek om te gaan; zelfs al is hij enkelzijdig. Wanneer je mensgerichte zorg biedt, moet je integraal denken en blijft de eerstelijns GGZ ook een zaak van de specialisten. Je hebt huisartsen en POH-ers nodig als strategische netwerkpartner met wie je als specialist een persoonlijke relatie onderhoudt”.

Omdat deze nieuwe professionele identiteit ondersteund moet worden door financiers en de politiek, vraag ik hem of er ook gelobbyd wordt. Dit mag zeker in Nederland nog veel meer gebeuren. De politiek is niet op de hoogte van de dagelijkse praktijk en ziet daarom niet dat er te weinig wordt geïnvesteerd in de ambulantisering terwijl er wel minder bedden beschikbaar zijn.

*Delespaul sprak tijdens een refereerbijeenkomst van de vakgroep Psychologen van Tactus op 20 juni 2017.

Jeannette Ooink is communicatiespecialist bij Tactus

Lees meer »

Controle

Nadat de diagnose kanker werd gesteld bij Ada is haar drankgebruik uit de hand gelopen. Ze verloor werk, relatie en woning aan de gevolgen van haar drankgebruik. Inmiddels is dit jaren geleden. Ze is succesvol behandeld voor de kanker en ze heeft weer een eigen woning en zinvolle daginvulling door middel van vrijwilligerswerk in een antiekzaak. Afgelopen jaren heeft ze meerdere behandelingen gevolgd bij Tactus en na vallen en opstaan lukt het haar de drank te laten staan.

Drinken
Bij Ada blijft de angst bestaan dat de kanker ooit terug komt. Elk jaar vormt de controle in het ziekenhuis opnieuw een risico voor haar op terugval in alcoholgebruik. Het begint ermee dat ze de onderzoeken een keer of twee verzet en er niets over vertelt aan mensen in haar omgeving. Ze trekt zich terug in haar huis, gaat piekeren en malen. Om het piekeren te kunnen stoppen gaat ze drinken. Niet een glas, niet een fles, maar tot ze er letterlijk bij neer valt.

Opluchting
We begeleiden haar binnen het FACT-team van Tactus. Door het intensiveren van de zorg blijft er contact met Ada. Het lukt haar niet om de drank te laten staan. Samen gaan we naar de onderzoeken in het ziekenhuis. Gelukkig worden er geen kankercellen gevonden. Dat is voor haar een grote opluchting. En zo lukt het haar de draad weer op te pakken. Tot de volgende controle.

Jipke Nab is maatschappelijk werker bij Tactus
Jipke

Lees meer »

Een keertje moet kunnen

Tegenover me zit een jonge vrouw van tweeëntwintig. Ze is student van de plaatselijke universiteit. Bouwkunde, maar de studie ligt al ruim drie maanden stil.

Ze is verwezen door de psycholoog van de universiteit, waar ze op het spreekuur was beland. Ze had zich daar gemeld met klachten als angst om dood te gaan, niet meer alleen durven zijn, het idee in het luchtledige te hangen, er niet goed bij te zijn, het gevoel hebben geen controle te hebben over haar gedachten, bang anderen of zich zelf per ongeluk of expres iets aan te doen, enz. Het was nogal wat. Ze vat het zelf samen met: ‘alsof ik niet helemaal goed in de realiteit zit’.
En daarmee slaat ze de spijker op zijn kop. Want wat is er gebeurd? Iets wat een aantal mensen regelmatig doet, zonder in de meeste gevallen na te denken over de negatieve gevolgen die er kunnen ontstaan. Gevolgen op de middellange, maar ook op de lange termijn. Ze heeft een XTC pil gehad, want ‘een keertje, dat moest toch wel kunnen’.
Karlijn de Groot is preventiewerker bij Tactus.
3 Karlijn de Groot

Lees meer »

Stap voor stap op weg naar koffie en gebak

Ze vindt het lastig om naar de groep te gaan. De nacht van tevoren slaapt ze slecht; ze piekert over wat er besproken wordt en wat anderen van haar zullen vinden. Wanneer ze dan vroeg wakker wordt heeft ze enorme trek om crack te roken.

Moeite
Omdat ze nuchter wil verschijnen besluit ze om 5 uur ‘s ochtends maar een eindje te gaan fietsen. Ze kan de verleiding uiteindelijk niet weerstaan. Ze is er netjes op tijd, maar wel met een paar trekjes op. Ze vertelt hoeveel moeite het haar heeft gekost om te verschijnen. Ik zou haar naar huis moeten sturen, omdat ze onder invloed is. Omdat ze weinig heeft gebruikt en nog helder uit haar ogen kijkt en niet overkomt alsof ze onder invloed is, besluit ik dat ze toch mag blijven.

Mijlpaal
Voor de volgende bijeenkomsten maken we met haar woonbegeleider een plannetje om haar te helpen en de spanning wat weg te nemen voor de groepsbijeenkomsten. We bespreken de groepsbijeenkomsten voor, zodat ze weet wat er besproken wordt en wat er van haar verwacht wordt. De eerste paar keer wordt ze door haar begeleidster naar de training gebracht, daarna bellen we haar van tevoren. Ondanks deze afspraken is het lastig voor haar om te gaan. Ze blijft piekeren en de heftige trek voor de training blijft aanwezig. Na vier bijeenkomsten lukt het haar om zelf naar de training te komen, zonder belcontact. Wat een mijlpaal, we vieren het samen met haar begeleidster onder het genot van koffie met gebak.

Jipke Nab is maatschappelijk werker bij Tactus
Jipke

Lees meer »

Gameverslaafd. Of niet?

Een vader vraagt mij om advies. Hij heeft een gameverslaafde zoon en het lukt hem maar niet de jongen er van te overtuigen dat hij minder moet gaan gamen.

Ik stel voor eens te komen praten en zit een week later bij een niet al te welwillende (ik snap dat wel) onderuitgezakte tiener op de bank. Op de stoel ernaast zit vader, die op dat moment nog niet weet dat dit gesprek een compleet andere wending zal krijgen dan hij verwacht. Vader steekt van wal. Hij legt uitvoerig uit dat hij vindt dat Bram veel te veel gamet; dat hij verslaafd is en dat hij op voetbal zou moeten. Ik vang signalen op van Bram dat hij het absoluut niet met zijn vader eens is. Vader geeft ietwat triomfantelijk het woord aan mij met de woorden ‘vertel jij het hem maar’.

Generatiekloof
Maar ik hoor eerst graag Bram. Bram dreunt zijn kant van het verhaal op (dat heeft hij vast eerder gedaan, want het komt er kort en bondig uit). Hij heeft ADHD en als hij gamet is het eindelijk even rustig in zijn hoofd. Op voetbal wil hij niet, want daar wordt hij helemaal wild van de prikkels. Verder moeten ze niet zeuren. Op school gaat het immers prima, hij houdt zich keurig aan de momenten waarop telefoons en computer weg moeten (eten en bezoek van familie bijvoorbeeld), heeft vrienden, eet en slaapt goed. En zo kan hij nog wel even doorgaan.
Al na de eerste paar zinnen weet ik dat hij gelijk heeft. Bij een gameverslaving gaat het er niet zozeer om hoeveel je gamet, maar om wat je allemaal laat om te kunnen gamen. En hoe fijn moet het zijn voor iemand met een ‘chronische bak herrie in zijn hoofd’ dat het er ook eens lekker rustig is. Hier speelde geen gameverslaving, maar meer een generatiekloof. Het zou nog wel even praten duren voordat vader dat ook inzag.
Karlijn de Groot is preventiewerker bij Tactus
3 Karlijn de Groot

Ook werken bij Tactus? Kijk op tactuswerkenleren of er voor jou een mooie vacature bij staat!

Lees meer »

Ferry’s moeder

Ik krijg via diverse kanalen en collega’s te horen dat er een bezorgde moeder naar mij op zoek is. Het blijkt de moeder van Ferry te zijn die mij zo dringend nodig heeft.

Eerst even een zijspoor: over die ‘bezorgde moeder’. Daar zou ook eens een congres, seminar of nieuwsbrief aan gewijd moeten worden. De ‘bezorgde moeder’ staat in hulpverleningsland symbool voor een lastig, zeurend bemoeierig iemand. ‘Overbetrokken’ is een term die in dit kader vaak valt. Maar hoezo overbetrokken? Mijn ervaring is dat het in veel van die gevallen eigenlijk gaat over het onvermogen van de hulpverlener om met het systeem om te gaan. Maar dit terzijde.

Experiment
De bezorgde moeder die via allerlei kanalen contact met mij zocht, bleek de moeder van Ferry te zijn. Ferry is een 16-jarige jongeman die door een uit de hand gelopen experiment met alcohol op de eerste hulp van het plaatselijke ziekenhuis is beland. Alcoholvergiftiging, promillage 2.3. Dat is best fors. Toen ik haar belde, klonk ze zeer ongerust en was ze misschien zelfs wat paniekerig te noemen.

Gedeelde visie
Wat was het geval? Het was niet alleen het feit dat haar zoon met een alcoholintoxicatie in het ziekenhuis was beland wat haar schrik had aangejaagd. De arts van dienst had namelijk de waarschuwende vinger opgestoken en gepredikt: ‘vandaag is het alcohol, morgen kan het zomaar heroïne zijn’. Ze had zijn woorden letterlijk genomen en zich wild geschrokken. Ik maak met haar een afspraak voor de volgende dag, maar noteer ook iets in mijn achterhoofd. Het zou goed zijn om met de artsen die de alcoholpoli draaien een gedeelde visie op preventie te ontwikkelen.

Karlijn de Groot is preventiewerker bij Tactus
3 Karlijn de Groot

Lees meer »

Tweestrijd

Huisbezoeken kunnen nog wel eens onverwachte situaties geven. Zeker als een training thuis ook wordt bijgewoond door een naaste van de cliënt.

Zo was ik bij Karin om haar individueel een training te geven als onderdeel van haar behandeling. Het doel is haar tips en advies te geven om gestopt te blijven met drugsgebruik. Omdat haar leervermogen beperkt is, is de training het meest effectief wanneer er een naaste wordt betrokken.

Betrokken
Karin kiest ervoor om haar vriend niet te betrekken omdat hij denkt dat ze alleen wiet rookt. Ze is bang hem te verliezen als hij erachter komt dat ze ook harddrugs heeft gebruikt. Tijdens het tweede gesprek in het kader van de training staat hij plotseling voor de deur. Hij wil betrokken worden bij de behandeling van Karin en wil haar graag helpen. Ze laat hem binnen. Vriend begint te vertellen dat Karin zo goed bezig is, geen wiet meer koopt en door hem wordt ze bijna genezen verklaard. “Je kunt toch gewoon stoppen?”, hoor ik hem meerdere keren tegen haar zeggen.

Openheid
Ik kijk Karin aan; de tweestrijd is van haar gezicht af te lezen. Hij heeft dus echt geen volledig beeld van de situatie. Niet meer liegen tegen hem is één van haar doelen…..
Ik geef vriend uitleg over verslaving en de behandeling die in overleg met Karin is uitgezet. Daarbij leg ik uit dat het nuttig zou zijn als hij betrokken wordt bij de training. Het betekent wel dat ze daar beiden achter moeten staan. Ondertussen zit Karin stilletjes op haar stoel. Ik sluit het gesprek af en spreek af dat ik volgende week hoor of vriend betrokken wordt bij de training. Ik ben benieuwd of het haar lukt openheid van zaken te geven.
Jipke Nab is maatschappelijk werker bij Tactus.

Jipke

Werken bij Tactus? Kijk op www.tactuswerkenleren.nl of er voor jou een mooie vacature bij staat!

Lees meer »

Werkelijkheid

Vol bewondering zit ik te kijken naar het televisieprogramma ‘verslaafd’ op RTL. Het laat een verslaafde man zien die door zijn betrokken omgeving wordt gesteund in zijn strijd.

Ik vind het geweldig om te zien hoe familie en naasten samenwerken om de  man te motiveren voor een behandeling. Ze lezen hem een brief voor waarin ze beargumenteren waarom hij  zou moeten meewerken. Alle familieleden hebben stuk voor stuk tranen in hun ogen. Emoties lopen hoog op en het is duidelijk hoeveel de familie om de man geeft. Ze  beschrijven niet alleen verwijten, maar vooral ook wensen. Hiermee wordt de verslaafde man een spiegel voor gehouden. Het motiveert hem om mee te werken aan een intensieve behandeling voor zijn verslaving.

Steun
Jammer genoeg maak ik dit nauwelijks mee. Bij langdurig verslaafden is familie vaak keer op keer teleurgesteld, bedrogen en bestolen. Soms is er helemaal geen contact meer met familie of vrienden. Regelmatig zijn meerdere mensen uit de omgeving verslaafd of houden ze zich op in een grijs circuit. Er is geen naaste meer die gelooft in herstel, laat staan de persoon zelf. Dit betekent ook dat er tijdens en na een behandeling weinig steun is waarop de cliënt kan terugvallen.

Werkelijkheid
De manier waarop de begeleiding en opname verloopt in het tv programma wens ik al mijn cliënten toe. De intensieve begeleiding, directe opname en betrokkenheid van familie. De werkelijkheid voor cliënten die zorg krijgen vanuit de zorgverzekeringswet is anders. Lange wachttijden, korte opnames, uitgeklede behandelingen, grote caseloads. In werkelijkheid verloopt het een stuk minder soepel…
Jipke Nab is maatschappelijk werker bij Tactus
Jipke

Lees meer »

Opruimen

Met de woningbouw heb ik een afspraak gemaakt voor een huisbezoek. De afspraak die dag is helemaal aan het eind van de middag. En dat is niet voor niets zo gepland.Mijn ervaring is dat het prettig is als je na een huisbezoek in een vies huis meteen naar huis kan, zodat je niet de hele dag met die geur in je neus rondloopt. Ik heb oude kleren aan en de handgel ligt binnen bereik op de bijrijdersstoel. Met de woningbouw is het altijd even afwachten hoe je iemand aantreft en hoe er wordt gereageerd op de aanwezigheid van een hulpverlener, ook al is diegene wel op de hoogte van je komst.

Krantenknipsels
We worden vriendelijk ontvangen door Henk. Hij ziet er onverzorgd uit en het is overduidelijk dat hij zich al lange tijd niet heeft gewassen. Zijn kleding is helemaal bruin en staat werkelijk stijf van de viezigheid. Zijn woning is in dezelfde staat; alles zit onder een bruine vieze, vettige laag. Van voor naar achteren is in de woonkamer een looppad tussen de spullen door gecreëerd. Op de bank wordt door Henk een plek gemaakt zodat we daar kunnen zitten. De tafel staat vol met potjes en vaasjes. Aan de muur hangen vergeelde krantenknipsels.
Henk vertelt al 10 jaar, sinds zijn vrouw is overleden, niet meer te drinken. Hij zegt tevreden te zijn met zijn leven, maar Henk vindt het goed als ik hem de komende tijd regelmatig bezoek en contact leg met zijn kinderen. Ik hoop dat deze hem kunnen motiveren en steunen om aan de voorwaarden van de woningbouw te kunnen voldoen; een schoner en netter huis, zodat renovatie kan plaatsvinden.

Leefsituatie
De gesprekken verlopen moeizaam omdat Henk liever over vroeger vertelt dan over zijn huidige situatie waar hij zich toch wel voor schaamt. Zijn kinderen hebben wel een goede invloed op Henk. In overleg met hen ruimen we zijn huis stukje bij beetje op en maken we het schoon. Hij is het er niet altijd mee eens, maar uiteindelijk krijgen we het samen voor elkaar. Regelmatig moet ik met Henk en de woningbouw om tafel omdat er meningsverschillen zijn. Maar uiteindelijk gaat zijn leefsituatie erop vooruit. Hij stemt in met een verwijzing naar woonbegeleiding en huishoudelijke hulp. Dan sluit ik het contact af; zijn hulpvraag ligt niet meer op het gebied van verslaving.

Jipke Nab is maatschappelijk werker bij Tactus.

Jipke

Lees meer »

Vrijdagmiddag

Ik probeer al langere tijd een afspraak te maken met een nieuwe cliënt voor een kennismakingsgesprek. Maar in de praktijk gaat dat nog niet heel gemakkelijk.

Hij is een keer niet verschenen, een keer de afspraak vergeten en het is meerdere keren verzet. Uiteindelijk lukt het me om een afspraak te maken bij cliënt thuis op vrijdagmiddag om 16.00 uur. Fijn tijdstip om naar een nieuwe cliënt te gaan, bedenk ik me: vrijdagmiddag staat namelijk altijd bol van de telefoontjes van mensen die op zien tegen het weekend. Bang om in crisis te raken of vinden dat ze al in crisis zijn. De andere kant is dat er nauwelijks behandelaren te bereiken zijn als er echt stront aan de knikker is. Goede timing dus.

Beeld
De cliënt komt al in de inloop van Tactus en medewerkers kunnen moeilijk hoogte krijgen van hem. Ik heb geen uitgebreid dossieronderzoek gedaan omdat ik graag mijn eigen beeld vorm van cliënten. Dossieronderzoek kan later ook nog.
Daar ga ik dan op vrijdagmiddag 16.00 uur en geen idee naar wie; had ik me beter voor moeten bereiden? Wie is er nu eigenlijk nog bereikbaar mocht het op een of andere manier nodig zijn? Toch even een spannend momentje….

Glimlach
Ik word hartelijk ontvangen door hem; zijn studio is strak ingericht en onberispelijk schoon. Zelf ziet hij er ook erg verzorgd uit. Hij stelt mijn gespreksvaardigheden aardig op de proef voor een vrijdagmiddag, bij doorvragen stuit ik regelmatig op een vriendelijke glimlach. Hij geeft weinig prijs over zichzelf dit eerste gesprek. Ik vraag me af of hij me met die glimlach moedwillig om de tuin leidt of dat er sprake is van cognitieve schade.
De enige hulpvraag op het gebied van casemanagement is er een met betrekking op zijn wens om weer aan het werk te gaan. Ik biedt hem een vervolggesprek aan om daar verder op in te gaan. Re-integratie is voor mensen met een verslaving toch altijd een moeilijke stap, omdat ze geneigd zijn zichzelf te meten aan de persoon die ze waren voordat ze met een verslaving worstelden. Ook besluit ik verder dossieronderzoek te doen voor onze volgende afspraak. Ik hoop dat het beeld dan wat duidelijker wordt.
Jipke Nab is maatschappelijk werker bij Tactus.

Jipke

Lees meer »

Preken pareren

Ik had hem al zien zitten; achter in de klas, diep weggedoken in zijn kraag en achter zijn pet. Niet eens de moeite nemend de oordopjes van zijn koptelefoon uit zijn oren te halen. Als ik mij voorstel als preventiewerker van Tactus Verslavingszorg laat hij ook van zich horen. En zet me meteen op 3-0 achterstand. Want ‘hij is toch niet verslaafd, en wist alles al, en had zeker geen zin te luisteren naar een-mevrouw-die-toch-niet-weet-hoe-het-is-want-ze-ziet-eruit-alsof-ze-nog-nooit-een-joint-gerookt-heeft’……..Zo, dat is er uit.

Preken
Dit is precies waarom ik mijn werk zo leuk vind. En de doelgroep zo mogelijk nog leuker. Deze jongere staat namelijk model voor een hele groep. Jongeren die de titels ‘lastig’ en ‘moeilijk’ met zich meedragen en bovenal ‘ongemotiveerd’ zijn. Niks van waar; ze zijn wel gemotiveerd en gepassioneerd, alleen vaak niet voor hetgeen waar leraren willen dat ze voor gemotiveerd moeten zijn. Ze zijn er bijzonder aan gewend om de preken die ze doorgaans krijgen te pareren. En soms te overschreeuwen met brutale of sociaal wenselijke reacties.

Provoceren
Dit is voor mij de jongere waar ik mij op richt en het, in veel gevallen, van moet hebben. Die, als hij eenmaal merkt dat ‘het’ er in deze les gewoon over mag gaan zonder dat er een preek volgt, enthousiast gaat vertellen. Over ervaringen die hij heeft en kennis die hij door de jaren heeft opgedaan. Hij is in veel gevallen serieus en in staat te reflecteren op de al dan niet aanwezige risico’s. Zo komt hij tot nieuwe inzichten. En heeft ook nog eens een belangrijk aandeel in het leereffect voor de hele groep. Aan het einde van de les roept hij provocerend uit: “Eindelijk eens een vak waar ik goed in ben.” Hij heeft gelijk!

Karlijn de Groot is preventiewerker bij Tactus.

3 Karlijn de Groot

Lees meer »

Eerst langs de hond

Ik word gebeld met het verzoek ‘eens te komen praten’ met Herman. De begeleiding maakt zich zorgen over het alcoholgebruik van Herman. Hij koopt elke middag teveel halve liters.De halve liters haalt bij de plaatselijke supermarkt en ‘tikt’ deze (zo noemt hij dat) bij thuiskomst enthousiast achterover. Maakt vervolgens ruzie met zijn vriendin én met de begeleiding die hierin probeert te bemiddelen. Om de rest van de avond snurkend op de bank te liggen en de volgende ochtend te laat op zijn werk te komen. En dit ritueel minstens vijf dagen per week.
Als ik binnenkom (Herman woont op een zorgboerderij; ik heb me dapper langs een venijnig blaffende erfhond gemanoeuvreerd) is de toon gelijk gezet.  Herman: ‘Hà, jij bent de mevrouw van Tactus want ‘ze’ willen dat ik niet meer drink’. In dit eerste gesprek doe ik kennelijk iets goed, want ik mag nog een keer terug komen. We hebben afgesproken die tweede keer een voor- en nadelenbalans te gaan maken.

Conclusie
En dus stap ik voor het tweede bezoek wederom dapper langs de erfhond. Herman lacht en zegt dat hij niets doet. Ik zou de hond willen adviseren zich dan ook wat vriendelijker op te stellen. We gaan aan de slag met de voor- en nadelenbalans. Herman zet de voordelen van halve liters drinken op groene briefjes  en de nadelen op rode. Na ijverig bezig te zijn geweest komt hij tot twee voordelen (bier is lekker en bier helpt tegen stress) en vier nadelen. Dan valt Herman stil. Hij trekt een frons en vraagt zich vervolgens hardop af hoe het kan dat er meer nadelen dan voordelen zijn. Daar heeft ie al die tijd toch niet zoveel voor gedronken? Maar Herman trekt de conclusie dat hij dan maar beter niet meer kan drinken. En doet dit vervolgens ook.

Karlijn de Groot is preventiewerker bij Tactus.
3 Karlijn de Groot

Lees meer »

Het begon met lijm

Als kind leefde je op straat en raakte je verslaafd aan drugs. Je hebt me weleens verteld dat je bent begonnen met het snuiven van lijm. Als jonge vent ben je naar Nederland gekomen om bij een verslavingsinstelling mensen op alternatieve wijze te laten afkicken. Na jaren van omzwervingen door Nederland heb je nu een kamer gevonden. Van de harddrugs ben je inmiddels al een aantal jaar af. Alcohol is het middel dat je dagelijks gebruikt en soms iets meer dan je eigenlijk zou willen. 

Je zit op een lage dosis methadon en hebt de wens om dit af te bouwen. Tijdens je werk ervaar je hiervan namelijk veel nadelen; overmatig zweten bijvoorbeeld. Tijdens je vakantie ben je naar de kliniek gegaan om de methadon af te bouwen. Daar blijkt echter dat de klachten die je hebt eigenlijk zijn ontstaan doordat je op een te lage dosering zit en je methadon te vroeg in de ochtend inneemt. Met een verhoogde dosis ga je weer naar huis. Het advies om minder te drinken neem je tot je, maar blijkt lastig te realiseren.  

Een paar maanden later zitten we samen bij de verslavingsarts voor de halfjaarlijkse controle. Je vertelt dat je de opname als goed hebt ervaren. Ook al is de methadon opgehoogd en alcoholgebruik toegenomen. Je hebt bloed geprikt en je leverwaarden en bloeddruk blijken te hoog te liggen. Je geeft aan dat je veel stress ervaart op de plek waar je op dit moment woont, je wilt graag verhuizen. De mogelijkheden zijn echter beperkt.

We spreken af om woonbegeleiding in te zetten om je te ondersteunen in je zoektocht naar een andere woonomgeving. Ook gaan we bezig met afbouwen van alcohol en een gezonde leefstijl. Je wens om af te bouwen van de methadon schuiven we even voor ons uit. Tot de volgende controle.

Jipke Nab is maatschappelijk werker bij Tactus
Jipke

Lees meer »

Relatie

Sinds een paar maanden heeft Tina een relatie. Ze heeft het gevoel dat dit haar leven compleet maakt. Eindelijk heb ik op m’n 40e alles wat ik altijd heb gewild! Huisje, boompje beestje. 

Van die 40 jaar is ze 20 jaar verslaafd geweest, heeft soms op straat geleefd en in detentie gezeten. Het waren 20 zware jaren, tropenjaren noemt ze het zelf. De laatste 5 jaar heeft ze haar leven weer opgebouwd. Een eigen huis, een omgangsregeling met haar kinderen en nu een vriend. Ze heeft hard gewerkt om dit te bereiken, dat is ze wel met me eens. “Ik voel me gelukkig”,  zegt ze tegen me. “En dat maakt me zo bang.” Alle gevoelens van intimiteit, liefde en geluk zijn moeilijk en maken haar onzeker. Ze is bang om deze positieve gevoelens te ervaren en van dit moment te genieten.

Contacten
Haar vorige relatie was er een waar veel middelengebruik bij kwam kijken. Nu is ze clean. Alle gevoelens komen keihard binnen en dat is heftig.  In haar hoofd hoort ze haar stiefmoeder tegen haar zeggen dat ze het niet kan, dat ze een mislukkeling is. Hierdoor gaat ze steeds aan zichzelf twijfelen.  Aan haar relatie twijfelt ze niet, daarover is ze heel zeker en ze merkt dat dit een positieve uitwerking heeft op van alles. Zo wordt ze op straat zomaar aangesproken en krijgt ze te horen dat ze straalt. Ze weet niet goed hoe ze hier mee om moet gaan. Haar netwerk bestond uit contacten met lotgenoten;  dat is veilig en overzichtelijk. Nu begint ze ineens wat op te bouwen in een andere wereld en het maakt haar onzeker en bang. Want als je meer hebt, kun je ook meer verliezen.

Jipke Nab is maatschappelijk werker bij Tactus
Jipke

Lees meer »

Eerste opname

Op de plek waar hij woont loopt hij tegen problemen aan. Hij is passief, trekt zich terug op zijn kamer, komt afspraken niet na en is verbaal agressief tegen begeleiders.

Het lukt hem niet om naar dagbesteding te gaan. We hebben gesprekken over hoe een detoxopname voor een week hem zou kunnen helpen om te ontgiften en de spiraal te doorbreken. Als uiteindelijk de oproep voor de detoxopname komt aarzelt hij niet en pakt zijn tas. Zijn eerste opname binnen de verslavingszorg.
Na een paar dagen bezoek ik hem op de detoxafdeling. Met de bedoeling om te praten over hoe hij verder wil na de opname en wat hij nodig heeft van mij en zijn begeleiders om gestopt te blijven.

Boos en verdrietig, zijn gezicht vol met tranen, stormt hij de kamer binnen. Boos op de staf omdat hij gestoord is tijdens het douchen. Hij laat zijn emoties even de vrije loop en na de nodige tranen vertelt hij me hoe hij deze eerste opname ervaart. Hij heeft veel last van ontwenning, waardoor hij moe is en prikkelbaar. De heftige verhalen die hij op de afdeling hoort, van anderen die veel langer dan hem verslaafd zijn, maken veel indruk op hem. De staf die hem op het verkeerde moment op de verkeerde manier aanspreekt als hij zich niet aan de afspraken op de afdeling houdt. Het liefst wil hij naar huis, naar zijn eigen begeleiders. Die weten tenminste hoe ze met hem om moeten gaan. Of hij niet met me kan meerijden.

Als de emoties wat zijn gezakt en hij een sigaretje heeft gerookt praten we verder. Hij heeft veel goede ideeën over wat te doen om risico’s te vermijden en hoe hij hier hulp bij kan vragen. We spreken af dat hij dit op papier zet en meeneemt als hij naar huis gaat. Zodat hij het met z’n begeleiding kan oppakken. Als ik hem vier dagen later ophaal van de detox om naar huis te gaan is hij verdrietig. Zo boos als hij een aantal dagen geleden was over de opname, de mensen en de staf, zo positief is hij nu. Hij heeft veel steun gehad aan de staf de afgelopen tiendagen. Bij het afscheid laat hij zijn tranen wederom de vrije loop. Afscheid nemen vindt hij moeilijk. Hoewel hij terugkijkt op een goede tijd wil hij toch nooit, maar dan ook nooit meer opgenomen worden.

Jipke Nab is maatschappelijk werker bij Tactus
Jipke

Lees meer »

Bij moeder thuis

Stabilisatie is het doel. Toen ik als casemanager contact kreeg met Henk kreeg ik dat overgedragen. Die boodschap deed mij vermoeden dat ik maar niet teveel moest verwachten.

Man van middelbare leeftijd, al zo’n jaar of 25 bij Tactus in behandeling. Chronisch verslaafd: heroïne, cocaïne, benzodiazepinen, alcohol en cannabis. De heroïne is jaren geleden afgezworen door deelname aan het methadonprogramma. Maar het middelengebruik heeft zijn tol geëist: er is duidelijk hersenschade wat zich uit in vergeetachtigheid en snel overprikkeld zijn.
In al die jaren heeft hij ontelbare opnames achter de rug; van detox en interne motivatiegroep tot leefgroep en diagnostiek. Naar aanleiding van de opnames is hem meerdere keren geadviseerd beschermd te gaan wonen en niet langer bij zijn moeder. Dat kan de ondersteuning geven die nodig om zijn doel te halen: abstinentie van alle middelen.

Wonend bij zijn moeder lukt het hem niet om weerstand te bieden tegen de verleidingen om hem heen. Hij blijft cannabis gebruiken en wanneer de uitkering binnen is gaat deze op aan cocaïne die hem wordt aangesmeerd op de binnenplaats. Het liefste wil hij stoppen met al het gebruik zodat hij zijn leven weer meer zin kan geven.
Wanneer er een chronische ziekte wordt vastgesteld zijn er veel twijfels over of hij hiermee kan omgaan. Het vergt aanpassing van zijn levensstijl en we vragen soms af of hij hier voldoende draagkracht voor heeft. Opnieuw trekken we alles uit de kast om hem te overtuigen dat hij beter af is in een beschermde woonomgeving. Maar Henk is eigenwijs, hij wil het niet en blijft bij moeder wonen.

Inmiddels zijn we een paar jaar verder. Ondanks zijn chronische ziekte en zijn aanhoudende gebruik is het hem gelukt om zijn leefstijl te verbeteren. Hij is aangekomen in gewicht en neemt met regelmaat zijn medicatie. Zijn ziekte is stabiel en het lukt hem zelfs om weer dagbesteding op te pakken. Henk woont nog wel steeds bij zijn moeder.

Jipke Nab is maatschappelijk werker bij Tactus
Jipke

Lees meer »

De problemen van Nicky

‘Daar heb ik toch een andere visie op’, zegt de moeder. Ik hoor duidelijk enige weerstand in haar stem doorklinken, terwijl ik haar advies geef naar aanleiding van het gedrag van haar dochter.

Ik ben telefonisch in gesprek met de moeder van Nicky, een dertienjarige jongedame met op dit moment twee problemen. Ze heeft, en daar voelt ze zich erg vervelend over, tegen de afspraak in alcohol gedronken. En ze heeft een boze moeder.
Hetgeen waar moeder een andere visie op heeft,  is het advies dat ik haar gaf. Ik adviseerde moeder aan Nicky aan te geven dat ze ziet dat Nicky zich erg vervelend voelt en dat ze begrijpt dat Nicky bezweken is voor de druk van haar vrienden. Moeder geeft aan dat ze dat niet gedaan heeft omdat ze daarmee het gedrag zou goedkeuren. En Nicky daarmee eigenlijk toestemming geeft om het de volgende keer weer te doen. Ik stel: ‘dus ik begrijp dat je je erg vervelend hebt gevoeld, is hetzelfde als ik vind het goed dat je alcohol drinkt?”. Als ik het zo stelde, dan was het inderdaad niet hetzelfde.

Toch is dit een worsteling waar deze moeder zeker niet alleen mee worstelt. Als ik één advies zou mogen geven aan ouders: als je je je zorgen maakt over het gedrag van je kind inzake het onderwerp drank en drugs: Inleven in de situatie van je kind en daar begrip voor tonen, is verreweg de meest effectieve strategie!

Karlijn de Groot is preventiewerker bij Tactus
3 Karlijn de Groot

Meer weten over Tactus? www.tactus.nl

Lees meer »

Een ander gesprek

Daar zit ik dan; tijd voor een opfriscursus. Leuk en nuttig, maar ik zie er ook altijd tegenop. Ik ben veel op huisbezoeken en beheer mijn eigen agenda. Een hele dag zitten en luisteren is dan een uitdaging.

Gelukkig mag ik bij de cursus motiverende gespreksvoering ook wat doen, tenminste dat hoop ik. In twee dagen hoop ik mijn gespreksvaardigheden weer wat op te halen en daarmee te werken aan professionalisering. Verdieping in de motiverende gespreksvoering is voor mij inmiddels een jaar of vier geleden. Als tijdens de start van de cursus wordt gevraagd wat ik me daar van kan herinneren, heb ik even geen pasklaar antwoord…

Rode draad
Om onze gespreksvaardigheden te oefenen wordt ons gevraagd zelf een doel te benoemen. Na even nadenken kies ik voor het doel minder ad hoc reageren. Tijdens mijn werk komt er vaak veel op me af en vind ik het soms moeilijk om de rode draad vast te houden. Door middel van de motiverende gespreksvoering gaan we dit verder met elkaar bespreken. Ook bespreken we casussen die we zelf lastig vinden en oefenen hiermee bij elkaar. Op deze manier kunnen we dus verschillende situaties oefenen.

Het is erg confronterend hoe moeilijk het is om niet te oordelen en vast te houden aan het onderwerp wanneer een collega een nogal vermijdende cliënt speelt. Ik vind het lastig niet te oordelen over cliënten die ik langere tijd ken en waar ik een mening over heb. Nu oefenen om dit in te zetten. Komende tijd weer even bewust bezig zijn met mijn gespreksvoering en vol goede moed op naar dag 2.

Jipke Nab is maatschappelijk werker bij Tactus.
Jipke

Lees meer »

Kleurrijke situaties

Wat heb ik een leuke baan! Soms zit ik ergens op een bank, en stap ik even in mijn denkbeeldige helikopter, om te aanschouwen in welke kleurrijke situatie ik nu weer ben beland. Ik zit op een fluweel rode bank, met daarover een bonte verzameling aan fleece dekens. “Zo’n bank is niet schoon te houden”, is mij uitvoerig uitgelegd (inclusief de schoonmaakmiddelen die helemaal niet, of juist wel, werken bij de diverse type vlekken). Links van mij ligt een veel te dikke Chihuahua, mooi te wezen in een roze Chihuahua-trainingspak. Rechts zit ook zo’n type hondje. Hij doet vreselijk z’n best ook een deel van mijn aandacht te krijgen, wat hem gedurende het gesprek aardig lukt. Op de grond ligt iets van het type vechthond. “Hij doet niets, hoor”, maar ik hou er niet zo van. Dan is er nog een kooi met een papegaai, een aquarium met tropische vissen en een bonte verzameling porseleinen poezen. Ook goed om te noemen, want dat beeld zou uit bovenstaande kunnen ontstaan, is dat ik niet in een gemiddelde gezinswoning ben. Ik zit op een bank in écht een heel klein huisje. Zo was ik, onderweg naar de bank waar ik op zit, als de dood dat ik met mijn tas (ik sta niet bekend om mijn souplesse en fijne motoriek) een stenen kat of de flat screen tv omver zou kegelen. Prachtige plek om mijn werk te doen; daar zal ik in een ander stukje wel weer over verhalen.

Karlijn de Groot is preventiewerker bij Tactus.
3 Karlijn de Groot

Lees meer »

Waar moet je beginnen?

Somber staart hij naar de grond. Hij kijkt me moedeloos en somber aan; het wordt hem allemaal te veel. En ik weet ook heel even niet meer waar ik het voor doe.Ivan is sinds een week of 8 gestopt met het roken van cannabis. Na een week detox is hij weer naar huis gegaan en wordt de behandeling ambulant voortgezet. Sindsdien zien we elkaar bijna wekelijks. Hij rookte elke dag meerdere joints. Dit was nooit een probleem tot er werd gereorganiseerd op zijn werk en hij thuis kwam te zitten. Eenmaal thuis ging hij bij de pakken neer zitten, het cannabisgebruik nam toe. Zijn dagen vulde hij met gamen en blowen. De gordijnen van zijn huis gingen nauwelijks meer open. Hij besefte zich dat hij werk moest gaan zoeken om weer voldoening en structuur in zijn leven te krijgen. Via het uitzendbureau had hij vrij snel werk gevonden. Door het toegenomen gebruik lukte het hem niet meer zich te concentreren op het werk en de opdrachten te overzien. Al na twee dagen bleef hij thuis en nam het besluit zich aan te melden bij Tactus.

Actielijst
Vandaag heeft hij het moeilijk, zijn problemen lijken nuchter groter dan ooit tevoren. De schulden zijn torenhoog. Zijn sociale netwerk wordt kleiner nu zijn vrienden die gebruiken niets meer van zich laten horen. Hij zit somber op de bank en weet niet goed waar hij moet beginnen. Het lucht op om zijn verhaal te vertellen. In overleg maken we een actielijst van dingen die hij wil aanpakken. Want dat er wat moet veranderen dat weet hij zeker, alleen weet hij niet goed waar te beginnen.

Jipke Nab is maatschappelijk werker bij Tactus
Jipke

Lees meer »

Nieuw leven

Het lukt je niet om een baan te houden en komt thuis te zitten. Voor iemand voor wie het leven bestaat uit werken is dat verschrikkelijk. Je zat er helemaal doorheen op dat moment, gebruikte steeds meer alcohol. De sombere en suïcidale gedachten nemen toe. Je stemming beïnvloedt je hele leven, waardoor je soms moeilijk aan dingen toe komt. Zelfs je huis kom je niet uit. Je besluit je aan te melden bij Tactus en geeft jezelf een jaar om aan jezelf te werken. Om te werken aan een nieuw leven.

Inmiddels is dat jaar voorbij. Een klinische opname en ambulante behandeling hebben veel van je gevraagd. Van je oude leven heb je inmiddels afscheid genomen. De meeste vrienden zie je niet meer omdat ze (te veel) gebruiken. De spullen die je herinnerden aan je oude leven zijn de deur uit. 

Je ongeduld is gebleven; het kan niet snel genoeg gaan. Stukje bij beetje wordt het middels behandeling en diagnostiek duidelijk waarom het je niet lukt om je leven op orde te krijgen en te houden. Anders dan een jaar geleden wil je graag leren omgaan met je problemen. Je lijkt meer en meer te accepteren dat je leven er anders uit gaat zien. Je bent klaar om afscheid te nemen van je oude leven.

De komende periode richten we ons op het opbouwen van een nieuw leven en een nieuw netwerk. Op dit moment kies je ervoor om hulp toe te laten en dat is een enorme stap.

Jipke Nab is maatschappelijk werker bij Tactus.

Jipke

Lees meer »

Dubbel

De meeste mensen met een verslaving , hebben daarnaast ook last van psychische problemen.  Ik heb mezelf ook geruime tijd tot deze groep kunnen rekenen.

Het moet ergens in 1999 zijn geweest. Ik was depressief, had me afgesloten voor vrienden en familie en kwam bijna niet meer buiten. Mijn leven ging nergens naar toe. Iemand in mijn omgeving gebruikte heroïne. Tot dat moment had ik nooit de behoefte gehad het te proberen, maar ik voelde me zo slecht dat ik vroeg of ik ook een beetje mocht roken. Had ik het maar nooit gedaan; er was me veel ellende bespaard gebleven. Maar op dat moment vond ik het effect van de heroïne erg lekker. Er daalde een soort tevredenheid over me neer, ik voelde de somberheid niet langer. Het was de start van een verslaving die zeven jaar duurde.

Onderliggend
Ik ben tussen twee periodes van verslaving in acht jaar clean geweest. Maar vraag me niet hoe; ik ging erg gebukt onder mijn psychische problemen. Het leidde tot een opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Wat ik wil zeggen met dit verhaal is dat er naast aandacht voor de verslaving ook gewerkt moet worden aan de onderliggende psychische problematiek. In mijn ervaring werd daar vroeger weinig aandacht aan geschonken. Nu komt het veel vaker voor dat beide problemen samen worden behandeld.

Stabiel
Voor mij kwam het keerpunt toen ik in contact kwam met een zeer deskundige psychiater. Na jaren van kwakkelen vond ik een combinatie van medicijnen die goed werkten tegen de depressie, psychoses en angst. Ik ga daarnaast naar een psycholoog en bezoek elke maandagavond de Intact-groep (Intact is de herstel- en zelfhulpgroep van Tactus). Nu ik geestelijk stabiel ben voel ik ook niet langer de behoefte om te gebruiken. Herstel van psychische problemen en van verslaving zijn bij mij hand in hand gegaan.
Melanie is 39 jaar en was in totaal 7 jaar verslaafd aan heroïne.
Melanie
Interesse in lotgenotencontact? Kijk eens op www.intactzelfhulp.nl

Lees meer »

Choose life

Choose life. Dat is wat ik op 13 april 2015 heb gedaan. Ik had al te lang in het zielloze donker geleefd. Eén vijfde van mijn leven heb ik aan de heroïne gegeven. Dat lijkt me lang genoeg.

In de maanden voorafgaand aan die 13e april voelde ik iets wringen, mijn ziel kwam in opstand. Verslaving is een eindeloze herhaling van zetten. Elke dag ziet er ongeveer hetzelfde uit. Ik was toe aan iets anders, iets nieuws. Ik was er aan toe om te leven.
Ik kan gelukkig zeggen dat de missie geslaagd is. Mijn leven is bij lange na niet perfect (wat dat ook mag zijn), maar ik kan voor het eerst in jaren zeggen dat ik tevreden ben. Ik ben wel eens eerder gestopt, maar ben er achter gekomen dat herstel niet alleen betekent dat je ophoudt met het gebruiken van middelen. Het is zaak een heel nieuw leven op te bouwen, met alles wat daarbij hoort. En dat is zeker niet makkelijk.

Kansen
Wat mij heeft geholpen is mij niet langer te laten leiden door mijn angsten. Dat heb ik veel te lang gedaan. Ik heb van alles aangegrepen om uit het diepe dal van mijn verslaving te komen. Soms stond ik bij een nieuwe uitdaging te trillen van de spanning, maar achteraf bleek het dan mee te vallen en was ik blij dat ik het gedaan had. Ik heb gemerkt dat als je je aan het leven overgeeft er vanzelf kansen op je pad komen.
Het schrijven voor dit blog bijvoorbeeld. Het is iets kleins, maar ik had een half jaar geleden niet kunnen bedenken dat dit zou gebeuren. Ik zie het als een uitdaging.

Shite
De titel van deze column komt uit de film Trainspotting, een hallucinerend verslag van het leven van een groep jonge drugsverslaafden in de Schotse stad Edinburgh. Ik sluit af met een quote uit deze film:
“By definition, you have to live until you die. Better to make that life as complete and enjoyable an experience as possible, in case death is shite, which I suspect it will be.”

Melanie is 39 jaar en was in totaal 7 jaar verslaafd aan heroïne.

Melanie

Lees meer »

Een verbindend symposium (2)


Vervolg van dit blog

Jerry Bélanger was medeorganisator van het Symposium Inclusie & Verbinding in de Piet Roordakliniek in Zutphen. In een tweedelig blog deelt hij zijn ervaringen van deze dag.

Na het herstelbuffet was het tijd voor een tweetal workshops. Deze werden verzorgd door respectievelijk Janite Brands en Tofik Boughrini die op hun eigen wijze vorm gaven aan herstel. Janite die middels 10 principes uitlegde wat herstelondersteunend werken inhoud binnen de wijkteams in Arnhem, en welke moeilijkheden daarbij aan de orde komen. En Tofik die op enthousiaste wijze de zaal actief in beweging kreeg bij het samen creëren van een herstelrap. Op zijn manier wist ook hij de vinger op de zere plek te leggen.

Deze knelpunten komen wij ook tegen binnen klinieken en Fact-teams. In de ochtend schuurden we al eerder tegen deze punten met enkele stellingen. Zo werd er op de stelling; ‘Gestandaardiseerde zorg binnen onze klinieken is goed!!’ bevlogen gereageerd door het aanwezige publiek. Standaarden zijn goed’ en “Hoe behoud je afstand/nabijheid zowel voor cliënt als ook voor personeel?” waren enkele reacties vanuit het panel en de zaal. ‘Professionele afstand houden zou het contact met de cliënt stagneren’, zo werd er gezegd. Voorbij het wij/jullie kijken, het moet wij worden…. Het wij/zij gevoel kan voor verbinding zorgen en een kloof slaan tussen cliënt en hulpverlener. Door in contact te komen en te blijven met elkaar zou je dit kunnen overbruggen.

Ervaringsdeskundigen zijn handelaren in hoop, zo werd er gesteld. Hoe houd je hoop als behandelaar? De stelling “De structuur op de afdeling is er voor de mensen die er zijn opgenomen!” werd keurig aan flarden gereten door de conclusie dat structuur er voor zowel de cliënt als ook het personeel zou moeten zijn. Verbinding en destigmatiseren begint bij jezelf, zo luidde het devies.

Na een kort intermezzo van Rick en Jerry over het out of the box denken waarbij herstel gezien kan worden als geloof in eigen kunnen, was als laatste spreker de beurt aan Michael Kaptein. Zijn kwetsbare en integere manier van vertellen over zijn ervaringen met armoede, inclusie en het leven liet menig toeschouwer ontroerd achter.

Jerry Belanger is ervaringsdeskundige in opleiding

Lees meer »

Terugval

De vriend van Riet belt. Ze is aan het drinken, en heftig ook. Redenen om haar de deur te wijzen. Ze hebben een stacaravan en op dit soort momenten zoekt ze daar haar onderkomen. Nu heeft hij al dagen niets van haar gehoord. Het excessief drinken in combinatie met haar suikerziekte kan voor ernstig schommelingen in het bloedsuiker zorgen. Daarom adviseer ik hem de politie op de hoogte te stellen dat ze zoek is. Mochten ze haar vinden dan weten ze dat ze medische zorg nodig heeft.

‘Ze klonk nuchter’

Dezelfde middag ontvang ik een telefoontje van haar vader. Ze heeft contact gezocht en ze klonk nuchter. Ze wilde echter niet zeggen waar ze was en wanneer ze terug zou komen. De volgende dag zie ik dat ze me heeft gebeld. Als ik terugbel pakt ze direct op. Ze vertelt ‘sterk’ te drinken en bij een vriend buiten de stad te verblijven. Ze wil graag een afspraak maken, maar niet vandaag. Na het weekeinde wil ze weer stoppen met drinken; ze is er nu nog niet klaar voor.

Saai leven

Na het weekeinde verteld ze me dat er eigenlijk geen duidelijke aanleiding was voor deze terugval. Alleen werd haar leven een beetje saai. Elke dag hetzelfde, een vriend die een uitgebluste indruk maakt, een zoon die ouder wordt en haar zorg steeds minder nodig heeft. Tijd dus om haar leven weer zelf in te vullen; daar heeft ze wel moeite mee. Ze wil nu wel weer graag stoppen en we maken afspraken over hoe ze de drank gaat afbouwen de komende dagen. Dagelijks hebben we contact om te bespreken wat haar plannen zijn en hoe ze met de trek om kan gaan.

Draad oppakken
Later die week zoek ik haar weer op. Het lukt om te minderen met de drank, maar ze ziet enorm op tegen het contact met haar vriend. Ze hebben elkaar afgelopen week tijdens haar terugval veel verwijten gemaakt. Hij is teleurgesteld en gekwetst. We bespreken de risico’s in deze situatie en hoe ze kan voorkomen dat dit opnieuw leidt tot drankgebruik. We spreken af dat we met z’n drieën om tafel gaan om te bespreken hoe verder de komende tijd. Geweldig dat het haar weer is gelukt om zelf de draad op te pakken!

Jipke Nab is maatschappelijk werker bij Tactus
Jipke

Lees meer »

De trouwerij

Zoals elke dinsdagochtend bel ik om 09.03 uur aan bij Sjaak. Hij zwaait de deur open en roept, zoals hij dit elke dinsdagochtend roept, luid: Je bent te laat! 

Dat klopt, mijn koffie was nog heet en aan weggooien doe ik niet. Nee, beaamt Sjaak, koffie weggooien is niet slim, want jij zonder koffie is als een heks zonder bezem! Blijkbaar ziet Sjaak aan mijn blik dat ik even niet weet of hij me zojuist beledigd of geprezen heeft om mijn eerlijkheid, want hij begint te lachen en roept: Tijd voor je tweede bak koffie!

Trouwfoto’s
Na alle vragen beantwoord te hebben over de post- en regelzaken, het gemopper over de dagbesteding aangehoord te hebben en de wekelijkse perikelen van onderbuurvrouw Toos te hebben ontvangen, richt het vragenvuur zich op mij: heb je al een locatie voor je trouwfoto’s? Ik neem jouw trouwdag vrij en kom kijken! Nou Sjaak, doe geen moeite want ik trouw niet in de buurt, maar 70 kilometer verderop! Daar had Sjaak niets mee te maken, want hij wilde toch echt zijn begeleidster zien in een witte jurk.

Ik heb geprobeerd de onderhandeling aan te gaan door te beloven dat ik nadien een trouwfoto zou laten zien, maar daar neemt Sjaak geen genoegen mee. En even weet ik weer waarom ik in de hulpverlening werk en niet in de sales. Hij moest en zou zelf een foto maken en als ik het niet wilde vertellen dan kwam hij er via een andere weg wel achter. Als ik niet beter zou weten, klonk het bijna dreigend. Gelukkig gaan we al een aantal jaren samen door de hulpverleningsdeur en kan ik wel om zijn grappen en grollen lachen.

Regelmaat
Dat ik al een jaar bezig ben met het plannen van mijn bruiloft is voor Sjaak net zo spannend als voor mij. De bruiloft op zich niet, maar wel het feit dat ik al mijn vakantiedagen heb gespaard om daarna vier weken vrij te zijn. Sjaak vindt deze situaties lastig; de regelmaat en duidelijkheid is voor zijn gevoel dan even weg. Toch hebben we goed kunnen toewerken naar mijn vervanging en heeft mijn collega Sjaak prima kunnen begeleiden tijdens mijn afwezigheid.

Inmiddels is het dé dag, de zon schijnt en in mijn witte jurk loop ik samen met mijn aanstaande en de fotograaf naar de ingang van het park. In de verte hoor ik iemand mijn naam roepen en wanneer ik me omdraai zie ik een man aan komen fietsen met een mobiel in zijn hand, klaar om dé foto te maken. ”Ik zei het je toch? Nu even lachen voor de foto samen en veel plezier vandaag!” Hij stapt op zijn fiets en vertrekt weer. Lachend zeg ik tegen mijn aanstaande: “En daarom heb ik de leukste baan!”

Madelon Huizinga is ambulant woonbegeleider bij Tactus.
Madelon

Lees meer »

Gabbertje

Negen maanden en een paar uitglijders verder ben je nog steeds abstinent. Van het gabbertje dat je 15 jaar geleden was is intussen niet veel meer over. Dagelijks gebruikte je speed, of pep zoals je dat noemt. Je werkte wat en je dealde wat. Twee jaar geleden nam je het besluit dat het genoeg is geweest. Het roer moest om. Je bent de liefde van je leven achterna gereisd. Je dacht dat dit de oplossing zou zijn, maar hier begon het pas. 

Op een kamer in een nieuwe stad probeer je het speedgebruik achter je te laten en voor je nieuwe vriendin te gaan. Dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Het lukt je de pep achter je te laten, maar de alcohol lacht je steeds vaker toe. Wat begon met twee blikken eindigt in veel ruzie met je vriendin. 

Meerder keren heb je geprobeerd om ambulant te stoppen; een behandeling te volgen. Opnieuw afspraken maken met je vriendin over zakgeld en aantallen bier. Het hielp niet genoeg om echt te stoppen. We hebben in deze periode veel gesproken over de voordelen van  een opname, maar de motivatie is niet groot genoeg. 

Na de zoveelste terugval in speedgebruik , stelt je vriendin een grens, gesterkt door het naastenweekend dat ze bij Intact heeft bijgewoond. Ze wil dat je je laat opnemen, anders stopt ze ermee. Om dit kracht bij te zetten zet ze je op straat...

De eerste kliniek bleek geen match; een andere kliniek, wat verder weg van je huidige woonplek, bleek een schot in de roos. Na de behandeling ben je gestart met refusal, voor jou een stok achter de deur om niet meer te drinken. We zijn nu negen maanden verder. Je raakt gewend aan de dagelijkse sleur, je bloeit op bij de structuur en regelmaat die je eerder zo vervloekte. Het is genieten, zoveel tijd met je vriendin door te brengen en zo gelukkig te zijn. Nieuwe dingen maken je nog onzeker en sommige risico’s vermijd je liever op dit moment. Dat is iets waar we de komende maanden  aan gaan werken.

Jipke Nab is maatschappelijk werker bij Tactus
Jipke

Lees meer »

Intimiteit

Onder de bewoners van het hostel is er ook behoefte aan intimiteit met een vrouw. Maar hoe maak je dat bespreekbaar als bewoner? Een beladen onderwerp waar je niet zo over praat.

Tijdens een gesprek met een woonbegeleidster je gulp openen, oneerbiedige voorstellen doen aan een medebewoonster, seksuele grapjes maken naar begeleidsters; zomaar een paar voorbeelden van seksueel onaanvaardbaar gedrag. Op het ene moment is het rustig in het hostel; op een ander moment lijkt het wel een verzamelplek voor pubers met gillende hormonen.

Frustratie
Hier moest ik iets mee, vond ik en dus ben ik met de betreffende heren in gesprek gegaan. Wat is jullie behoefte en hoe ga je hiermee om? Met de nodige humor had ik hun aandacht en het werd een open gesprek. Er kwamen ook veel emoties bij kijken, ze zijn opgewonden en missen de intimiteit met een vrouw, maar hebben geen relatie. Ze voelen zich alleen, eenzaam en dat frustreert ze.

Behoefte
Tijdens het gesprek stel ik Flekszorg voor, een organisatie waar je een uur met een seksverzorgende kunt boeken. In eerste instantie lijkt het de cliënten wel wat. Maar als we aankomen bij de betaling worden ze toch wat terughoudend. Geld uitgeven betekent geen extra geld aan kunnen wenden voor gebruik. Op zulke momenten is gebruik en de behoefte aan gebruik dan toch belangrijker en groter.
Tot ze op een gegeven moment weer opgewonden zijn, zich eenzaam voelen en weer over de schreef gaan. Ik heb telefonisch contact gehad met Flekszorg en informatiefolders aangevraagd. Op dit moment is het in elk geval weer rustig in het hostel.

Roy de Groot Heupner is sociotherapeut in een woonvoorziening van Tactus
Roy

Lees meer »

Crisis!

Stiekem moet ik altijd een beetje gniffelen als ik iemand in mijn omgeving hoor reageren op het feit dat ik én in de verslavingszorg werk én dan ook nog op de crisis/detox afdeling. Want, jeetje… is dat niet heel heftig wordt er dan met grote ogen gevraagd?! Dat is zo’n beetje de standaardreactie die ik krijg wanneer mensen met name het woord ‘crisis’ (!) horen. En eerlijk is eerlijk, dat was ook mijn reactie toen ik hoorde dat ik stage zou gaan lopen op de crisisafdeling bij Tactus, inmiddels al een aantal jaren geleden.

Grappig hoe één woord de hele lading lijkt te dekken, maar eigenlijk zo ver van de realiteit ligt. De realiteit is namelijk dat hier op de crisis/detox afdeling inderdaad mensen opgenomen kunnen worden die uit een crisissituatie komen. Mensen als jij en ik die helaas in een situatie zitten waarbij meestal sprake is van gebruik van middelen waar ze niet meer zelf uitkomen. Soms zijn dit mensen die mijn collega’s en ik al jaren kennen. Maar het zijn ook mensen die voor het eerst met de verslavingszorg in aanraking komen.

Ruimte en rust
Door af en toe een verhaal op dit blog te schrijven hoop ik te bewijzen hoe niet-crisiserig (volgens mij is dat geen Nederlands, maar omschrijft het precies wat ik bedoel…) onze crisis/detox afdeling eigenlijk is. Hoe rustig en relaxed het op onze crisisafdeling kan zijn. Hoe de cliënten die hier in crisis opgenomen worden de tijd, ruimte en rust krijgen om ‘de crisis’ even van zich af te kunnen zetten. Maar vooral hoe crisis zeker niet de lading van onze crisisafdeling dekt.

Jolien Jongeling is verpleegkundige bij Tactus
Jolien

 

Lees meer »

Roze wolk

Ik ben officieel van mijn roze wolk gevallen. Roze wolk? Ja, de eerste weken nadat ik gestopt was met heroïne waren lichamelijk en geestelijk moeilijk, maar daarna begon ik me erg goed te voelen. Ik stortte me met volle overgave in het leven. Ging allerlei uitdagingen aan. Als ik er zo op terug kijk was ik bijna manisch. High on life.

Tot ongeveer een maand geleden. De somberheid kwam terug. De angsten werden weer erger. Aan het eind van de dag vroeg ik me weer af waar ik het allemaal voor deed. Het lijkt soms allemaal zo futiel…

Met andere woorden: ik ben weer terug op aarde. Ik heb goede, maar ook slechte dagen. Net zoals iedereen. Ik mis mijn roze wolkje wel. It was good while it lasted. Ik ben trouwens niet de enige die ervaring heeft met dit fenomeen. Een rondje op het web leert dat hordes mensen dit hebben meegemaakt.
Wat nu? Ik denk dat ik op slechte dagen in het oog moet houden dat het wel weer beter zal gaan. Alles gaat voorbij. En ik zal proberen extra te genieten van de goede dagen en de geluksmomentjes.

Melanie is 39 jaar en was in totaal 7 jaar verslaafd aan heroïne.

Melanie
Interesse in lotgenotencontact? Kijk eens op www.intactzelfhulp.nl

Lees meer »

Zelfbeeld

Dat is nog eens leuk. Ik krijg op mijn telefoon een berichtje met foto van een cliënt die ik regelmatig bezoek in het begeleid wonen project’ waar hij woont. “Kijk …jippie, ik ben geslaagd!!!”.

Hij is opgetogen, want geslaagd voor zijn eerste cursus ‘Begin maken met herstel’. Hij noemt het geslaagd, maar van ‘slagen’ is feitelijk geen sprake. Het is een certificaat dat je krijgt als je deelneemt aan de cursus. Maar juist dat ‘geslaagd zijn’ blijkt voor hem een belangrijk thema wanneer ik hem enkele dagen later bezoek.
Hij vertelt dat hij in zijn jeugd zo vaak, van met name zijn moeder, te horen heeft gekregen dat hij niet zou kunnen leren en zwakbegaafd was dat hij dit zelf ook is gaan geloven. “Dan had ik ruzie met een ander kind op straat en dan kwam mijn moeder er aan en zei dan: ach, je hoeft hem niet serieus te nemen hoor; hij is toch zwakbegaafd”.

Eigen initiatief
Elke keer als hij ergens mee wilde beginnen, of dit nu sport, hobby of opleiding was, werd hem dit ontmoedigd. Want hij zou dat toch niet kunnen. Te dom, te stom; een loser op alle gebieden. Zijn jarenlange verslaving heeft ook niet bepaald bijgedragen aan een positief zelfbeeld. En tóch: nu is hij eindelijk wél voor iets geslaagd! En dan ook nog eens een cursus die hij op eigen initiatief is gaan volgen en die voor hem heel belangrijk is geworden. Een cursus waarbij je met anderen in gesprek gaat en van elkaar leert wat voor jouw herstel belangrijk is of kan worden. En om daar dan een ‘diploma’ voor te krijgen is iets waar hij trots op is. En terecht!

Trots
Mooi om mee te maken dat iemand eindelijk, vaak na jaren, een echte ommekeer maakt. En dan zo zijn best doet om zich staande te houden en iets goeds van zijn leven te maken. Verslaving is en blijft een chronische ziekte waar je levenslang rekening mee moet blijven houden. En het valt niet altijd mee toch de moed er in te houden wanneer je veel verloren hebt. Vaak mede door eigen toedoen waardoor je ook nog eens dat knagende schuldgevoel met je mee draagt.
En dat iemand dan toch probeert ondanks alle beperkingen zijn leven weer betekenis te geven. Leert kijken naar wat hij wél kan en goed doet. Dat is dan zo belangrijk. Alle reden om trots te zijn.
Op naar de volgende cursus!

Cisca Terlouw is geestelijk verzorger bij Tactus Verslavingszorg.

Cisca Terlouw

Lees meer »

De SwifferSint

Met het oog op de naderende feestdagen laten we u nog even meelezen met het blog van Jolien Jongeling over haar ervaringen met werken tijdens de feestdagen.

Mijn collega’s en ik hebben tijdens de feestdagen gewerkt; voor ons heel normaal. Het bijzondere is dat feestdagen in onze kliniek eigenlijk helemaal zo gek nog niet zijn. Natuurlijk moet je het ‘geluk’ hebben dat er een groep cliënten binnen is die klikt met elkaar, maar aan de inzet van ons team zal het ook niet liggen. En ondanks dat onze middelen soms wat beperkt zijn en je ook zeker van ons geen 5-sterrendiner hoeft te verwachten, wordt er alles aan gedaan om de feestdagen zo gezellig mogelijk te maken.

Traantje
Zo begon de feestmaand op 5 december natuurlijk met Sinterklaas. In verband met duizend privacywetten en nog wat andere regels is het onmogelijk om Sinterklaas en zwarte Piet op bezoek te laten komen. Daarom besloten we het dit jaar wat creatiever aan te pakken. Een paar kleine cadeautjes voor de cliënten, een persoonlijk gedichtje voor iedere cliënt, een tafel vol met pepernoten & snoep, warme chocolademelk en … onze echte eigen Sinterklaas.

Omdat we niet in het bezit zijn van een mijter en alle andere Sint-accessoires besloten we een mijter te maken. Rood karton als basis, er hing nog een rode lange jas, en van de swiffer was al snel een staf gemaakt. Een paar watten erbij als baard en jawel: onze eigen Johannes WierhuisSint was geboren. Nu je dit zo leest kan je misschien denken dat het wat kinderachtig is, maar de hilariteit binnen de kliniek was er niet minder om. Sinterklaas deelde op professionele wijze de cadeaus uit en kreeg het zelfs voor elkaar dat er soms een traantje werd weggepinkt na het voorlezen van de gedichten. Soms van het lachen. maar af en toe ook vanuit het verdrietige besef dat hij/zij niet thuis bij het gezin was deze avond.

Nee, het is echt niet altijd leuk om met de feestdagen te moeten werken. Maar het is fantastisch om je te beseffen dat door deze inzet en wat creativiteit de feestdagen niet alleen voor jezelf leuk zijn, maar ook nog eens voor een groep cliënten. Onze eigen sinterklaas heeft ons in ieder geval op het hart gedrukt dat hij 5 december 2015 niet snel zal vergeten.

Jolien Jongeling is verpleegkundige bij Tactus
Jolien

Lees meer »

Een andere blik

De heer A. B. woont al geruime tijd in het hostel aan de Vlierstraat. En eigenlijk is hij best tevreden met wat hij daar heeft. Een ruim appartement, budget om voeding te halen en er is begeleiding.

Hij geeft zelf aan last te hebben van overmatig alcoholgebruik en het is voor hem dus moeilijk om van de fles af te blijven.
Tot voor kort werd er nog niet op een herstelgerichte manier gewerkt door de organisatie en begeleiding. A. had het gevoel dat er alleen maar gekeken werd naar zijn handicaps en gebreken. Dan vertelt zijn begeleider dat de herstelgerichte methodiek wordt ingevoerd binnen Wonen Tactus Twente. Na een uitleg over de speerpunten van het herstelgericht werken, verschijnt er een glimlach op zijn gezicht. ‘’Heel erg mooi dit, echt heel mooi. Het is fijn dat er nu gekeken gaat worden naar de dingen die ik wel heb en de dingen die ik wel kan. En niet naar de dingen die ik niet heb en niet kan.’’
Enthousiasme was zichtbaar en dus zijn er direct een aantal doelen opgesteld. Het is allemaal nog wel even puzzelen, omdat het voor iedereen nieuw is. Het is kijken met een andere blik.
Howard Kreeft is senior sociotherapeutisch medewerker bij Tactus

????????????????????????????????????

Lees meer »

Boodschappen doen

Het is een zonnige vrijdagochtend wanneer ik in mijn auto stap. Ik rij weg richting kantoor en zie dat ik twee voicemailberichten heb ontvangen. In de auto luister ik ze af:

Nr 1:
“06.42 uur: Ja met mij, denk je nog wel aan onze afspraak vanmiddag? Ja toch? Je bent het niet vergeten he? Om 14.00 uur, ik wacht dan beneden. 14.00 uur he? Ja toch? Oke, doei.”

Terwijl ik het bericht  door de boxen van mijn auto hoor galmen begin ik te lachen. Heerlijk die voorspelbaarheid van sommige bewoners. Op naar voicemail nummer 2.

Nr 2:
“06.45 uur: Ja ik belde je net om te vragen of je onze afspraak van vanmiddag 14.00 uur niet zou vergeten, om 14.00 uur sta ik beneden he, ik ben trouwens Sophie. 14.00 uur he? Oke, doei”.

Uiteraard ben ik deze afspraak niet vergeten, we hebben er immers twee maanden voor uitgetrokken om deze te kunnen plannen. Want plannen, dat is bij Sophie nogal een dingetje. Sophie woont beschermd binnen Tactus waar een gedoogbeleid is ten aanzien van middelengebruik. Denk hierbij aan soft- en harddrugs, alcohol, medicatie (al dan niet uitgeschreven door een arts.) etc. Sophie heeft al jaren een haat-liefde verhouding met Wit (basecoke). Elke vorm van inkomen (geld, ruilmiddelen, statiegeldflessen) maakt bij haar een bizarre trek van gebruik los. Dusdanig sterk dat ze alles laat vallen waar ze mee bezig is en direct haar satisfactie moet halen. Samen boodschappen doen in de plaatselijke supermarkt is dan ook een grote uitdaging. 

Ik neem jullie mee naar een normale dinsdagmiddag: “Ik ben 25 jaar, ik kan prima zelf de boodschappen afrekenen bij de kassa, zal ik het je laten zien?” zegt Sophie. Natuurlijk, vind je het wel gezellig dat ik dan met je meeloop naar de winkel? “Tuurlijk, dan kan je me helpen met het dragen van de tassen”. Slimme meid…
Eenmaal in de winkel met een karretje vol boodschappen, netjes overeenstemmend met haar boodschappenlijstje, komen we aan bij de kassa. Dit moment maakt mijn hart meestal een sprongetje van spanning. Ik probeer het niet te laten merken en observeer Sophie goed. Ze zet de boodschappen willekeurig op de band; brood voor de pakken melk, chips voor de cola fles. Ik wil haar uitleggen dat straks met inpakken het handiger is om de zware producten vooraan te zetten, maar merk al snel dat haar lichaamshouding en gedrag verandert. De druppeltjes zweet komen tevoorschijn op haar voorhoofd, ze begint iets te mompelen over ‘ik ben geen klein kind, ik kan prima zelf boodschappen kopen’. Steeds wilder legt ze de boodschappen ongeorganiseerder op de band. Halverwege stopt ze. Ik vraag haar of ik iets voor haar kan doen, maar tegelijkertijd merk ik dat ik al niet meer in beeld ben bij haar. Haar blik in haar ogen is veranderd, ze staat op standje ‘scoren’. Ze wil dat ik haar het geld voor de boodschappen geef. Ik wijs haar op de rest van de boodschappen die nog in de winkelwagen liggen. Daar heeft Sophie nu geen oog meer voor, ze verheft haar stem en eist dat ik haar het geld direct geef. De caissière stopt direct met het scannen van de boodschappen en kijkt me met grote ogen aan. Ik vertel Sophie dat zij de rest van de boodschappen op de band kan leggen en daarna het geld krijgt om af te rekenen. Sophie kent mij, ik ken Sophie. Uiteindelijk loopt ze vloekend en gillend de supermarkt uit en spreekt de eerste de beste man aan die ze buiten tegenkomt. 

Ik baal ontzettend; niet van mijzelf of van haar. Maar van de situatie. Ik weet dat Sophie zo graag ‘normaal’ haar boodschappen wil doen. Zonder trek, zonder toestanden en die avond ook lekker op haar bankje wil zitten met een chocoladereep en kop koffie. En misschien stiekem een joint. Ik leg de laatste boodschappen op de band en reken af.

Vanmiddag om 14.00 uur gaan we shoppen en een kop koffie drinken op het terras. Een uitje waar ze in samenwerking met haar bewindvoerder voor gespaard heeft. Een uitje dat uitvoerig is besproken, gepland en uitgedacht. Een uitje dat voor de één heel normaal is en voor een ander een grote wens.

Madelon Huizinga is ambulant woonbegeleider bij Tactus.
Madelon

Lees meer »

Muziek als medicijn

Muziek is mij altijd met de paplepel ingegoten. Mijn ouders waren duidelijk kinderen van de jaren ’60 en hadden een bijbehorende eclectische muzieksmaak. Ik kan me hun ontsteltenis nog herinneren toen in 1980 John Lennon vermoord werd. Ik was toen vier. Mijn hele familie is met het muziekvirus besmet; hoogtepunt van het jaar is de muziekquiz met kerst. In de eenzame tijd tijdens mijn ontwenningsperiode van heroine wendde ik me dan ook tot muziek om de eindeloze dagen en nachten door te komen. En dan vooral muziek met teksten waar ik me op dat moment in herkende; teksten geschreven door mensen die hetzelfde als ik hadden meegemaakt. Ik noem er drie.

Terugval
Ik begin deze muzikale reis met Macklemore, een Amerikaanse hip- hopartiest. In het nummer ‘Starting over’ rapt hij welbespraakt over de gevolgen van een terugval. ‘Those 3 plus years, I was so proud of and I threw ‘em all away for 2 Styrofoam cups’. De kern van het lied gaat over opnieuw beginnen. De tekst eindigt als volgt: ‘We fall so hard, now we gotta get back what we lost… lost… I thought you’d go, but you were with me all along… along…’
Macklemore

Mad season is in 1994 opgericht door leden van drie populaire bands uit Seattle; Alice in Chains, Pearl Jam en Screaming Trees. In het bijna acht minuten durende ‘Wake up’ zingt zanger Layne Staley bezwerend dat het tijd is om wakker te worden uit de opiatenroes. ‘Your love affair has got to go’. Staley was toen hij dit zong al jaren verslaafd. In 2002 stierf hij aan de gevolgen hiervan.
Mad Season

‘Vandaag ben ik gaan lopen’ van Acda en de Munnik gaat niet over verslaving, maar ik herken mezelf toch in de tekst. Die gaat als volgt: ‘Vandaag ben ik gaan lopen. Ik was het maanden al van plan. Maar pas toen iedereen gezegd had dat het niet kon ging ik lopen. Kijk me lopen toch, hier loop ik dan. Vandaag ben ik gaan lopen. Maak me klein bij elk geluid. Ben veel banger dan ik was toen ik nog stil stond. Mag zo wezen, maar ik kom eindelijk, ik kom eindelijk vooruit’.
Acda & De Munnik

Bob Marley zong ooit: “One good thing about music, when it hits you, you feel no pain.” Dat is wat muziek toen voor mij gedaan heeft; het raakte me en voor even voelde ik de pijn niet meer.

Melanie is 39 jaar en was in totaal 7 jaar verslaafd aan heroïne.
Melanie

Lees meer »

Het begint met contact

“Ik zou niet weten wat u voor mij kunt doen”, zegt de jongeman tegen mij. “Maar ik stel uw bezoek wel op prijs”. Zo is maar weer eens gezegd dat een zorgmijder niet iedereen buiten de deur houdt.
Ik ben hier nu voor de tweede keer. De jongeman heeft mij niet gevraagd om langs te komen om hem te helpen om zijn leven op de rails te krijgen. Veilig Thuis belde mij. De politie was bij een conflict met zijn vader tussenbeide gekomen en zij hadden de inschatting gemaakt dat deze jongeman hulp kon gebruiken.

Het begint allemaal met contact, het opbouwen van een relatie, het geven van vertrouwen. Soms is dit proces tijdrovend, soms een fluitje van een cent. Ik heb wel eens op de bank bij een man gezeten – die hier niet lang meer kon zitten omdat zijn huis in de gedwongen verkoop ging – die resoluut bij de voordeur zei dat hij geen hulp nodig had, maar na een half uur wist ik zijn halve levenswandel al. Dit is niet uitzonderlijk.
Soms is tussenkomst van iemand noodzakelijk om bij iemand binnen te komen. Zo was ik laatst bij een man die niet meer kon opstaan uit zijn stoel. De thuiszorg komt er drie maal per dag. En tussendoor nog een paar maal per dag om hem weer terug in de stoel te zetten als hij toch geprobeerd heeft om op te staan. Nu was de thuiszorg er om de deur voor mij open te doen.
Ik heb meer mannen gekend die niet meer uit hun stoel kwamen. Wonderwel kwam de drank wel naar hen toe. Zo kende ik een man die alles in zijn stoel deed. Slapen, eten en drinken, veel drinken. Hij had een zorgzame vrouw. Zij deed ook de deur open, voor zowel mij als voor de leverancier van de drank.

Zolderraam
Meestal gaan de voordeuren wel open. Lastiger is het als de woning deel uit maakt van een complex waar een centrale voordeur zit. Die blijven nog weleens dicht zitten. Bij de buren bellen, kan helpen. Soms is meer creativiteit nodig. Zoals bij een klein appartementencomplex waar ik altijd voor de dichte beneden deur bleef staan. Via een achterom steeg kwam ik in de kapperszaak die mij een doorgang bood naar hun zolder. Via het zolderraam stapte ik op het platte dak. Er restte mij nog een schutting waar ik mij lenig over heen moest zien te werken en dan stond ik voor hun raam. Nog geen garantie dat de deur open ging. Soms uit onbegrip, soms ook uit pure onmacht omdat de vrouw des huizes niet meer kon lopen. Kruipend lukte het haar uiteindelijk om mij toegang tot haar woning te geven. Binnen.
Binnen is geen garantie dat de hulpverlening kan aanvangen. Binnen betekent soms ook weer heel snel buiten. Zoals de man die verbaal, uit het niets, heel boos op mij werd. “Je gaat nu naar buiten, stapt in die auto van je die op mijn oprit staat, en je rijdt als de wielewaal van mijn erf af”. Daar had ik de langste tijd wel gezeten.

Martin Hartog is bemoeizorger bij Tactus Verslavingszorg.

Martin Hartog foto

Lees meer »

Een mooie ontmoeting

Een van de eerste ervaringen die ik opdeed als geestelijk verzorger bij Tactus was op een laagdrempelige motivatie-afdeling waar chronisch verslaafde mensen opgenomen worden.
Bij chronisch verslaafde mensen moet u denken aan tien jaar of langer verslaafd. Meestal aan meerdere middelen. Vaak gaat het om mensen (veelal mannen) die alles kwijt zijn: familie, vrouw, kinderen, maar ook huis, baan etc. Ik kwam op de gang een voor mij nieuwe cliënt tegen: een man van een jaar of 45, groot en stevig, staartje in de nek, sikje op de kin, forse tatoeages overal (voor zover ik kon zien in ieder geval). Allerlei leren en metalen attributen en aan elke vinger een ring met doodskoppen of vampiers.

Devotie
Ik stelde me netjes voor en hij reageerde meteen met zeggen dat hij graag een afspraak wilde maken. Een paar dagen later maakten we een wandelingetje en kwamen langs een kapelletje dat op dat moment open was. Hij wilde graag even naar binnen. Ik was eerder bang dat hij daar iets weg wilde halen dan dat ik enige devotie vermoedde. Dat had ik dus mis. Hij stak een kaarsje aan en vroeg me of ik zijn lievelingspsalm voor wilde lezen: psalm 23: “De heer is mijn herder”….Dat had ik niet aan zien komen.

Bankje
Even later kwamen we langs een bankje en hij wilde even uitrusten. Het had gemiezerd; het bankje was wat vochtig. Hij trok zijn legerjasje uit, drapeerde dit op de bank en zei tegen mij dat ik daar maar op moest gaan zitten zodat ik droog zou blijven. Ik was helemaal om. Voor mij het begin van vele mooie ontmoetingen in de (chronische) verslavingszorg.

Cisca Terlouw is geestelijk verzorger bij Tactus Verslavingszorg.
Cisca Terlouw

Lees meer »

Delen

‘Delen’… (is het een woord? Of is het een daad?) kom je in de groepsbehandeling vaak tegen. Het delen van je verhaal, je ervaringen of je kennis is dan ook belangrijk.Het gaat daarbij om meer dan ‘gewoon maar wat‘ vertellen. Het gaat er ook om dat het gehoord wordt en dat het er toe doet wat je zegt. En vervolgens gebeuren er de mooiste dingen tussen mensen.

‘Delen’ klinkt misschien wel wat zwaar. Maar dat hoeft het niet te zijn. Het gaat soms om simpele dingen: dat je trek had in alcohol, maar niet hebt gedronken. En daar dan een dik compliment voor krijgen dat ook nog eens gemeend is. Dat geeft toch een goed gevoel?

Uitspreken
Maar het kan ook gaan over grotere zaken. Momenteel gaat het bijvoorbeeld veel over opvoeding van kinderen. Over de schaamte die er is, omdat door de verslaving het ouderschap niet altijd is verlopen zoals ooit was voorgenomen. Delen kan dus ook samengaan met gevoelens als schaamte en verdriet. Toch is delen kennelijk altijd fijn, hoewel soms pas achteraf. Het lucht op. Ik heb nog nooit iemand horen zeggen dat hij of zij spijt had van het delen.

Ik zie het gebeuren als counselor: mensen durven steeds meer hun gevoelens uit te spreken in plaats van deze uit de weg te gaan door in hun verslaving te vluchten. Dan voel ik veel bewondering. En dat is nog maar een fractie van wat hier gebeurt op de afdeling. Ik deel de komende tijd dus graag nog meer.

Claudia ten Hoopen werkt sinds 2010 bij Tactus. Sinds kort is ze werkzaam bij de 12-stappen deeltijdbehandeling in Apeldoorn.
Claudia

Lees meer »

Onder woorden

Een paar weken geleden kreeg ik de vraag of ik mee wilde doen aan ‘een creatieve bezinnende activiteit’. Muziek, tekenen of dichten; het kon hier allemaal. 

Tijdens de eerste bijeenkomst zingt een cliënt Mad World en begeleidt zichzelf op zijn gitaar. We zijn onder de indruk en het kippenvel staat op mijn armen. Onder het kleuren van mandala’s praten we over van alles en nog wat. Ik heb het idee dat het kleuren van mandala’s doet waar het voor bedoeld is: we komen een beetje tot rust.

De cliënten geven aan graag iets met gedichten willen doen. Dus nemen we de volgende bijeenkomst allemaal één of meerdere gedichten mee. Een cliënt leest een zelfgemaakt gedicht voor. Hij vertelt dat hij moeilijk over zijn problemen praat, maar dat hij in het dichten zijn gevoelens wel onder woorden kan brengen. Hij leest zijn gedicht voor als een rap en ik ben wederom onder de indruk. Ik vind het knap hoe hij zijn problemen, angsten, verdriet, woede en onmacht beschrijft.

Een gedicht over verslaafd zijn is erg herkenbaar voor de andere cliënten die er zijn. Daarna leest hij nog een gedicht voor over zijn broer die nooit een broer voor hem is geweest en over het verdriet van zijn moeder. Ook een andere cliënt leest een zelfgemaakt gedicht voor, waarin hij verwoordt hoe alleen hij zich soms voelt met zijn problemen. Dit gedicht komt ook bij me binnen. Wat goed dat deze mannen op deze manier hun gevoel onder woorden kunnen brengen.

Daphne Doorn is vrijwilligster bij InTact Zutphen en Apeldoorn.
Daphne

Lees meer »

Gebak

Afgelopen week was er bij de nazorggroep een cliënte één jaar middelenvrij. Een prachtige mijlpaal die van grote betekenis is. En dat is het zeker niet alleen voor deze cliënte.Ik ben zelf pas een half jaar werkzaam bij onze behandeling en heb deze cliënte nog net in het laatste stukje van haar behandeling meegemaakt. Ik ken haar niet anders dan als een bruisende vrouw die allerlei nieuwe dingen aan het starten was, zoals vrijwilligerswerk en een opleiding. Tijdens de nazorg blikt ze met de groep terug op het afgelopen jaar. En automatisch ook naar haar leven daarvoor toen ze nog dronk. Haar leven is niet altijd zo bruisend geweest.

Groep
En terwijl ze zo aan het vertellen was, nam ik eens de tijd om rustig om me heen te kijken. Ik keek naar de groepsgenoten en nam met plezier waar hoe zij luisterden naar de jubilaris. Ik zag hoe ze naar haar lachten en ik zag de goedkeurende blikken in hun ogen. Veel van hen zaten op hetzelfde moment als zij in de behandelgroep en kennen haar verhaal al van onder tot boven. En toch luisteren ze met volle aandacht opnieuw naar het verhaal en beleven alle ups en downs samen met de jubilaris opnieuw. Een verhaal waar ze deels ook onderdeel van zijn geweest omdat dit nu eenmaal het effect is van behandeling in een groep.

Anderen kennen haar vooral van de nazorg, maar hebben dezelfde verandering doorgemaakt en denken terug aan hun eigen veranderproces. Wat de boventoon voert is de saamhorigheid in de groep. Tijdens de moeilijke momenten waren ze er voor elkaar. Maar ook tijdens de momenten van vreugde waren ze er. En nu zijn ze er ook om samen het feestje te vieren dat er weer iemand een jaar lang niet heeft gebruikt. Het gebak was heerlijk!

Claudia ten Hoopen is maatschappelijk werker/counselor bij de 12-stappen behandeling bij Tactus .
Claudia

Lees meer »

Kleurrijke situaties (deel 2)

Voor de trouwe lezers, ik zit nog steeds op de rode fluwelen bank, in het veel te volle kleine huis. Soms vergeet je ook wel eens hoe getraind ons oor eigenlijk is.

Op hoeveel signalen en uitspraken wij allemaal letten om een goede analyse te maken van de situatie die ter tafel komt.  Mijn opdracht in dit gesprek is,  om eens mee te denken. De eigenaresse van de fluwelen bank begrijpt niet hoe het komt dat het haar wel lukt om succesvol met harddrugs te stoppen (ze beeld levendig uit hoe ze er  ‘volledig zat van was op ‘met zukke doppen’ strak te staan). En het lukt haar niet om minder te gaan drinken. Na ongeveer 20 minuten luisteren, denk ik wel te weten, en benoem dat ook naar haar.  Ik zie haar schrikken “hoe kan dat”: vraagt ze een tikje achterdochtig. Als ik haar vertel dat ik haar, als ze over de speed praat, allemaal intern gemotiveerde factoren hoor opnoemen “ik wil dat niet meer”. En als ze over alcohol praat noemt ze alleen externe redenen “mijn zoon heeft liever niet dat ik drink”. Daar is ze even stil van: “knap hoor, zegt ze, dat jij zo snel iets over mij weet terwijl ik dat zelf niet wist”.

Karlijn de Groot is preventiewerker bij Tactus

Lees meer »

Je moet het willen

Moeten is dwang

De eerste maanden van m’n herstel verliepen moeizaam. Ik was bezig met volhouden; volhouden niet te drinken. Al mijn kracht spendeerde ik aan het moeten volhouden.

Omdat ik me schaamde voor de tijd dat ik dronk moest ik alles zelf doen, hulp durfde ik niet in te roepen. Immers: m’n eigen fouten moest ik zelf oplossen. Aan de oorzaak had ik wel gewerkt tijdens de opname in de kliniek, maar doordat ik al m’n kracht nodig had om niet meer te drinken was het makkelijk om alle andere zaken op de lange baan te schuiven.

De oplettende lezer heeft in het voorafgaande drie keer het woord ‘moeten’ en ‘moest’ geteld. Bij het woord moeten denk ik aan verplichting en dat is nu juist wat ik nooit heb gewild. Ook merkte ik dat het woord moeten voor mij bijna synoniem is van uitstellen. En uitstellen is voor mij verslavingsgedrag en daar wil ik juist vanaf. Maar hoe dan?

Gaandeweg de tijd merkte ik dat ik dat woord moeten minder gebruikte, zelfs niet meer wilde gebruiken. En daar komt het woord willen om de hoek kijken. Als ik nu het woord moeten zou veranderen in willen; zou dat beter werken?

Moeten is dwang, een verplichting. Maar willen is een wens vanuit mezelf en dat klinkt toch heel wat beter. Voortaan ging ik moeten vervangen door willen. Dat viel in het begin niet mee. Later merkte ik dat het me ging helpen om verder te komen.

Niks moet, alles mag. Als je maar wilt!


Rob Smaal was jarenlang alcoholverslaafd. Sinds 10 jaar is hij gestopt met drinken. In zijn blog leest u zijn ervaringen.

 

Lees meer »

Hoop doet leven

De eerste keer dat ik hem zag zat hij als een mokkend klein kind voor me. Tas gepakt en er helemaal op voorbereid dat ik hem wilde overhalen om toch te blijven.Dat wilde hij niet; hij wilde ‘ambulante behandeling’. Hij bracht het als het ei van Columbus. Zijn woonbegeleider zat er terneergeslagen bij. Jarenlange poliklinische verslavingszorg en intensieve begeleiding vanuit de gehandicaptenzorg hadden immers helemaal niets opgeleverd. Ambulante behandeling was echt voldoende uitgeprobeerd.
Ik kende hem al uit de casusbespreking. Twintig jaar alcoholist en pas 34. Met een verstandelijke beperking, waarvan het niveau door permanente intoxicatie niet meer precies te bepalen was. Plus inmiddels leverfunctiestoornissen, nierfunctiestoornissen, cachexie en mogelijk ook nog het syndroom van Korsakow. Palliatief beleid werd al overwogen.

Goede hoop
Zijn permanente dronkenschap werd gevoed door een leven vol ellende, ernstige traumatisatie, gebrek aan perspectief of zinvolle dagbesteding en het simpelweg niet weten hoe je zonder drank zou kunnen. Zijn sociale inbedding was nihil, op een paar drinkebroers na dan, en tot voor kort zijn begeleidster. Maar zij had nu ook alle hoop laten varen. Vanochtend, toen ze hem naar de kliniek bracht had ze een flintertje hoop: eindelijk een detox. Daarna kijken hoe verder. Maar al na twee uur zag hij het niet meer zitten: hij wilde weg: te nieuw, te eng, te spannend zo’n opname als je sociaal-emotioneel 3 jaar bent. Geheel tegen zijn verwachting mocht hij weg van mij: ambulante begeleiding kon hij krijgen. Zijn begeleidster keek me boos en wanhopig aan. De deal was wel: ‘we doen nu wat jij wilt; als dat niet werkt, doen we wat ik wil’. Vol goede hoop bekrachtigde hij dat met een handdruk.

Beter in zijn vel
Nog twee keer probeerde hij het vrijwillig in de kliniek, want ambulant lukte inderdaad niet. De laatste keer vroeg hij om tegengehouden te worden bij voortijdig vertrek. Dat mag niet zomaar in Nederland; leg dat maar eens uit. Een rechterlijke machtiging en BOPZ-opname boden uitkomst. Een maand na opname trof ik hem bij de arbeidstherapie. Overall aan, bezem in de hand en ouwehoeren met ‘de jongens’. Vijftien kilo zwaarder en een stuk beter in zijn vel. In die conditie verhuisde hij naar een zorgboerderij en daar zit hij nog. Zonder een druppel bier. Ik zie hem nog af en toe en deel zijn verhaal graag met anderen die de hoop dreigen te verliezen. Wij hielden hoop en hij geniet van zijn leven.
Joanneke van der Nagel is psychiater bij Tactus

Marike van Dijk & Joanneke van der Nagel - tbv Tactus Jaarboek 2011

Lees meer »

Toch fijne feestdagen

De feestdagen zitten er inmiddels weer op en ondanks dat het alweer even geleden is, wil ik toch graag nog even vertellen over deze dagen in de kliniek. 

Mijn collega’s en ik hebben deze dagen gewerkt; voor ons heel normaal. Het bijzondere is dat feestdagen in onze kliniek eigenlijk helemaal zo gek nog niet zijn. Natuurlijk moet je het ‘geluk’ hebben dat er een groep cliënten binnen is die klikt met elkaar, maar aan de inzet van ons team zal het ook niet liggen. En ondanks dat onze middelen soms wat beperkt zijn en je ook zeker van ons geen 5-sterrendiner hoeft te verwachten, wordt er alles aan gedaan om de feestdagen zo gezellig mogelijk te maken.

Traantje
Zo begon de feestmaand op 5 december natuurlijk met Sinterklaas. In verband met duizend privacywetten en nog wat andere regels is het onmogelijk om Sinterklaas en zwarte Piet op bezoek te laten komen. Daarom besloten we het dit jaar wat creatiever aan te pakken. Een paar kleine cadeautjes voor de cliënten, een persoonlijk gedichtje voor iedere cliënt, een tafel vol met pepernoten & snoep, warme chocolademelk en … onze echte eigen Sinterklaas.

Omdat we niet in het bezit zijn van een mijter en alle andere Sint-accessoires besloten we een mijter te maken. Rood karton als basis, er hing nog een rode lange jas, en van de swiffer was al snel een staf gemaakt. Een paar watten erbij als baard en jawel: onze eigen Johannes WierhuisSint was geboren. Nu je dit zo leest kan je misschien denken dat het wat kinderachtig is, maar de hilariteit binnen de kliniek was er niet minder om. Sinterklaas deelde op professionele wijze de cadeaus uit en kreeg het zelfs voor elkaar dat er soms een traantje werd weggepinkt na het voorlezen van de gedichten. Soms van het lachen. maar af en toe ook vanuit het verdrietige besef dat hij/zij niet thuis bij het gezin was deze avond.

Nee, het is echt niet altijd leuk om met de feestdagen te moeten werken. Maar het is fantastisch om je te beseffen dat door deze inzet en wat creativiteit de feestdagen niet alleen voor jezelf leuk zijn, maar ook nog eens voor een groep cliënten. Onze eigen sinterklaas heeft ons in ieder geval op het hart gedrukt dat hij 5 december 2015 niet snel zal vergeten.

Jolien Jongeling is verpleegkundige bij Tactus
Jolien

Lees meer »

Zin in schrijven

Ik doe voor het eerst mee met Schrijfzin; een activiteit van Intact Herstel en Zelfhulp. Erg leuk om in een groep bezig te zijn met schrijven; een positieve bijdrage aan je herstel.

Cisca Terlouw geeft iedere bijeenkomst aan een vast groepje deelnemers een leuk schrijfonderwerp. Ze vraagt ons om op een blad papier in het midden het onderwerp te zetten en daar omheen allemaal associaties die je bij dat onderwerp hebt, op te schrijven. Het leuke daarvan is dat je vanuit het onderwerp met die associaties een verhaal kan schrijven en uiteindelijk op een heel ander onderwerp uit kan komen.

Katjes
Cisca had ons de laatste keer gevraagd om een foto mee te nemen met daarop iets of iemand die belangrijk is (geweest) voor je. Erg leuk om te zien hoe iedereen daar op een verschillende manier gevolg aan had gegeven: echte foto’s met of zonder lijstje, foto’s op de telefoon, uitgeprinte foto’s, van mensen, maar ook van huisdieren. Aan de hand van onze associaties schrijven we een verhaal over die persoon of huisdier, vanuit ons zelf gezien. Daarna vroeg Cisca ons een verhaal te schrijven gezien vanuit de persoon of dier op de foto. Ik had een foto van mijn katjes meegenomen en werd helemaal vrolijk bij het idee om vanuit mijn katjes gezien een verhaal te schrijven: hoe zouden zij tegen dingen aankijken?

Positief
Het leukste van Schrijfzin vind ik het aan elkaar voorlezen van de geschreven verhalen. Het is boeiend om te horen wat een ander heeft meegemaakt en hoe dat is beleefd. We konden zelf kiezen: het verhaal voorlezen vanuit onszelf gezien of vanuit de persoon of dier op de foto. Grappig genoeg kozen we allemaal het verhaal verteld vanuit de persoon of huisdier op de foto. Op weg naar huis bedenk ik wat een goede manier dit is om met herstel van jezelf bezig te zijn; om op een positieve manier bezig te zijn met wat je bezig houdt.

Daphne Doorn is vrijwilligster bij InTact Zutphen en Apeldoorn

Daphne

Lees meer »

Stap voor stap

Vandaag was er een belangrijk moment voor de groep. Een cliënt, waar ik de begeleider van ben, zou zijn ‘stap 1’ gaan presenteren. Stap 1 is de basis voor verandering.

Binnen onze behandeling vormen de 12-stappen van de AA de rode draad. De eerste stap is daarbij heel belangrijk; deze vormt de basis voor alle verandering. Daarom besteden we er veel aandacht aan. De eerste stap gaat over het erkennen van je verslavingsprobleem en onder ogen krijgen hoe de verslaving je leven in zijn greep had. Het gaat om de machteloosheid ten opzichte van de verslaving.  Dat kunnen heftige verhalen zijn.

Overpeinzing
Stap 1 is niet iets wat onze cliënten zomaar even doen. Je kunt niet zeggen: ik ga er vandaag mee aan de slag en morgen laat ik je weten hoe het zit. Er is tijd voor nodig, overpeinzing en het doet ook een beetje pijn. Mijn cliënt heeft het er niet makkelijk mee gehad in de afgelopen weken. Een paar keer schoof hij het voor zich uit, hij belde een keertje af, draaide er nog een keer omheen en uiteindelijk deed hij nog een poging om de bewuste presentatiedatum een paar weekjes naar achteren te schuiven. Daar kwam natuurlijk niets van in. Bovendien zag ik dat hij er in zijn hoofd wel degelijk mee bezig was… het hoefde er alleen nog maar even uit.

En uiteindelijk kwam er een verhaal. Eerst wat gebeurtenissen, toen een beetje schoorvoetend de schade die hij had aangericht. Bij zichzelf en anderen. Maar daadwerkelijk toegeven dat hij de controle over zijn leven niet meer zelf in handen had? Dat hoorde ik nog niet. Toegeven dat door de alcohol alles een grote puinhoop was geworden? Dat hoorde ik ook nog niet. Nou ja, hij kon het wel benoemen, maar het daadwerkelijk voelen ervan, dat was een stuk lastiger.

Wending
Maar vandaag was het zijn moment. Zijn presentatie. Hij begon te vertellen en hij kreeg het voor elkaar. We kregen zijn verhaal te horen, maar dat niet alleen. Ook zijn wanhoop was te voelen en de waanzin van alles wat hij was verloren door zijn verslaving. Die waanzin moest stoppen en er is maar één manier: afscheid nemen van gebruik. Hij wist het op dat moment.
Nu is het ei gelegd. Nu kan hij verder. De motivatie om dingen in het leven anders te gaan doen is gerijpt. Nu kan de behandeling een wending krijgen. Geen gebruik meer. Kijken naar de toekomst. Bouwen aan een ander leven. En veel verder in de 12 stappen misschien nog wel een keertje goedmaken wat hij ooit kapot heeft gemaakt. Maar eerst kijken wat er met hemzelf aan de hand is en was. Dat hele pad is nog te gaan. Hij is er klaar voor.
Claudia ten Hoopen werkt sinds 2010 bij Tactus. Sinds kort is ze werkzaam bij de 12-stappen deeltijdbehandeling in Apeldoorn.
Claudia

Lees meer »

Vooroordelen

Cliënten hebben als eerste behoefte het krijgen van middelen. Zelfzorg heeft duidelijk minder prioriteit. Daarom ga ik geregeld met cliënten naar de winkel. 

Wat mij de laatste tijd opvalt is dat andere winkelende mensen met een ‘scheef oog’ naar onze cliënten kijken. Omdat onze cliënten er onverzorgd uitzien of omdat er een bepaalde geur omheen hangt (netjes uitgedrukt). Nee, eigenlijk is het gewoon een constatering: een aantal cliënten stinkt. Wij hebben als team de afspraak dat wij cliënten wel eens weigeren om mee te gaan als zij zich niet verzorgen. Maar het is soms ook een afweging, als een cliënt bijvoorbeeld nooit buiten komt en dan ineens wel naar buiten wil, om de prioriteit te leggen bij het feit dat cliënt in beweging is en dat hij zich buiten zijn comfortzone (woning) wil plaatsen. Dan is zelfzorg een doel voor een later tijdstip. De grens trek ik als cliënt onder zijn eigen urine of ontlasting zit; bij een aantal cliënten een vaak voorkomende probleem helaas.

Opvallen
Waar ik het eigenlijk over wil hebben zijn de vooroordelen. Wat zullen de andere klanten in de winkel denken. ‘Wat een viespeuk’ of ‘wat een engerd’? Of juist ‘Goh, wat triest’. Iets om zelf ook over na te denken. Ik zeg niet dat ik het normaal vind dat cliënten er zo bij lopen, maar begrijp het soms wel. Wat zou ik zelf een aantal jaren geleden gedacht hebben? Toen ik nog niet in de verslavingszorg werkte. Wat zou ik dan denken als ik iemand zag met vervuilde kleding, vieze handen en een stank om zich heen? Om eerlijk te zijn: ik zou een oordeel hebben. Maar ik kan me niet herinneren dat ik personen zo heb gezien in winkels. Dus volgt automatisch de vraag: valt het dan niet op? Zie ik de cliënten juist meer omdat ik er dichter op zit? Valt dit soort dingen mij op terwijl een ander dit misschien helemaal niet opvalt. Heb ik nu een vooroordeel over andere mensen?
Derek Geerlings werkt als persoonlijk begeleider in een hostel van Tactus.
derek

Lees meer »

Twee keer dood

De cliënt zit samen met zijn broer tegenover me. Broer is bewindvoerder en contactpersoon.Het gesprek gaat over lopende zaken van de licht verstandelijk beperkte cliënt.

Voornaamste onderwerp van gesprek zijn de financiën; om drugs te kunnen kopen is geld prioriteit voor hem. En dus probeert hij op allerlei mogelijke manieren aan meer geld te komen. Helaas, vanwege zijn beperking, krijgt de cliënt geen uitzonderingen. En dat maakt hem boos.
Maar het leidt ook af. Want op de vraag waarom hij zijn moeder niet vaak meer bezoekt, reageert hij amper. Hij blijft herhalen dat hij meer zakgeld wil hebben. Ook de opmerking dat afgelopen week de sterfdag was van hun vader doet de cliënt niets. Het gesprek is klaar.

Emotioneel
De cliënt zit nog op kantoor en is wat stil. Ik vraag aan hem of alle afspraken duidelijk zijn. De cliënt reageert nauwelijks. Ik schuif mijn stoel dichter bij die van hem en vraag nogmaals of hij het begrepen heeft. De cliënt kijkt mij aan en ik zie dat hij waterige ogen heeft. Ik vraag wat er is. Hij zegt met bibberende stem: “Heb je gehoord wat mijn broer net heeft gezegd?” Ik vraag aan hem wat hij bedoelt; gaat het om het zakgeld? “Nee”, zegt hij. Maar wat dan wel?
En dan komt het. “Mijn broer zei dat mijn vader afgelopen zondag is overleden. Is mijn vader nog een keer overleden?” De cliënt begint steeds emotioneler te worden. Ik zeg tegen hem dat zijn broer heeft gezegd dat het de sterfdag van vader was geweest, een dag dat de sterfdag van zijn vader herdacht wordt. De cliënt zegt dan: “Oh, ik dacht al; hoe kan het nou dat mijn vader twee keer dood gaat.”

Hij is nog steeds emotioneel, maar hij is wel wat rustiger geworden. En het geld is hij even vergeten.

Derek Geerlings werkt als persoonlijk begeleider in een hostel van Tactus.

derek

Lees meer »

Tot de dood ons scheidt

Als bemoeizorger kan ik niet weglopen voor de dood. Simpelweg omdat de dood je altijd inhaalt. Linksom of rechtsom. Of hij staat plots voor je neus. Geen ontkomen aan.

Gaan al mijn cliënten dan dood? Uiteindelijk wel, maar dat geldt ook voor mij. Triest is dat veel cliënten van mij zoveel eerder dood gaan dan gewenst of gehoopt. Soms komt de dood als geroepen, als de finale van een lange lijdensweg waar geen eind aan leek te komen.
Maar vaak komt de dood ook te vroeg. Zoals voor de man met wie ik zijn AOW-papieren had ingevuld. Op zijn 65-ste zou hij eindelijk weer eigen inkomsten krijgen. Voor die tijd leefde hij op de zak van een aantal gebruikersvrienden in een overvolle duplexwoning. Hendrik dronk er zijn biertje en `s morgens vroeg stond vaak de braadpan op het gasfornuis met moddervette kippenvleugeltjes. Het gaf de uitgeleefde woning iets huiselijks.

Een week voor zijn 65-ste verjaardag belde `s morgens vroeg een huisgenoot. “Het gaat niet goed met Hendrik, je moet komen.” Het klonk onheilspellend, dus een collega en ik gingen er direct heen. Hendrik zag grauw en hij had pijn in zijn buik, heel veel pijn. De huisarts wilde niet komen, de patiënt moest maar naar hem toe komen. Een zoon, die ook was gebeld en zijn vader meer dan twintig jaar niet had gezien, kwam en hielp met een aantal andere mannen zijn vader naar beneden. Ze zetten hem op de bijrijdersstoel in de kleine auto van mijn collega.

Mijn collega reed en ik nam plaats achter Hendrik. De verkeersdrempel aan het eind van het straatje kon Hendrik niet meer hebben en ik voelde het leven uit hem wegvloeien. Ik belde 112 en ik kreeg vrijwel direct contact met de ambulance die naar ons toe zou komen. Wij moesten ergens parkeren zodat zij Hendrik zouden overnemen. Ik rijd er dagelijks langs en dan denk ik vaak aan Hendrik. Alles was geregeld, alles zou goed komen en toen strandde hij op een uitvalsweg in Almelo.

Martin Hartog is bemoeizorger bij Tactus
Martin Hartog foto

Lees meer »

Energie

Graag wil ik eens uitleggen hoe fijn het werken in een team eigenlijk is. Ik werk op een kleine afdeling en we werken daarom allemaal met dezelfde groep cliënten.

De cliënten volgen onze deeltijdbehandeling en iedere cliënt heeft ook individuele gesprekken met een eigen vaste counselor.  Onze week begint met een cliëntenoverleg waarbij we de ontwikkeling van cliënten doorspreken. Wat mij daar zo goed aan doet, is dat we daardoor altijd samen kunnen bekijken of we de juiste richting opgaan met een cliënt. Ik werk inmiddels tien jaar in de hulpverlening, maar dat wil niet zeggen dat ik alles doorzie. Iedereen is anders en heeft zijn eigen unieke karakter en geschiedenis. En omdat we de ontwikkeling zo scherp in het vizier hebben, zien we het als team meteen wanneer iemand toe is aan een volgende stap in zijn herstel. Het kan een nieuw thema zijn, maar het kan ook gaan om gedrag dat ons opvalt. Of we zien dat iemand wat stil staat in zijn ontwikkeling; hoe kunnen we iemands groei dan weer stimuleren?

Maatwerk
Het is fijn om af te kunnen checken bij collega’s of zij hetzelfde idee hebben over een cliënt en dat maakt ook dat we maatwerk leveren. We volgen het tempo van de cliënt, maar we zitten er wel bovenop. Dat maakt ook dat we regelmatig bij elkaar binnenlopen over een cliënt, of dat we het team tussendoor zelfs even bij elkaar roepen. Doordat we er bovenop zitten, zien we het doorgaans meteen als het even niet goed gaat met iemand en steken we de koppen bij elkaar. Maar we zien ook de groei van patiënten en dat motiveert om door te gaan.

Vertrouwen
Er zit een soort magie in deze manier van werken. Het geeft zelfvertrouwen en energie. Het sterkt me voortdurend in mijn overtuiging dat wij met ons team goed werk afleveren. En als je het idee hebt dat je de dingen goed doet, dan ga je het met passie doen. De cliënten voelen dat en ze belonen ons met inzet, eerlijkheid en bovenal: vertrouwen. Ze vinden het fijn dat ieder teamlid hen kent. Jarenlang hebben cliënten zich eenzaam gevoeld, maar wij vinden ze de moeite waard en dat is oprecht. Het is een opwaartse spiraal waarbij iedereen wint. Het gedachtengoed van de 12-stappen brengen wij niet alleen over, we dragen het uit. En dat geeft energie!
Claudia ten Hoopen werkt  bij de 12-stappen deeltijdbehandeling van Tactus in Apeldoorn.
Claudia

 

 

Lees meer »

Mensenwerk

Onlangs vroeg een cliënt me of het niet zwaar is om altijd maar die moeilijke verhalen aan te horen. Hij zelf zou geen oog meer dicht doen en zich al die verhalen veel te veel aantrekken.

Nu wil ik niet ontkennen dat het vak van hulpverlener, in mijn geval geestelijk verzorger, soms best zwaar valt. Want je hoort inderdaad veel en regelmatig zijn dat verhalen die er aardig in hakken. Ook ik sta na al die jaren soms met mijn oren te klapperen van wat mensen meemaken. Het staat soms zo ver af van mijn eigen leven en tegelijkertijd kan ik me er vrijwel altijd wel een voorstelling van maken. En dat maakt indruk.
Daardoor heb ik zo’n bewondering voor hen gekregen en dat motiveert mij weer het werk te blijven doen. Dat ze, ondanks al die ellende, toch elke keer weer overeind proberen te krabbelen. Er zit blijkbaar toch heel wat veerkracht in de mens. De nieuwsgierigheid naar hoe mensen hun leven leiden, wat er daarin voor hen echt toe doet, hoe ze ondanks alles zich weer naar het leven richten; dat blijft mateloos fascinerend.

Belangstelling
Zo vertelde een cliënt me een keer dat hij de afgelopen jaren zijn middelengebruik behoorlijk geminderd had, maar het had opgegeven helemaal te stoppen. Wel deed hij elke dag heel erg zijn best om ‘mens te blijven’ zoals hij dat zelf noemde. We kwamen daarop omdat ik hem vertelde dat ik het zo aan hem waardeerde dat hij altijd ook belangstelling voor mij had. Dat ‘mens te blijven’ betekende voor hem dat hij voor hem belangrijke normen en waarden in ere wilde houden. Zoals aardig zijn voor andere mensen, belangstelling tonen en ieder mens nemen zoals hij is, zonder te oordelen. En daar was hij meester in, ondanks zijn verloederde verschijning. Zo zie je maar weer: aan ieder mens zit altijd een andere kant waar veel moois te ontdekken valt. Een prachtvak dat mensenwerk!
Cisca Terlouw is geestelijk verzorger bij Tactus Verslavingszorg.
Cisca Terlouw

Lees meer »

De start

Het starten met een groepsbehandeling is voor een deel van onze cliënten toch echt wel een ‘dingetje’. Het is vooral spannend zo’n eerste keer in een nieuwe groep.

De start proberen we wat te verzachten door vooraf uitleg te geven over wat iemand kan verwachten. In het algemeen kunnen we ook wel geruststellend vertellen dat we een fijne groep hebben en dat ze in een warm bad zullen belanden. Maar ja… Totdat men dat zelf heeft ervaren blijft het toch vaak een kwestie van: ‘dat kun je mij nu wel vertellen, maar ik ben degene die het moet ondergaan’.

Iedereen gaat daar zo op zijn eigen manier mee om. De oude manier was voor velen: eerst gebruiken en dan lukt het wel om iets aan te gaan. In het oude leven was gebruik zo ongeveer de eerste oplossing op het moment dat iets te lastig werd.
Maar als bij ons cliënten gaan starten met de behandeling en een start gaan maken met hun nieuwe leven, dan geldt de oude manier niet meer. We verwachten dat iemand nuchter verschijnt en dat de ontwenning voorbij is. Het is een lastige opgave voor sommige nieuwkomers. Je zit boordevol spanning en je gaat iets starten waarvan je geen idee hebt wat er over je heen zal komen. Vluchten in gebruik is niet meer toegestaan. En dat terwijl de behandeling om daarmee te leren omgaan nog gestart moet worden.

Het komt daarom nogal eens voor dat mensen in het weekend voorafgaand aan de start van de behandeling nog gebruiken. Soms is dat bij wijze van afscheidsritueel. Het gebruik wordt dan nog een laatste keer verheerlijkt om vervolgens definitief uit elkaar te gaan. De ander gebruikt om een heel andere reden, namelijk uit pure onmacht omdat de spanning uitzitten toch te moeilijk is.

Wat de reden ook is, het maakt pijnlijk duidelijk hoe sterk verslaving is. Ook al is de keuze om in behandeling te gaan vol overgave gemaakt, dat wil nog niet zeggen dat gebruik niet meer aantrekkelijk is. En het zal nog lang aantrekkelijk blijven voor de meesten. Maar eenmaal gestart in de groep, staan ze niet meer alleen in hun strijd. En de eerste les is ook meteen geleerd. Vaak maak je de dingen vooraf groter en zwaarder dan in je hoofd, dan dat ze in werkelijkheid zijn. Want aan het einde van de eerste dag horen we vaak dat het fijn was en dat ze de volgende keer zeker weer terug zullen komen. En dat is ook zo.

Claudia ten Hoopen werkt  bij de 12-stappen deeltijdbehandeling van Tactus in Apeldoorn.
Claudia

Lees meer »

Levenskunst

In de themagroep levenskunst binnen de forensische verslavingskliniek hadden we een gesprek over motivatie. Aan de hand van een wijsheidsverhaal gingen we hier dieper op in. In het verhaal vraagt een nieuwsgierige voorbijganger aan 3 mannen die aan het steenhouwen zijn, wat ze aan het doen zijn. De eerste zegt dat hij stenen houwt (dat zie je toch!), de tweede zegt dat hij geld aan het verdienen is om zijn gezin te onderhouden. De derde antwoordt vol trots dat hij een kathedraal aan het bouwen is.
De moraal van het verhaal lijkt te zijn dat je toch wel het meest gemotiveerd bent wanneer je het gevoel hebt aan iets groots mee te bouwen, een hoger doel dienen zeg maar. Vervolgens komen we met elkaar in gesprek. Over de vraag in welk antwoord je jezelf vooral herkent, en of dit is wat je ook werkelijk wilt. Een cliënt vertelt dat hij ondervonden heeft dat enig zwoegen, letterlijk en figuurlijk, helemaal niet erg is, als hij maar het gevoel heeft dat het ergens toe zal leiden. Een ander neemt het verhaal wat letterlijker en zegt dat hij het liefst een echte boot zou willen bouwen, dat lijkt hem geweldig. Weer een ander vertelt dat zijn gezin zijn kathedraal is, dat is waar hij het voor doet en tegelijkertijd is dat zijn hogere doel.

Ondertussen merk ik bij mezelf op dat ik vanuit mijn persoonlijke gedrevenheid toch wel altijd heel erg op die kathedraal gericht ben. Het moet altijd wel nuttig en zinvol zijn wat ik doe, zo maak ik mezelf vaak wijs. Maar misschien is het ook wel heel prima eens een tijdje alleen gewoonweg stenen te houwen, een tijdje te leven en te werken zonder dat er verder van alles moet of naar een hoger doel gestreefd moet worden. En een beetje zwoegen (en zweten) is met zo’n zittend beroep ook niet verkeerd.
Waar we het met elkaar over eens zijn is dat het ene niet beter is dan het andere; juist de afwisseling en balans vinden, dat is de kunst. En zo heb ik zelf ook weer wat geleerd. Ik ga dit weekend maar eens met wat stenen sjouwen in de tuin…..

Cisca Terlouw is geestelijk verzorger bij Tactus
Cisca Terlouw

Lees meer »

Een verbindend symposium

Jerry Bélanger was medeorganisator van het Symposium Inclusie & Verbinding in de Piet Roordakliniek in Zutphen. In een tweedelig blog deelt hij zijn ervaringen van deze dag.

Geen tijd om nerveus te zijn voor de uitvoering. Het ritselen en regelen van de afgelopen maanden komt vandaag bij elkaar. Door de enorme animo vooraf was ik eerder bang dat er te weinig zitplaatsen zouden zijn omdat de altijd genoemde 10% aan afberichtingen daar ver onder bleef. Zouden alle aangekondigde sprekers wel komen? Inmiddels was al wel bekend geworden dat Toon Walravens(spreker) door de griep was geveld. Zouden de stellingen aanslaan bij het aanwezige publiek? Enkele gedachten die zo vlak voor de uitvoering nog door mijn hoofd vliegen tijdens het opbouwen. Niet nodig gezien de gedegen voorbereiding van de stuurgroep. Toch?

Om 10.15 uur Trappen Rick en ik af met een controversiële, maar creatieve opening. Gehuld in badjassen worden wij aangekondigd door Michiel Driessen als boksers die een gevecht op leven en dood aangaan. De “BOX” staat tot twee maal centraal in onze presentaties als dagvoorzitters van dit symposium. We willen op deze manier aandacht vragen voor ‘het hokjesdenken’ en ‘out of the box denken’ dat wij nodig achten bij het destigmatiseren en de sturende rol die wij willen vervullen naar een inclusieve maatschappij.

Eén van de sprekers deze ochtend is Marcel Niezen. Marcel is ervaringswerker bij GGZ Drenthe en docent bij Hanzehogeschool Groningen. Na jarenlang als zorgcoördinator te hebben gewerkt in een sociale woonvorm werd Marcel in 2001 zelf cliënt in de verslavingszorg. Sinds 2008 zet hij zijn ervaring in voor Verslavingszorg Noord Nederland en GGZ Drenthe. Vandaag geeft Marcel een lezing over een onderzoek uit 2015 naar hoe  ervaringsdeskundigheid het beste kan worden ingezet in de klinische setting van Duurzaam Verblijf.

Laatste spreker in de ochtend was Dr. Eric Blaauw, Lector aan de Hanzehogeschool lectoraat verslavingskunde. Zijn bevindingen en informatie over naasten bij een verslaving maakte veel indruk. Of zoals Eric vertelt: ”Samen sta je sterker”.                                                                                                      
Na deze uitgebreide en intense lezing was het tijd voor een voortreffelijke lunch die door een samenwerking van cliënten van de PRKZ en ervaringsdeskundigen van Intact herstel en zelfhulp was gemaakt. Een herstelbuffet waarbij, net als bij de zoektocht binnen herstel, een ieder zijn eigen bordje vol kon leggen met de verschillende variaties aan gerechten die gekoppeld waren aan termen die binnen herstel voorkomen. De gasten konden Peer sap, de WRAP(recovery action plan) en zelfhulp(salade) op hun bord leggen. En dat was nog maar de ochtend…

Wordt vervolgd….

Jerry Belanger is ervaringsdeskundige in opleiding

Lees meer »

Vol verwachting verhuizen

Na jaren van geklaag, gemopper, gezucht, gepuf en nog meer geklaag door zowel cliënten als personeel is het dan eindelijk zover… Het Johannes Wierhuis in Enschede wordt ein-de-lijk verbouwd.
Hoewel de meesten van ons het nog niet helemaal kunnen bevatten is het bewijs nu daar. Muren zijn gesloopt, de prachtige (?) oranje en gele verf van de kozijnen geschuurd, nieuwe wc’s, douches… het is allemaal daar.

Het ‘klagen’ heeft dan toch zijn vruchten afgeworpen. Het klagen was ook niet voor niks. Een ieder die ooit een stap in onze oude locatie heeft gezet kon waarschijnlijk zien dat het toch wat uitgeleefde gebouw toe was aan een likje verf en opfrisbeurt. Of dit nu bekend mag worden of niet, feit is toch wel dat met name de laatste twee jaar er af en toe een tegeltje van de muur viel, een plafondlamp geen zin meer had om te blijven hangen en toiletten nog wel eens wilden veranderen in kleine peuterbaden..

Desalniettemin wisten we er toch altijd wat van te maken. Niet alleen ons team, maar ook zeker cliënten hebben af en toe even moeten slikken bij ons verouderde gebouw maar ondanks wat gemopper was het eigenlijk ook heel mooi om te zien hoe de mens zich aan kan passen. Nee, verblijven aan de Raiffeisenstraat was zeker geen luxe, maar sfeer was er zeker.

Terwijl ons oude pand wordt opgefleurd verblijven wij op het terrein van de voormalig TBS-kliniek in Rekken. Voor de meeste van ons was dit toch een hele omschakeling; van het bruisende Enschede naar Rekken. Waar we, zoals laatst werd opgemerkt door één van onze cliënten, vooral tegen een paar vogels aankijken.. Gelukkig wandelt er af en toe ook nog een ree voorbij en springen er soms wat konijnen rond. Helemaal niet verkeerd zo buitenaf, maar wennen was het wel!

Een kliniek verhuizen bleek ook nog een hele onderneming. En zoals bij iedere verhuizing ging ook hier wel wat mis. Verassend genoeg is er bijna niets kwijt geraakt, maar mocht iemand ooit nog een beige beschuitbus met (schijnbaar bijzonder dure) onderdelen voor een stellingkast vinden, dan horen we het graag!

Inmiddels zit onze tijd in Rekken er bijna op. De aftelkalender hangt aan de deur en wordt braaf iedere dag afgekruist. We hebben ons hier prima gered maar zijn nu vooral razend benieuwd naar ons nieuwe, frisse, fabulous, good old gebouw aan de Raiffeisenstraat. Nog even aftellen, maar vol verwachting klopt ons hart...

To be continued.

Jolien Jongeling is verpleegkundige bij Tactus
Jolien

Lees meer »

Krachtig

Krachtgericht werken …….. tja, ik heb wel eens eerder van de term gehoord. Maar het is toch al een behoorlijke tijd geleden dat iemand het er met mij over heeft gehad.

Ik denk dat het zo’n anderhalf jaar geleden was. Toen kwamen Dennis en Bjorn naar mij toe. Of ik niet met hun een krachteninventarisatie wilde maken. Een watte? Ja, een krachteninventarisatie. Ik kon me er niet zoveel bij voorstellen. Maar nadat ze mij uitgelegd hadden wat de bedoeling was, begreep ik het enigszins. Ik zou vertellen waar ik goed in was; op verschillende (leef)gebieden. Tjonge jonge! Ik woon hier toch omdat ik juist dingen NIET goed kan? Maar ze legden mij uit dat het idee was om juist de dingen waar ik goed in ben, mijn kracht, uit te vergroten, uit te breiden. Een positieve benadering om toch verder te komen in je leven.
Op verschillende gebieden hebben we uitgewerkt waar mijn krachten lagen. Op het gebied wonen, op werken, op sociale contacten, enz. Ik vond het best moeilijk om in te vullen, omdat ik niet anders gewend was dan naar mijn problemen te kijken. Kijken wat er allemaal niet goed gaat en daar een oplossing voor proberen te zoeken.

Toekomst
Daarna hoorde ik er niks meer over. Tot ongeveer drie maanden terug. De begeleiding ging op cursus om ons te begeleiden bij het maken van een krachteninventarisatie. Het lag dus niet aan mij dat ik het de vorige keer zo moeilijk vond. Nu zijn alle bewoners bezig om met hun begeleider een inventarisatie te maken. En ik moet eerlijk zeggen: zowel de begeleiding als de bewoners hebben het er best moeilijk mee. Dat geldt ook zeker voor mij. Ook al doe ik het voor de tweede keer. Ik blijf het moeilijk vinden om me te richten op wat wel goed gaat. Volgens mij zit dat niet in mijn natuur. Het is de bedoeling dat je vertelt wat er vroeger op een bepaald gebied goed ging, wat er tegenwoordig goed gaat en hoe je het in de toekomst zou willen zien. Hierbij stel je dan doelen op die realiseerbaar zijn. Pff, maar….euh….mijn problemen dan?

Schouderklopje
Het is wel fijn om het goede uit te vergroten, en complimentjes te krijgen, maar ik krijg een beetje het gevoel dat we ons alleen nog maar richten op het goede en dat de problemen een beetje vergeten worden. Het lijkt ineens alsof alles goed gaat met mij. Dit maakt mij persoonlijk een beetje bang: mag het dan niet meer slecht gaan met mij? Is daar dan geen aandacht meer voor? Deze angst, gedachte heb ik uitgesproken (ook een kracht), en mij is toen duidelijk gemaakt dat de problemen zeker niet vergeten worden. Dat ook daar nog steeds wel naar gekeken wordt, maar dat de nadruk op het positieve, de krachten ligt. En ik moet bekennen, ik heb het gevoel dat het me goed doet. Ik zie in dat er ook een heleboel dingen WEL goed gaan. Ik geef mezelf zelfs af en toe een schouderklopje. Dat kwam een tijdje terug nog niet in me op.

Rachel woont in de woonvoorziening Oosterkerk van Tactus
Rachel

Lees meer »

Vallen

Het drinken van alcohol kan nogal wat gevolgen hebben. Vallen is er daar één van. In de roman ‘Vallende ouders’ van A.F.TH. van der Heijden sijpelt de drank de lezer tegemoet.

Als bemoeizorger kom ik deze gevolgen regelmatig tegen. Soms zijn de wonden letterlijk zichtbaar. Het gezicht of achterhoofd ziet er paars en bultig uit. Soms zegt iemand onomwonden wat er is gebeurd; vaak worden er maar weinig woorden aan vuil gemaakt. Het komt ook voor dat de valpartij grote gevolgen heeft. Soms betekent het zelfs het einde van het drinken. Als de val ernstige botbreuken tot gevolg heeft, volgt er noodgedwongen een ziekenhuisopname. Een periode van abstinentie die tot nadenken kan aanzetten. Meestal vallen de opgelopen blessures mee en kan de drinker na de valpartij doorgaan. Enigszins gehavend begeeft hij zich weer de straat op om een nieuwe voorraad in te slaan.

Iemand zien vallen doet mij steevast aan de grond genageld staan. Nog niet zo lang geleden viel iemand die toch de deur voor mij had opengedaan, steil achterover. Zijn achterhoofd werd niet gespaard, want hij viel precies op zijn stereotoren. Even was alle beweging bevroren en ik hield mijn adem in. Ik wist dat hij vanuit het niets was gevallen en ik deze val niet had kunnen breken. Als een Godswonder kwam het leven terug in de gevallen man. Vrijwel net zo snel als de valpartij zich had voltrokken, stond hij weer kaarsrecht naast zijn toren. Hij zei er niets over. Uit schaamte of omdat de klap elk besef even had uitgeschakeld? Hij bleef het antwoord schuldig.

Vallen heeft naast de lichamelijke complicaties ook gevolgen op relationeel vlak. Zoals bij de man die van zijn houten grenen trap viel en gevonden werd door zijn zoon. Deze schakelde direct alle hulpdiensten in, maar bracht daarna nooit meer een bezoek aan zijn vader.

Keerpunt
Bekend is dat de meeste ongelukken in huis gebeuren, zo ook voor de mensen die ik bezoek. Maar er zijn ook mensen die buitenshuis vallen. Denk daarbij aan het vallen van balkons. Om het lot nog wat extra te tarten, zit zo’n balkon vaak aan de hoogstgelegen woning bevestigd. Een zestigjarige man komt thuis na flink doorgezakt te hebben en is zijn huissleutel vergeten. Alweer het ruitje inslaan en daarna de woningbouw bellen met het bekende verhaal of… Als je weet dat de balkondeur open is, kan je in plaats van de trap ook de regenpijp nemen. Bijna op de derde etage aangekomen, raakt deze klimmer zijn grip kwijt en volgt de onherroepelijke val. De drank in de man geeft hem het lichaam van een kat. Of hij hier ook negen levens bijgeleverd krijgt, weet ik niet. Hij is niet de enige die zulke valpartijen overleeft. Stopt iemand daarna met drinken? Voor een tijdje, maar het leidt niet tot het keerpunt dat je zou verwachten.
Martin Hartog is bemoeizorger bij Tactus Verslavingszorg.
Martin Hartog foto

Lees meer »

Kansen

Frank, begin veertig, dronk al meer dan twintig jaar. Mateloos en gepassioneerd. “Het is topsport”, zei hij als hij zijn volgende halve liter met veel pijn en moeite uit de koelkast ging halen.
Lichamelijk was dit het zeker, want zijn lichaam ging door zijn beoefening hard achteruit. Totdat het niet meer verder kon. Hij werd zijn kamer van het begeleid wonen uitgegooid en was lichamelijk niet in staat om er zelfs maar over na te denken om op straat te gaan leven. Ik stelde hem voor de keus: of met mij mee voor een opname of een opname via een Rechterlijke Machtiging. Hij stapte bij mij in de auto. Er volgde een half jaar opname en deze man ervoer dat een leven zonder drank ook zijn goede kanten had. Hij heeft tijd gehad voor een keuze. Zijn leven verder leven zonder drank, of toch… Hij maakte zijn keuze. Drinken, veel drinken en zijn lichaam protesteerde elke ochtend als de inname begon van het eerste blik. Doorzetten. Na twee blikken bleef de rest meestal binnen. Een leven zonder drank vond hij saai en zinloos. Na enkele maanden stond ik aan zijn graf. Gemiste kans?

Inzicht
Bastiaan had altijd in de hulpverlening gewerkt. Sprak het jargon en had een vriendelijke uitstraling. Bastiaan dronk stevig en na zijn scheiding gingen alle remmen los. De hersenen liepen onherstelbare schade op en de Korsakov bepaalde meer en meer zijn doen en laten. Lange tijd mocht ik niet bij hem komen; hij kwam wel bij mij, want hij was toch bezig met zijn fietstochten. Totdat ik een keer wel bij hem over de vloer kwam. Een verwaarloosde woning. Bastiaan at nauwelijks. Bij Korsakov is er geen ziekte-inzicht, ook niet als je zelf hulpverlener bent geweest. Als ik toch iets zei over zijn geheugen waren zijn woorden steevast: “Ik heb een ijzersterk geheugen”.
De situatie verslechterde en ik vroeg een Rechtelijke Machtiging aan. De rechter kwam en vond dat meneer nog wilsbekwaam genoeg was om voor zichzelf keuzes te maken. Niet eten en eindeloos drinken was volgens haar zijn eigen keus. Was het ook zijn keus dat hij binnen enkele maanden overleed aan kanker. Hij had namelijk geen ziekte-inzicht. Gemiste kans?

Nieuwe kans
Harrie kom ik met enige regelmaat tegen op de fiets. Steevast zijn kind in het kinderzitje. Harrie heeft het nodige gedronken in zijn leven. Zoveel dat zijn lever geen druppel meer kon verwerken. Eenmaal probeerde hij het toch nog, werd zo ziek dat hij de knop eigenhandig omzette en nooit meer een druppel heeft gedronken. De inschatting van de specialisten was dat Harrie een nieuwe lever moest krijgen. Zo niet dan zou hij overlijden. Hij kwam op de wachtlijst. Voorwaarde was: niet drinken. Dit lukte Harrie, die begeleid ging wonen, een nieuwe vriendin trof en uiteindelijk weer vader werd van twee kinderen. En die levertransplantatie. Die bleek uiteindelijk niet nodig. Een gegrepen kans.
Martin Hartog is bemoeizorger bij Tactus Verslavingszorg.
Martin Hartog foto

Lees meer »

De voorraad

Je vraagt je af hoe de man die in zijn stoel hangt, niet meer in staat om iets uit te brengen en al helemaal niet meer in staat om uit zijn stoel op te staan, er toch in slaagt om zijn alcoholvoorraad op peil te houden. Toch zijn er opties genoeg.

Aflaat
Ik ben eens gebeld door een drankenhandelaar. Hij had vijf dagen lang twee flessen wijn per dag afgeleverd aan een fragiele dame die op dag zes nauwelijks nog in staat was om de deur open te doen. Toen begon er toch iets te knagen bij de man en belde hij Tactus. Of ik eens wilde gaan kijken. Een aflaatbelletje; de grote vrachtauto rijdt nog steeds dagelijks zijn rondes in de provinciestad.

Tuinhuis
Overdag is er de buurtsuper die na één telefoontje het boodschappenlijstje opstelt en het binnen het uur langs brengt. De gewezen bankdirecteur bestelt eten en liet ook zijn Berenburg noteren. Het eten ging het tuinhuis in waar het verrottingsproces zijn werk kon doen; de drank werd direct genuttigd.

Taxi
Mocht er zich onverhoopt een tekort voordoen op een nachtelijk uur dan is er een nachtwinkel in Almelo waar de bierkratten hoog opgestapeld staan en waar onder de toonbank het sterke spul wordt verhandeld. Vanuit het buitengebied is dit een hele reis; zeker na de nodige versnaperingen. Een taxichauffeur kan uitkomst bieden. Wiebelend op de benen is het nog een hele toer om met de taxi mee te gaan. Dat is ook helemaal niet nodig, de chauffeur weet na één telefoontje genoeg en levert de drank voor een exclusieve prijs.

Pingedrag
Zelf halen, terwijl het rijbewijs al lang geleden is afgenomen, blijft met stip op nummer één staan. De oude man in het dorp die er toch nog steeds in slaagt om ongezien de Plus te bereiken. Zijn dochter volgt nauwlettend het pingedrag van haar vader aan de andere kant van het land. De dorpsagent kijkt helaas altijd net de andere kant op als de inmiddels gehavende auto door de nauwe straatjes manoeuvreert.

De man die drank meebracht
En het zal niemand verbazen dat veel drank door familie en bekenden wordt meegenomen. Ook zorgverleners schaar ik onder die bekenden van de drinker. “Anders gaat hij zelf op pad. In zijn auto met een slok op of op de fiets waar hij dan weer van af valt.”
Ik zal nooit vergeten dat een cliënt van mij bij aankomst op de crisisafdeling mijn naam noemde als de man die de drank meebracht. “Waarom?”, vroeg ik hem later. “Ze konden niet geloven dat ik zelf in staat was om mijn bier te halen. Ik moest van de arts een naam noemen. Toen heb ik jouw naam maar genoemd.”

Martin Hartog is bemoeizorger bij Tactus Verslavingszorg.

Martin Hartog foto

Lees meer »

Vervuiling

De hele omgeving wordt overheerst door deze solide kolos van rood steen, met rijen kleine vierkante ramen. Het geeft een Oost-Europees gevoel. Het gevoel van intrinsieke treurigheid. Een leven zonder kleur, zonder franje. Joost woont op de tweede verdieping in een drie kamerflat. Hij laat niet graag mensen toe, want de schaamte over zijn vervuilde woning is groot. De brievenbus is overvol en dat geeft zonder woorden aan hoe het is gesteld met de administratie van Joost.

Joost werkt in een industriële bakkerij waar hygiëne regel één is. Daar zijn ze erg tevreden over hem. Zijn baas weet dat Joost problemen heeft. De boekhouder heeft zich met toestemming van Joost al ontfermd over de rekeningen. Maar niemand van zijn collega’s weet hoe het er thuis uit ziet. Het duurde ook voor mij een tijd voordat ik het wist. Al eerder was de woning grondig gereinigd door een team van de GGD. De vervuiling had weer toegeslagen. Joost dronk en gebruikte zijn ritalin als een middel om in combinatie met alcohol in een roes te raken en zo alles te vergeten.

Joost is een vriendelijke jongeman die ondanks zijn verslaving een hoog arbeidsethos heeft en nooit verzuimd, hoe belabberd hij zich ook voelt.

Hoe ziet de flat er uit? Elke beschrijving mist de anarchie die er heerst. Lege en ook veel half lege blikken bier die heer en meester zijn geworden van de vloer. Een verschraalde bier lucht ontneemt je de adem. Etensresten op tafel en op de grond tussen de blikken. Thuis komen, en op de bank ploffen is onmogelijk. De bank ligt vol en is smerig, in de slaapkamer een matras op de grond zonder hoes. Het geheel nodigt alleen maar uit om hard weg te rennen. Liever middelen dan nachtrust. Joost stopt weleens wat in vuilniszakken, maar uit gemakzucht zet hij ze op het balkon, en daarna in de tweede slaapkamer. Vol is vol. De buren ruiken de penetrante lucht en bellen de woningbouw. Zo kwam de her aanmelding bij Tactus tot stand.

Met praten ruim je geen woning op. Samen zijn we begonnen. Vuilniszakken volgestopt met afval van zijn eenzame bestaan in een enorm flatgebouw. Het was symptoombestrijding. De afval kroop zijn woning weer in. De woningbouw kwam langs. De wijzende vinger maar Joost was machteloos tegen zijn verslaving. Totdat een nicht zich opwierp als reddende engel. Ze kwam en liet zich niet afschrikken door het afval of door de afwerende houding van Joost. Ze bleef komen en door oprechte betrokkenheid begon er iets bij Joost te veranderen. Minder drinken, grondig opruimen en hij meldde zich aan bij Intact Herstel en Zelhulp. De ritalin zwoor hij af en toen ontdekte hij hoe ver weg hij was geweest. Hij kan weer thuis zijn.

Martin Hartog is bemoeizorger bij Tactus
Martin Hartog foto

Lees meer »

Een plek in de herberg

Jacob is geopereerd aan een hersentumor zo groot als een kerstbal. Het herstel ging voorspoedig. Hij kon naar huis. Jacob woont in een stal. Hij woont hier omdat hij in zijn leven alles is kwijtgeraakt. Jacob had alleen nog een koeienstal. Hierin zette hij een bed, een oude stoel, een tafeltje en een gasfornuis op butagas; acht vierkante meters waar Jacob in moest overleven. Jacob dronk.

De thuiszorg werd aangevraagd. Eén keer per dag komen ze langs om Jacob te wassen. De voorzieningen zijn er niet. Er zit buiten een koudwaterkraan; geen douche en geen wc. De grote boodschap doet Jacob al jaren in een kruiwagen die hij achter leegt. 

Al snel komt er bericht van de thuiszorg dat zij niet de hulp kunnen geven die nodig is. Daar komt bij dat zij de stal vies vinden en als dit niet verandert, stoppen zij. De bemoeizorg overlegt en gaat huishoudelijke hulp aanvragen. Een week later komt de mevrouw van WMO. “Kamers doen we niet vanuit de thuiszorg”, zegt ze gedecideerd. “U kunt het beste zelf hulp in huren”. Enthousiast begint ze te vertellen over een appartement in de stad waar zorg bij aanwezig is. Er is nog een appartement leeg. We horen snel terug, zegt ze als ze de deurklink al in de hand heeft. 

Jacob begint steeds slechter te lopen en valt hard in de grote stal. Een bekende van hem is aanwezig en belt de ambulance. Jacob wordt voor een nacht opgenomen. De bemoeizorger wordt `s morgens gebeld dat Jacob opgehaald moet worden. Hij kan niet blijven. Verpleeghuiszorg is niet geïndiceerd. De bemoeizorg en huisarts laten een noodkreet horen bij de gemeente. Waar kan Jacob terecht? De thuiszorg belt ook bijna dagelijks, maar dan vooral om te laten weten dat ze nu écht gaan stoppen.

Jacob moet nog chemokuren ondergaan. Medisch maatschappelijk werk komt langs. In deze woonsituatie kan Jacob geen chemo krijgen. Het voldoet niet aan de minimale eisen. Jacob gaat meer vallen, belandt nog een keer op de spoedeisende hulp, maar mag zelfs geen nacht blijven. In een taxi wordt hij weer bij zijn stal afgeleverd. 

De gemeente begrijpt de urgentie van deze casus. Het wordt opgepakt. Een wijkcoach belt op. Hij kan nog net voor kerst langs komen voor een keukentafelgesprek, maar voegt er wel gelijk aan toe dat hij daarna vakantie heeft. “De chemo moet binnen afzienbare tijd toch echt ingezet gaan worden”, laat de neuroloog weten.

Achter zijn stal staat een boerderij die vakantiehuisje verhuurt. Jacob strompelt hier heen achter zijn rollator. De mensen zijn van goede wil en willen Jacob een vakantiehuisje laten huren. Ze willen ook voor zijn maaltijden zorgen. Hij kan hier zijn chemokuur krijgen en dus nog wat langer blijven leven.  De kosten kunnen misschien uit de bijzondere bijstand betaald worden. Jacob’s ogen stralen sinds lange tijd weer. De gemeente praat mee over dit plan, maar een ja of nee blijft uit. Een dag voor kerst belt de boerin op. “Jacob kan komen en dan gaat er eerst gezorgd worden. De euro’s komen later wel”, zegt ze.  Er is voor Jacob plaats in de herberg.

Martin Hartog is bemoeizorger bij Tactus

Martin Hartog foto

Lees meer »

De seizoensdrinker

Er zijn cliënten die je als hulpverlener soms wel kan….Meneer D. was zo’n man.

Meneer D. is een alleenstaande man van middelbare leeftijd. Gescheiden en geen contact meer met zijn kinderen. Zonder werk, zonder inkomen. Hij woonde in een woning die de uitstraling had van de bungalow van de familie Flodder. De financiële situatie werd met de dag rampzaliger. Enorme achterstand met de hypotheekbetalingen. Gigantische roodstand. Het begon met de afsluiting van de elektriciteit, een maand later volgde het gas. En overal in de woning lagen stapels rekeningen. Meneer leefde van een leenbijstand. Eten en drinken kon hij er goed van, want de rekeningen liet hij onbetaald.

De claim die hij op mij legde was een echte energievreter. Soms leek het er sterk op dat hij mijn werkgever was die de actiepunten doorgaf die ik moest uitvoeren. Hij stelde zich zeer afhankelijk op. Aan de andere kant bleef hij zijn eigen zaken regelen, zodat het lang duurde voordat de ernst van zijn situatie mij écht duidelijk werd. Deed ik niet wat hij mij vroeg, dan was of de verstandhouding voor even verstoord of hij zette zich er direct overheen door over een ander onderwerp te beginnen. Later bleek vaak wel dat hij had geprobeerd om een ander voor zijn karretje te spannen.

De hulpverlening, incluis mezelf, kan wel zeggen waar de oorzaak van al dit leed in lag verscholen: drank. Dit in combinatie met de persoonlijkheid van Meneer D. Hij stelde zijn eigen diagnose: hij was niet verslaafd. Hulpverlening vanuit de verslavingszorg zag hij ook maar als een blok aan zijn been. Hij ontkende niet te drinken, maar hij deed dit alleen als hij een ‘bui’ had. En die buien kwamen in het voor- en najaar. Ik kon niet anders dan vaststellen dat een jaar voor deze meneer bestond uit slechts twee seizoenen.

De indruk die deze meneer op mij heeft achtergelaten is dat hij niet in staat was om de realiteit onder ogen te zien. Hij bleef de meneer spelen, bleef hopen op genoegdoening van zijn werkgever, hopen op een financiële tegemoetkoming. Er was geen houden meer aan en het web waar hij in zat sloot zich. Na jaren geloofde zelfs de Middenstandsbank deze meneer niet meer. “Misschien had ik toch eens bij meneer langs moeten gaan”, zei de bankdirecteur mij achteraf.

Aan het eind van het liedje werd het huis ver onder zijn waarde gedwongen verkocht en meneer deed een paar opnames. Hij ging begeleid wonen, maar niets kon het ontij meer keren. Op een dag was ook zijn geheugen verdwenen.

Wat heb ik mij druk gemaakt voor en met deze meneer. En om de zoveel tijd stelde hij mij de legendarisch geworden vraag: “Vertel mij nu eens één ding wat je voor mij hebt gedaan? Ach nee, geef maar geen antwoord, want het antwoord weet ik al. Helemaal niks!”

Martin Hartog is bemoeizorger bij Tactus

Martin Hartog foto

Lees meer »

Hart van rozen

“Tweehonderdvijftig luxe broodjes”. De begrafenisondernemer sprak de woorden uit met een intonatie die opgewektheid suggereerde, alsof het een aankondiging van een bruiloft betrof. Hij zat voorover gezakt op de aftandse bank in de muf ruikende woning. Een woning in een straatje met oude gedateerde auto’s en kleine vrachtautootjes die altijd volgeladen waren met ijzerwaren, wasmachines en afgereden fietsen waarvan de essentiële onderdelen aan ontbraken.

De buurman stelde zich op als zaakbehartiger van de overleden Jan, ook al was Jan maar kort zijn buurman geweest. Hij had longkanker en de ziekte had het in sneltreinvaart gewonnen. De buurman, een handelsman in hart en nieren, had zich gelijk opgeworpen als de vriend van. Hij kende ook alle vrienden van Jan en wist mij al voor het overlijden te vertellen dat Jan goed verzekerd was. Heel goed.

De begrafenisverzekering was inderdaad ruim. En het zou alleen worden uitgekeerd aan kosten die direct met de begrafenis te maken hadden. De buurman zei dat Jan het ook zo gewild zou hebben. Een fatsoenlijke begrafenis. Een dienst, muziek waar hij voor zou zorgen, en na afloop voldoende versnaperingen. En niet te vergeten de kaarten.
“De kaarten”, ging de man in het weinig flatteuze pak verder, “Er staat een aantal van honderd op de wensenlijst.” De man had de roze lijst in zijn handen, een dun papier. “Vijftig kaarten zullen moeten volstaan”. De buurman schudde zijn hoofd. “Veel te weinig, want er zijn heel veel mensen die Jan de laatste eer willen bewijzen. Trouwens, er is geld genoeg dus waar hebben we het over.”

Drie dagen later zit ik in de aula. De traditionele begrafenisklassiekers worden gedraaid. De kist met een overdaad aan rode rozen staat voor de grote raampartij die uitzicht biedt op het parkachtige landschap van de begraafplaats. Naast de kist staat een krans in de vorm van een  hart van rode rozen. Naast dat het indrukwekkend is, is het toch vooral een vlag op een modderschuit. Het rozenhart verbeelde juist alles wat Jan de laatste jaren niet meer heeft gehad in zijn leven. Jan was de laatste jaren een eenzaam man geweest, de liefdes uit zijn leven waren eeuwen geleden al via een zijspoor afgehaakt.

De toespraak van de buurman gaat meer over zichzelf dan over Jan. De buurman zet zich neer als de mantelzorger. Hoe had Jan zonder deze zorg aan zijn eind moeten komen?

De zaal is grotendeels leeg. En de weinige mensen die er hebben plaatsgenomen, zijn kennissen van de buurman. Hongerig is dit bonte gezelschap al helemaal niet, zodat ik de crematieplechtigheid verlaat met twee enorme plastic tassen vol met goed belegde broodjes. Nog voordat ik op de fiets zit, is het rozenhart al buiten gezet.

Martin Hartog is bemoeizorger bij Tactus

Martin Hartog foto

Lees meer »

De vrijheid van de zwaluw

We krijgen bij de cursus Schrijfzin een plaatje te zien van een zwaluw. De opdracht is om er een verhaal bij te schrijven. Daar heb ik wel genoeg inspiratie voor.

Ik denk bij het plaatje gelijk aan vrijheid en rust. Iets waar ik mijn hele leven al naar verlang. Ik heb een nare jeugd gehad en daarna was het ook niet makkelijk. Ik heb hier maar moeilijk mee om kunnen gaan en altijd geprobeerd het weg te drukken. Zo is uiteindelijk ook mijn verslaving ontstaan.
Wat in het begin fijn leek te zijn, werd een steeds groter probleem. Ik creëerde een gevangenis voor mijzelf, zowel letterlijk als figuurlijk. Op een gegeven moment was ik een kluizenaar in mijn eigen huis. Ik had met bijna niemand contact, verwaarloosde mijzelf lichamelijk, was geestelijk in de war en totaal afhankelijk van mijn middel. Ik wist niet meer hoe het verder moest. Uiteindelijk ben ik terecht gekomen in de kliniek van Tactus. Dat is achteraf de beste stap die ik heb genomen. Ik heb daar een hele tijd rond gelopen, maar ik kon eindelijk aan mijn verslaving en aan mijzelf gaan werken.

Het gaat nu beter met mij. Ik ben inmiddels twee jaar clean en ben daar supertrots op. De wereld gaat steeds meer open voor mij. Ik werk nog wel aan mijzelf om alles een plekje te geven, maar ik heb een mooi doel voor ogen. Tijdens de cursus probeer ik mijn verlangen te omschrijven in het verhaal ‘Als een vogel’. Ik zou graag mijn verleden achter mij willen laten en terug willen kijken met het gevoel dat het goed is. Om vervolgens de vrijheid in te gaan en de rust te ervaren. Vertrouwen op mijzelf en op wie ik van binnen ben. Ik vraag de wind of hij mij meeneemt. Dat is mijn droom.
En dit is mijn verhaal:

Als een vogel
Ik zou graag een vogel willen zijn. Heel hard rennen over de aarde om vervolgens mijn vleugels uit te kunnen slaan. De dingen van beneden achter mij laten en de vrijheid opzoeken. Het zorgt ervoor dat ik in de hoogte alles kan overzien om vervolgens los te kunnen laten. Ik zou dan willen vertrouwen op mijn sterke vleugels en wie ik diep van binnen ben. Dat dat goed is, dat dat mooi is. Om dan over te geven aan de wind die onder mijn vleugels slaat. Overgave… Wind, neem mij maar mee en geef mij die rust en vrijheid waar ik al zo lang naar op zoek ben. Ik sla mijn vleugels uit.

Claudia is cliënt bij Tactus.
claudia-client

Ben je op zoek naar een plek waar je er ‘mag zijn’ met je moeiten om te stoppen met je verslaving? Waar mensen zijn die weten dat herstel meer is dan alleen behandeling? Misschien is Intact Herstel & Zelfhulp iets voor je.

Lees meer »

Bankje

Om bemoeizorg goed te kunnen doen, heb je in ieder geval een lange adem nodig. Onder het motto: zolang er adem is, is er leven. Hoe lang het soms ook kan duren.

Zo is er een man die, na ruim tien jaar zorgmijder te zijn geweest, mij ging verwijten dat hij na die tien jaar nog steeds op hetzelfde bankje in – u voelt hem al aankomen – hetzelfde park zat. Strikt genomen had Karel gelijk. Ook al kon ik het niet nalaten om telkens te blijven zeggen dat ik van alles had geprobeerd, maar hij écht niet wilde. Ook de wijkagent had zich een slag in de rondte gewerkt om Karel van het bankje te krijgen. De enige verhuizing die om de zoveel tijd plaatsvond was een korte detentie. Elke keer als Karel vast zat, was de hoop dat hij nu wel eens een keer wat langer vastgehouden zou worden. Helaas. Veel zaken werden uiteindelijk geseponeerd. Gebrek aan bewijs.

Karel zat vooral op het bankje in het park, maar hij had ook andere vaste plekken in de stad. Makkelijk voor mij als bemoeizorger omdat ik Karel altijd kon vinden. Was hij onvindbaar, dan wist ik vrijwel zeker dat hij vast zat. Karel is ook honkvast wat betreft zijn mobiele nummer. Vader wist het vaak ook wel. Die zocht hem dagelijks op in zijn scootmobiel.

Karel had geen postadres, geen uitkering en was niet verzekerd. Karel dronk; soms erg veel en dan was hij nauwelijks te verstaan. Als hulpverlener stak ik in op praktische hulpverlening: de uitkering. Karel werkte niet mee. Samen naar het arbeidsbureau. Een gesprek dat na vijf minuten al helemaal de verkeerde kant op ging. Karel stapte boos en verontwaardigd op. Bij de deur naar buiten zei hij geruststellend tegen mij: ”Maak je om mij maar niet druk, ik red het wel”. Hij haalde met zijn linkerhand een stapeltje bankbriefjes half uit zijn broekzak.

Karel redde het inderdaad wel op de straten in deze provinciestad. Wat hij, naast het op straathoeken staan, deed, bleef vaag. Hij was altijd heel recht voor zijn raap over de junkies die bij Tactus rondliepen. Daar wilde hij niet komen; hij wilde zich niet vereenzelvigen met die al eeuwen geleden opgegeven mensen.

Alle eer voor de wijkagent. Karel werd opgenomen. Helemaal in Enschede en dat was voor Karel een hele stap. Succesvol? Nee, want daar was de opname van een halve dag te kort voor. Karel verdween weer de straat op. Karel zat nog wel een paar keer vast. Totdat een rechter besloot dat het genoeg was geweest. Karel zit nu met een ISD-maatregel twee jaar vast.

Ongemerkt blijf ik toch naar hem uit kijken, in het park en al die plekken in de stad die nu kaal en verlaten ogen zonder zijn aanwezigheid. Soms stop ik even bij ‘het bankje’ in het park om een boterham te eten.

Martin Hartog is bemoeizorger bij Tactus
Martin Hartog foto

Lees meer »

Soms valt een appel niet van de boom

Nooit saai. Zo kan ik vader en zoon het best omschrijven. Oftewel, er is altijd stront aan de knikker als ik de vader, mijn cliënt, spreek. Vader is vooral druk met zijn zoon. Terwijl vader zich toch vooral eens met zichzelf moet gaan bezighouden. Vader drinkt al jaren en is door zijn alcoholverslaving afgegleden tot een alcoholist zonder werk en bijna altijd zonder geld.

Zoon begon een opleiding bij de politie en leek een ander leven te gaan leiden. Totdat hij door collega’s uit zijn auto werd gehaald omdat hij onder invloed was. De carrière was ten einde en zoon viel terug op meer gebruik. Jaren geleden was er een kleine opleving toen het leek alsof hij een vaste baan binnen het verzekeringswezen kreeg. Fraude lag op de loer in deze branche en voor hij het zelf wist, had de werkelijkheid hem al ingehaald.

Vader was vroeger een binge drinker. Vijf dagen lang van café naar café. Hij liet zich vollopen. Lopen deed hij weinig tussendoor, want hij liet zich verplaatsen met taxi’s. Kostbare bezigheid. Ik ben er nog steeds niet achter hoe iemand vijf dagen achtereen in Almelo van de radar kan zijn om zich enkel in uitgaansgelegenheden schuil te houden.

Vader is iets ouder en iets rustiger geworden. Hij drinkt nu vooral thuis, in zijn oude versleten stoel in een woonkamer die schreeuwt om enig onderhoud. Zoon woont in een andere wijk. Hij houdt zich bezig met allerlei handelspraktijken. Daarnaast heeft hij een bijstandsuitkering en dat is een ideale combinatie om in de problemen te geraken. Hij haalt auto’s op in het voormalige Oostblok, sleutelt wat en rijdt er in rond. Ze worden doorverkocht. Daarnaast is hij een tijdje glazenwasser geweest.
Elke ochtend ging deze jongeman met een bijstandsuitkering op pad, ladder op de bus. Eerst zijn bijstandsgerechtigde vader ophalen en dan samen op pad. Zoon had dan al de nodige versterkertjes gehad voordat hij de ladder beklom. Vader, ook niet vast ter been, hield de ladder vast.

De uitkering van zoon werd geblokkeerd. En alles moest terug betaald worden. Vader kwam er nu mee weg. Jaren eerder was vader hetzelfde overkomen. Vader had zijn uitkering en ging bij een metaalwerkplaatsje aan de slag als manusje van alles. De oude man die hier de scepter zwaaide, was blij met de hulp en betaalde vader zwart uit. Vader zat zo ruimer bij kas om zijn vaste lasten te betalen en om te drinken. Hij wist niet dat de sociale recherche hem op de korrel had en een fotoreportage had gemaakt. Foto’s van vader met de broodtrommel onder de arm, vader in de auto, en vader bij het naar binnen gaan van de werkplaats. Elke dag op dezelfde tijd. Hij werd uitgenodigd door de gemeente en de foto’s werden op tafel gelegd. Vader had iets uit te leggen. Het gevolg was een flinke korting op zijn uitkering. En om toch de maand door te komen tierde de handel welig. Ook bij vader in de straat stonden de auto’s in rijen opgesteld, klaar voor de verkoop. Soms valt een appel helemaal niet van de boom.

Martin Hartog werkt als bemoeizorger bij Tactus.

Martin Hartog foto

 

Lees meer »

Eerst even douchen

Wat heb ik vaak voor de dichte voordeur van de rijtjeswoning van Frans gestaan. Vlak voor de afgesproken tijd, appte ik hem. “Ben je er?” Het berichtje werd vrijwel gelijk gelezen, maar een reactie bleef uit. Ik bleef wachten, belde nogmaals aan en klopte op het grote voorraam. Als ik de moed opgaf en vertrok, kwam er na een half uurtje een tegenbericht: “Ik zit nog in Amersfoort”. Frans werkte als voorman in de bouw.

Ik zocht de samenwerking met de wijkagent en de wijkcoach om zo toch echt in contact te komen met deze gescheiden man die zijn woning in de verkoop had, maar zich schijnbaar in het zweet des aanziens werkte om het hoofd boven water te houden. De wijkagent vertelde mij dat Frans overdag toch vooral in bed lag om zijn roes uit te slapen. Ik werd een bekend gezicht in de straat vol rijtjeswoningen uit de jaren zestig. De buurman sprak mij een keer aan. “Ach, hij is er nooit. En als hij er is, zit hij binnen”.

Soms lukte het met de afspraak. Een zwetende Frans deed open en zei dat hij zo eerst ging douchen. Persoonlijke hygiëne, belangrijk en bij Frans nog niet in de vergetelheid geraakt. Het verhaal van Frans was dat zijn ex hem een hak had gezet. Hij zag zijn twee kinderen niet meer. Zij had hem met het huis en de schulden achter gelaten. Ik legde het belang uit van afspraken nakomen, ook al moest hij er een keer vrij voor nemen. Als hij niets regelde voor de woning, ging het hem alleen maar nog veel meer geld kosten; daar viel niet tegenop te werken.

Ik mocht met de Bank bellen. Een dame in Amsterdam, met uitzicht op de Zuidas, wilde Frans tegemoet komen door er geen gedwongen verkoop van te maken. Ze wilde Frans wel laten tekenen dat de bank weliswaar de verkoop zou doen, maar dan wel voor de marktwaarde Het bordje stond al lang in de tuin en de belangstelling hield niet over. Het tekenen bij de notaris was een zware bevalling. Frans liet nogal eens verstek gaan op deze afspraken. Ik appte mij suf, hij las het altijd vrijwel gelijk, maar een reactie bleef meestal lang uit.

En opeens was er een koper. Er werd een datum doorgegeven dat de woning schoon opgeleverd moest worden. De wijkcoach, wijkagente en ik stelden voor om Frans te helpen met het opruimen van de woning. Rekening houdend met het gedrag van Frans. Dat gedrag was vooral `kop in het zand steken.’

Frans heeft een oude moeder en een broer. Maar hij wilde hen niet belasten. Tot het moment dat hij mij een briefje liet lezen dat zijn moeder onder zijn deur had doorgeschoven. “Frans, waarom neem je nooit je telefoon op en doe je niet open”. Hij vroeg mij: “wat moet ik ermee?” Ik zei: “bel haar nu”. Toen Frans haar zei dat ik er was, liet zij er geen gras over groeien. Binnen tien minuten kwam zij op de scootmobiel aangescheurd. Een vrouw op leeftijd die heel goed wist te vertellen dat Frans goed aangepakt moest worden.

Hoe moeilijk het ook was om Frans te treffen, zo meegaand was hij ook wel weer. Samen met zijn moeder werden er plannen gemaakt. Frans moest na verkoop ook ergens wonen. Moeder bood hem onderdak. Met voorwaarde dat hij onder bewind ging, want in haar ogen had hij nooit goed met geld om kunnen gaan. Frans ging akkoord en ik ging het regelen.

De broer van Frans leende het geld voor betaling van een grote container. De wijkcoach met een collega en ik hebben hem geholpen met het ontruimen. Ook deze afspraak verliep niet geheel soepel, want toen we wilden komen, zei Frans dat hij eerst nog even moest douchen.

Die middag helpen liet zien dat de handen uit de mouwen steken meer doet dan eindeloze gesprekken op kantoor. Frans was alleen nooit zover gekomen. Dan was waarschijnlijk de woning voor de verkoop ontruimd en was er weer een schuld bijgekomen.
Ik heb groot respect voor de moeder van Frans, de vrouw in de scootmobiel die op de dag voor de overdracht de laatste rommel naar de container bracht. Frans stond te douchen.

Martin Hartog werkt als bemoeizorger bij Tactus.

Martin Hartog foto

 

Lees meer »

Hollands Hoop

We hebben bij het appartement afgesproken. Tibbe komt met zijn scootmobiel en ik op de fiets. We gaan kijken bij een appartement. Tibbe woont begeleid en wil graag een eigen woonplek.

Het verhaal van Tibbe is er één zoals er meer zijn. Door het drinken is hij alles kwijtgeraakt. Hij had een goede baan in de ICT. Hij was getrouwd en hij heeft een zoon en een dochter. Na de scheiding kwam hij in een huurwoning te wonen. Hier nam de drankinname en de verzamelwoede toe. De woning stroomde vol. De laatste aankoop was een robotstofzuiger die nooit zijn kunstje heeft kunnen laten zien omdat er geen ruimte over was in de kamer.

Tibbe moest deze huurwoning door huurschuld uit en ik kreeg hem in de kliniek. Daarna dus het begeleid wonen. Ondanks zijn medewerking, bleef hij in de ontkennende fase zitten over zijn alcoholverslaving. Hij bezat een enorme grote computer die volgens Tibbe enorm veel potentie had. Tibbe zei dat hij hiermee grootste dingen kon gaan doen. Als ik hem bezocht, was hij somber en zat in zijn stoel voor zich uit te kijken in een al snel weer voller wordende kamer.

Helemaal stil zitten deed Tibbe niet. Hij was eenzaam, maar ging hier wel mee aan de slag. Hij reageerde links en rechts op internet op contactadvertenties. Lange tijd was er een dame in Afrika. Zij was, het zal u niet verbazen, hotel de botel op deze Nederlandse man met Friese wortels. Ze wilde niets liever dan bij hem komen wonen. Ze miste alleen het geld voor een ticket. Tibbe maakte een ruim bedrag over. Daarna was er nog een hobbel te nemen voordat deze op de foto goedlachse dame kon komen. Ze had geen paspoort. Niets voor niets, ook niet in Afrika. Tibbe maakte weer geld over van zijn WAO-uitkering. Toen bleef het stil.

Tibbe voelde de beklemmende eenzaamheid sterker dan ooit tevoren. Een half jaar later kreeg hij contact met een dame uit Moskou. Hij vroeg mij of dit betrouwbaar was. Ik googlede deze dame en trof op internet de benedenbuurvrouw. Ook een Russische blondine. Zij bood zichzelf ook aan. Ik overtuigde Tibbe er van dat dit niet meer was dan `geld uit de zak klopperij.`
Hij gaf niet op en kreeg contact met een Chinese dame. Hij was er zeker van dat dit zuivere koffie was, want hij hoefde geen inschrijfgeld te betalen. Zelfs het vertalen van zijn mails was gratis. Hij had geen idee hoe zijn lange minutieuze mails er in het Chinees uitzagen, maar hij was vol vertrouwen. Het enige dat geld kostte, was het sturen van een bloemetje of halssieraad via deze organisatie. Voor een paar boeketten had hij er zelf heen kunnen vliegen. Desondanks wilde Tibbe meer. Hij wilde gaan samenwonen in Nederland.

“Dit is de slaapkamer, ruim genoeg voor een tweepersoonsbed”, zei de makelaar terwijl wij een kamer in keken die niet ruimer was dan een grote bezemkast. “Mooi”, zei Tibbe. “Ja, ik wil hier gaan samenwonen met mijn Chinese vrouw. En dan later kinderen”. “Prima starterswoning”, zei de makelaar tegen Tibbe die er door zijn langdurig drinken zeker tien jaar ouder uitzag dan zijn kalenderleeftijd.
Tibbe wilde een informatiebedrijf (Total Customer Information Services LTD) opzetten. Samen met zijn Chinese vrouw. Om dit alvast vorm te geven, liet hij visitekaartjes maken. Tibbe was `Director` en op haar kaartje stond ‘Hoofd Accountancy’. Op het kaartje droeg zij al zijn achternaam. In het hoofd van Tibbe was zij ook al zijn vrouw. Tibbe had de complete inburgingscursus al aangevraagd.

Tibbe kwam er zelf achter dat de foto op internet niet die van zijn vrouw was, maar van de tolk. Hij kon zijn vriendin op een bepaald moment bellen, maar of hij haar ook sprak? Uiteindelijk moest er eerst geld naar China voordat zij er ook maar over na kon denken om deze kant op te komen. Hij wilde er heen, maar het contact begon stroef te lopen. Tot het stil werd in het Hemelse rijk. De visitekaartjes zijn in de doosjes gebleven.

Martin Hartog werkt als bemoeizorger bij Tactus.

Martin Hartog foto

Lees meer »

Het digitale schouderklopje

Als er geen smartphone was uitgevonden, maar wel sociale media die alleen vanaf een vaste computer te gebruiken zou zijn, zou het gebruik en de invloed van sociale media dan net zo verpletterend zijn als nu?

De populariteit van sociale media groeit. In 2017 maakte 87 procent van de Nederlanders van 18 jaar en ouder er gebruik van. Dit doet men vooral om in contact te blijven met anderen. Of is het toch voor het fijne gevoel dat het stofje in je hersenen je beloningscentrum geeft?

Niet eens zolang geleden kon ik in het bos lopen en een mooie boom zien. Die nam ik waar, vertraagde het tempo en soms stopte ik eventjes. Ik keek, genoot en dan vervolgde ik mijn wandeling. De hond had in alle rust zijn behoefte gedaan.

Ik wandel nog steeds graag in het bos en ik kijk met dezelfde verwondering naar de natuur. Vandaag zag ik een enorme tuinslang met een diameter van ruim 40 centimeter. Allerlei geestige invallen schoten door mijn hoofd, maar de vooral de priemende gedachte om er gelijk een foto van te maken, En om die foto dan te voorzien van een geestig commentaar. Te plaatsen op Facebook, Instagram en Twitter. De foto is gemaakt. De hond kijkt mij al aan met vragende ogen; gaan we nog verder baas?

Nu buig ik mijn hoofd over de tekst. “Door de enorme droogte is Staatsbosbeheer begonnen met een irrigatie systeem aan te leggen in de Nederlandse bossen.”

Ik ben er even bij gaan zitten om mijn foto te plaatsen met de briljante ingeving. Ik gniffel op voorhand al van de reacties en de likes. Vaak komen die direct na plaatsing al binnen. Alsof mijn vrienden en volgers met de telefoon in de hand zitten te wachten op een leuke en frisse ingeving van mij. De hond is gaan liggen en de ogen gaan langzaam dicht.

Als alles is geplaatst en gecheckt, er uitziet zoals bedoeld, ga ik verder met de wandeling.

“Piep”, klinkt uit het platte kastje dat ik nog in de hand had. De hond was net opgestaan en kwispelde enthousiast voor de nieuwe wandeling.

Goh, wat leuk, schiet er door mijn hoofd als een kennis van een collega de foto heeft geliked. Ik stop, na alle kanalen te hebben gecheckt, de telefoon in mijn kontzak. De volgende Piep laat niet lang op zich wachten. Wandelen en kijken gaat net zomin samen als op de fiets appen. Daar komt een verbod op per 1 juli. Wanneer volgt er een verbod voor wandelen? Dat mensen weer rechtop lopen, we zijn toch niet voor niets geëvolueerd?

De natuur gaat de rest van de wandeling aan mij voorbij.

Als er geen smartphone bestond, had ik dan een foto gemaakt? Er vanuit gaande dat ik altijd een camera mee nam voor zomaar een wandeling. Had ik dan de foto thuis op de computer gezet en voorzien van de voorbijgaande gedachte die mij het eerst te binnen schoot toen ik die enorme slang uitgerold in het bos zag liggen? Thuis was die gedachte al verschrompeld tot een flauwe opmerking die ook mij niet meer prikkelde. Laat staan dat ik nog de moeite ging nemen om het op te schrijven.

Waarom doe ik het nu wel? Om niet achter te blijven, om gezien en opgemerkt te worden? Of doe ik het toch vooral voor het stofje dat mij voor even een prettig gevoel geeft? De beloning die dit blog mij nu ook oplevert omdat je het misschien wel leest via sociale media.

Martin Hartog werkt als bemoeizorger bij Tactus.

Lees meer »

Het Waterpotje

Genietend van het mooie weer, denk ik aan water. Zo vanzelfsprekend als water is, is er niets anders. Als de nutsbedrijven gaan afsluiten bij cliënten, betreft het meestal gas en elektra. Water volgt daar achteraan, maar soms kan ik dat net voor zijn als ik op tijd een melding krijg met zorg op dit vlak.

Hoe anders is dat in de kleine woning aan de rand van een nog kleiner gehucht. Hier woont Gijs, een man op leeftijd die altijd als boerenman heeft gewerkt. “Kapot gewerkt”, zoals hij het zelf noemt waardoor alle gewrichten een beetje op slot zijn gaan zitten. De rug heeft de zwaarste lasten voor zijn kiezen gekregen. Afgekeurd waardoor er meer tijd ontstond die drinkend werd doorgebracht.

Terug naar het water. Ik werd gebeld door een ambtenaar van een naburige gemeente waar het gehucht van Gijs onder viel. Hij zei dat hij `alles’ had geregeld voor Gijs bij de stadsbank. Maar het drinken gaf wat zorg, dus deze ambtenaar vroeg of ik af en toe even bij Gijs langs kon gaan. Gijs wilde dat wel, maar verder had Gijs geen hulpvraag en uit het verhaal begreep ik dat Gijs al helemaal niet naar de grote stad zou komen om zich voor welke vorm van hulp ook aan te melden.

Op het platteland is er toch een ander idee bij `alles’ goed geregeld. Gijs had geen water. Hij beschikte wel over leidingen en kranen , maar er kwam niets uit. Gijs wist het ook niet, want hij zei dat de Stadsbank `alles’ betaalde. Dus belde ik het waterleidingbedrijf om eens te vragen waarom er hier geen water uit de kraan kwam. Het bange vermoeden werd waar; er was een achterstand. Niet van maanden, maar van jaren. Daar kwam bij dat Gijs volgens de meterstanden enorme hoeveelheden water zou hebben gebruikt. Dag en nacht het gazon besproeien, uren douchen en heel veel water drinken om maar geen kater te krijgen.

Het achtertuintje had de grootte van een postzegel. De klimop groeide tierig. Het voortuintje was grotendeels grind, maar een waterstroom had hier nooit door heen gelopen. Ik keek Gijs tijdens het telefoongesprek eens aan: Gijs leek mij niet de man die dagelijks douchte. Nu zei hij wekelijks naar het zwembad te gaan en daar te douchen. Ik heb maar niet doorgevraagd in welk zwembad hij zich ter water begaf.

De rekening was ruim 5000 euro Het leek mij direct al onwaarschijnlijk. “De termijn om hier tegen in beroep te gaan is verstreken,” zei de dame streng. “Een lekkende wc kost liters water per dag meneer.” Gelukkig was er de Stadsbank. Gijs was hier al jaren bekend. De redder in nood. Ik legde het verhaal uit aan een medewerkster die de hele dag werd lastig gevallen met afsluitingen. Ze keek mee in de computer. “Nou zeg”, riep ze ietwat gekscherend. “In het waterpotje van meneer zit ruim € 5000,- “ Ik wil niet zeggen dat de Stadsbank prutswerk aflevert. Ik heb ook goede ervaringen. Maar dit rijkelijk gevulde waterpotje blijft voor mij symbool staan voor een Stadsbank die Bank is geworden en de klant een nummer.

Inmiddels heeft Gijs al jaren weer water. Maar als iemand mij zegt dat `alles’ goed is geregeld, draai ik voor de zekerheid even aan de kraan.

Martin Hartog werkt als bemoeizorger bij Tactus.

Martin Hartog foto

Lees meer »

Free the spirit!

In mijn werk als geestelijk verzorger richt ik mij binnen Tactus vooral op het thema spiritualiteit en verslaving. Beiden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zonder spirit geen leven en spiritualiën bieden alleen maar even respijt (en zelfs dat vaak al lang niet meer).

Spiritualiteit beschouw ik als dat wat de mens ten diepste beweegt, wat hem of haar in gang zet, betekenis geeft, inspireert en als voedsel voor de ziel is. Ieder mens is spiritueel, maar niet iedereen is zich daar even bewust van. Wanneer je verslaafd bent is het ‘voedsel voor de ziel’ vaak ver te zoeken. Je bent letterlijk slaaf van het middel geworden en het hele leven draait alleen nog maar daarom. Dat is de dood in de pot voor spiritualiteit. Bij het herstellen van verslaving kan de zoektocht naar spiritualiteit die bij jou als mens past veel betekenen.

Bijvoorbeeld  het zoeken naar nieuwe inspiratiebronnen, je verbinden met je eigen kracht en je leven opnieuw betekenis geven. Dat is beslist geen zweverig gedoe, maar hard werken! Want het betekent afscheid nemen van het negatieve zelfbeeld en de kortdurende behoeftebevrediging en jezelf trainen in het vergroten van je draagkracht door in spiritueel opzicht te ontwikkelen en te groeien. (Opnieuw) verbinding te zoeken met je naasten, te zoeken naar wat voor jou houvast biedt, wat belangrijke waarden voor jou zijn en hoe je dit in de praktijk wilt brengen, onbekende paden gaan en daarmee je perspectief vergroten. En jezelf daarmee de ruimte geven om te groeien als mens, je geest vrij te laten en te worden wie je bent. 

Zo had ik een cliënt die elke dag een fiks aantal kilometers ging fietsen, zonder vooraf geplande route. Hij herstelde fysiek, genoot van wat hij onderweg zag en leerde weer en wind te waarderen. Of een andere cliënt die voor het eerst een kerkdienst bijwoonde ook al was hij atheïst en zich verwonderde over de rust en bezieling die het hem gaf. Iemand die intensief yoga ging beoefenen en beter contact kreeg met zijn lichaam en geest. Een ander die tijdens de cursus Schrijfzin op zoek ging naar haar innerlijke rijkdom en verhalen ging schrijven die ze zelf ook illustreerde en daarmee haar vroegere creativiteit hervond. Of de vrijwilliger, voormalig cliënt, die bij het woord spiritualiteit in eerste instantie de kriebels kreeg, maar nu enthousiast in themagroepen meedraait en zijn eigen ervaringen als verslaafde van betekenis laat zijn voor anderen.

Zeker, de verslaving trekt soms nog steeds en blijft een valkuil. Maar inmiddels is er dan heel wat meer goede grond om die kuil op een zinvolle manier te vullen. Weg met de spirituele armoede! Free the spirit!

Cisca Terlouw is geestelijk verzorger bij Tactus
Cisca Terlouw

Lees meer »

De weigeraar

“Hè getverdemme Lolle, nou moet je ophouden met je negatieve gedrag. #theamsterdamproject”, lees ik op Twitter. Het is niet de enige twitteraar die zich groen en geel ergert aan deze Amsterdamse zwerver die meedoet in het programma The Amsterdam Project van RTL. “Krijg Tandjes”, zegt Lolle keer op keer. Het is zijn manier om te schelden. Ondankbaar, zo wordt deze man ervaren. Krijgt hij de mogelijkheid van een kamer, wijst hij hem resoluut af omdat hij er niet mag roken. “Ik rook”, is zijn verklaring.
Als bemoeizorgcliënten allemaal dankbare mensen met gemiddeld gedrag waren, was ik niet nodig om ze toe te leiden naar zorg. Dan hadden ze die eigenhandig wel gevonden en er gebleven.  

“Lolle mag nu wel weer even normaal doen en zich als een volwassene gedragen. #theamsterdamproject “ Is dit onwil, dit afzetten tegen de burgermaatschappij? Of kan Lolle het niet? Daar zit ook één van de vele uitdagingen waar ik als bemoeizorger mee aan de slag ga. Hoe? Door mee te lopen met de cliënt, door mij in te leven in zijn wereld en door open te staan voor zijn denkwijze. 

Geen sinecure. Ik herinner mij een avond op de spoedeisende hulp in het ziekenhuis met Willem, een bejaarde man, zeven jaar zwervend en gebruik makend van een  scootmobiel. Ik had al mijn overtuigingskracht gebruikt om hem hier te krijgen. De hele dag had hij enorme pijn in zijn benen door dichtgeslibde aderen. Zijn been zag er afschuwelijk uit. 
Het lange wachten putte Willem uit. Eerst een onderzoek door de huisarts van de post. Vervolgens werd besloten dat er een specialist bij moest komen. Willem mocht op bed gaan liggen en toen de specialist kwam, lag Willem te slapen. De situatie was zo zorgelijk dat hij opgenomen moest worden. In Almelo was geen plek. Willem zou naar Hengelo moeten. “Geen nood”, zei de specialist, “u wordt er met een ambulance gebracht.” 

“Ik ga niet weg uit Almelo”, zei Willem van achter uit zijn keel. ”Ik ben hier geboren en hier ga ik dood”. De doodsangst sidderde door in zijn stem. De specialist keek mij niet begrijpend aan, dacht het goed geregeld te hebben en had deze reactie nooit verwacht. Er was hier geen plek en er kwam geen plek. Willem kon alleen elders opgenomen worden. Ik liep even mee naar een ander kamertje voor overleg. Terug na enkele minuten vond ik een leeg bed. Ik liep de behandelkamer uit en bij de receptie vroeg ik of zij de oude man hadden gezien. “Ja”, zei de dame achter de balie, “die is net kruipend via de schuifdeur naar buiten gegaan”. 

Vijftien meter voorbij de deur  lag hij tegen de muur van het ziekenhuis. De gure novemberwind brulde om de gebouwen heen. Ik had vooraf de afspraak met Willem gemaakt dat ik hem hier zou brengen en dat ik hem niet onverrichte zake mee terug zou nemen. Daar herinnerde ik hem aan. Hij bleef volhardend in zijn keuze. Hij ging niet naar Hengelo. Ook niet als ik hem zelf zou brengen. Hij bleef hier wel op straat.

Dus reed ik even later van het parkeerterrein af met Willem naast mij. Op weg naar de nachtopvang. Een bed in een rij van zeven voor de zoveelste pijnlijke nacht.

Martin Hartog is bemoeizorger bij Tactus
Martin Hartog foto

Lees meer »

Interview Ruud Rutten: visie op een gezonde GGZ

Als teamleider zorg en gz-psycholoog io specialist is blogger Gerben Beldman werkzaam in de GGZ. Geboeid en gefascineerd door hoe het hedendaagse GGZ-systeem werkt, begon hij zijn blog 'Een gezonde GGZ'. Op zoek naar antwoorden op de vraag: hoe kan het beter? Hij maakt nu een serie van gesprekken met bestuurders uit de GGZ. Hier het interview met onze bestuurder Ruud Rutten.

Lees meer »

Achter de voordeur (3)

Ans zat weer op de bank. Frits werd verwarder en de situatie groeide hem boven het hoofd. De huisarts kwam, maar greep niet in. Een bemoeizorger moet soms praten als brugman, maar al mijn motiverende gesprekstechnieken ten spijt: de huisarts handelde niet. Ik nam collega's mee en zij vonden ook dat ingrijpen noodzakelijk was. De psychiater kwam om te beoordelen of een Rechterlijke Machtiging deze mensen van de bank kon krijgen. Voordat de rechter zou komen, kwam er een advocaat langs die Ans en Frits zou bijstaan. Hij was gestuurd omdat hij `s morgens toch langs dit dorp kwam op weg naar zijn kantoor in de stad. Morgen zou hij er niet bij zijn, maar er zou een collega komen. De advocaat heeft het gesprek staande gehouden. In luttele minuten wist hij van de hoed en de rand en vertrok met snelle tred.

Er was een huurachterstand ontstaan en omdat ik er van overtuigd was dat Ans en Frits hier niet konden blijven, werkte ik nauw samen met de verhuurder. Hij werkte toe naar een ontruiming, maar wel op het moment dat paste bij het hele hulpverleningstraject. Op de dag van de RM-beoordeling zou ook de ontruiming plaats gaan vinden. Letterlijk op straat zetten van Frits en Ans was geen optie. Ik wilde dit, de eerste zwervers in dit dorp, ook niet op mijn geweten hebben. Het moest naadloos in elkaar overgaan. Druk geregel vooraf, terwijl de situatie in de bedompte, zeg maar stinkende bovenwoning alleen maar verslechterde. Ondertussen bestookte ik de huisarts met mijn hulpkreten. Ans zat en ik kreeg haar niet meer van de bank. 

Op de ochtend des oordeels, een stralende dag, had ik mijn draaiboek klaar. Beneden aan de voordeur verscheen een jongedame die zei de advocaat te zijn. `Oh, oh`, dacht ik. `Jij moet met dat glimmende jurkje die woning in`. Ze vertelde mij dat ze gisteravond van alles had uitgezocht over de rechten van mensen voor wie een RM was aangevraagd. De voordeur bleef met al haar kennis dicht. Ik ging via de gebruikelijke weg naar het platje boven en liet de advocate en de gearriveerde politie binnen.

Voor Ans had ik een plek in Apeldoorn gevonden. Frits zou met de halfbakken diagnose `Korsakov` naar Zwolle kunnen. Twee ambulances verschenen. Vier man sterk die naar boven kwamen. Tot slot kwam de rijdende rechter met griffier. Het bonte gezelschap kwam boven en keek rond alsof ze in een andere werkelijkheid waren terechtgekomen. Hier raakten twee werelden elkaar die ik had samengebracht met één doel: hulp.

De rechter gaf het woord aan de parmantige advocaat. Ze sprak opgetogen over haar gisteravond opgedane google-wijsheid en de rechter knikte bedachtzaam. Helaas bekrachtigde hij de RM niet. Ans kon blijven zitten en Frits, die wel in de gaten had dat ik hem er in geluisd had, ontging de essentie van de rechterlijke uitspraak. Frits had gelijk, want ik was diegene die aan de bel had getrokken.

Geen RM. Maar wel een ontruiming over een uur. Deze mensen moesten de woning uit. De rechter en zijn gevolg verlieten snel de woning, happend naar lucht. De ambulancebroeders vulden de woonkamer. Zij vonden ook dat deze mensen hier weg moesten. Geen RM betekende voor Ans dat zij niet terecht kon in Apeldoorn. Frits mocht zonder RM wel worden opgenomen op de Korsakov afdeling. "Je moet, Frits", zei ik. Hij pikte het. 
Ans moest naar het ziekenhuis. Gelukkig was er een ambulanceverpleegkundige die zich er in vast beet om dit ook voor elkaar te krijgen. Ze had hiervoor de huisarts nodig die weinig coöperatief was. 

De volhouder won. Vier uur later kon Ans op de brancard gelegd worden; ze kon niet meer zelf opstaan. Ze kon naar het ziekenhuis. Daarna Frits die dacht: `Ik moet.`
Mijn draaiboek was bijna afgewerkt. Alleen de kat moest nog naar een andere plek toe. De dierenambulancemedewerksters hadden ruim een uur nodig om het dier te pakken. 

En? Ans herstelde goed en na een hele lange herstelperiode elders woont ze weer zelfstandig in het rustieke dorp. In een schone woning en zit ze op een nieuwe bank. Frits? Hij is alles vergeten en woont beschermd. Van de kat heb ik nooit meer iets gehoord.

(Wordt niet meer vervolgd)

Martin Hartog werkt als bemoeizorger bij Tactus.

Martin Hartog foto

Lees meer »

Ommekeer

Mijn eerste bezoek aan Gerrit, een winterse ochtend eind december, staat mij nog helder voor ogen. De melding ging over overlast in de voorbije zomer door mannen die luidruchtig bier dronken in de voortuin van deze woning aan de Boonstraat. Ik had deze melding net binnen gekregen van de woningbouw.

Ik kwam aangelopen door een langzaam wit wordende straat en zag onder de witte sneeuwlaag een stapel tuinstoelen in de voortuin staan. Ik dacht: het is wel even gedaan met de overlast. Toch maar aangebeld. Een lange statige man deed open.

“Gerrit”, zei hij. Ik vertelde wie ik was en waarvoor ik bij hem aan de deur stond. Ik was welkom en werd zonder vragen binnengelaten. Het gesprek ging gelijk over de overlast. Maar het was niet Gerrit die hiervoor zorgde en ook niet de kameraden. Het verhaal stak anders in elkaar: het waren vooral de buren van nummer 67. En een beetje de buren van nummer 63.

Ik herinner mij nog goed dat de woonkamer van Gerrit binnen het uur gevuld was met tien man, die bevestigde dat de overlast in de Boonstraat toch vooral aan de buren met de koopwoning lag. Tien man die zich te goed deden aan bier op deze ijzige ochtend.

Gerrit dronk en dat gaf hij ruiterlijk toe. De lichamelijke gevolgen van jarenlang drinken waren merkbaar. Zijn benen, de wondjes op de voeten. Hij vond het vanaf het begin goed en fijn dat ik mij had gemeld bij hem om te helpen. Hulp bij de post en administratie. Toch vond ik het bijzonder dat Gerrit, gezien de leefstijl, zijn financiën piekfijn op orde had. Geen schuld en alles geregeld via de Stadsbank. Ik keek mee, maar het was niet veel werk.

A
l snel moest er wel gewerkt worden. Gerrit ging in januari naar het ziekenhuis om de strijd met de diabetesvoet aan te gaan. Die strijd kostte uiteindelijk een voet en later zijn onderbeen. De andere voet bleef ook niet gespaard van wondjes. Dit was allemaal een gevolg van de suikerziekte die voortkwam uit schade aan de alvleesklier. 

De drank ging in de ijskast. Gerrit stopte en hij heeft  ervaren dat een leven zonder alcohol ook een heel plezierig leven kan zijn. Met het drinken was er ook nooit geld. Nu hield hij geld over.

G
errit heeft de realiteit recht in de ogen gekeken. Hij had er zelf voor gezorgd dat zijn lichaam kapot was gegaan. Hij gaf niemand anders de schuld. Wel zei Gerrit dat als hij had geweten wat de gevolgen van drankmisbruik waren hij er nooit aan was begonnen. 

Gerrit kreeg te maken met nog veel meer narigheid en tegenslag. De tumor in zijn longen die uit het niets leek te komen. Het overlijden van zijn ouders. En het voortdurende lichamelijke ongemak. 

Omdat Gerrit brak met zijn leven als alcoholist in de Boonstraat, zei hij zijn woning vaarwel en ging op zoek naar een nieuwe woning. De woningbouw, de politie, iedereen wilde Gerrit de kans geven. Die kans kwam er en hij pakte die met beide handen aan. Hij was vanaf het begin erg blij en tevreden met zijn woning op de bovenste etage van een modern appartementencomplex. We kwamen kijken voor een andere woning, maar hij was de avond er voor zelf al wezen kijken en had gezien dat deze woning ook leeg stond. “Daar wil ik wonen”, zei hij vol overtuiging.

De mevrouw van de woningbouw die de overlast had gemeld, zei later: “Als bewoner is Gerrit  niet altijd top geweest maar wel geworden. Hij is een voorbeeld voor velen, je kunt erg diep gaan maar er ook weer bovenop komen”.

Martin Hartog is bemoeizorger bij Tactus.

Martin Hartog foto

Lees meer »

Achter de voordeur

Wijkagent Wilma laat mij kennis maken met een stel van middelbare leeftijd. Frits en Ans wonen tien jaar samen in een bovenwoning in een kleine plattelandsgemeente. Ze leven geïsoleerd van alles en iedereen. Frits komt nog buiten voor het hoognodige: drank. 

Frits en Ans bekostigen hun levensonderhoud van de maandelijkse toelage die de bewindvoerder van Ans overmaakt. Dit geld is alleen voor Ans bedoeld, want Frits woont illegaal in bij Ans. Hij heeft geen inkomen, geen adres. Alleen Ans.

De eerste ontmoeting is moeizaam. Ik ben welkom, maar daar is het ook gelijk mee gezegd. Ze zitten niet te wachten op pottenkijkers, laat staan als die ook nog hulp aanbiedt. Ik blijf komen, zij blijven drinken, maar bagatelliseren hun gebruik. “We eten gezond en we gaan ook zeker opruimen”, zegt Frits op kritische vragen van mij. De eettafel is van onder helemaal volgepakt met afvalzakken. Om hun schoonmaakwoede te accentueren staat het aanrecht vol met chloorflessen en zo af en toe ruikt het zelfs naar chloor. Desondanks overheerst de kattenurine. Doordringend tot in elke vezel. Ik leer dat fleecetruien deze penetrante geur het meest absorberen en dat het wassen de geur niet uit de vezels krijgt. Het beste is een bezoek op een warme zomerdag, of ik laat zoveel mogelijk kledingstukken in de auto achter voordat ik mij meld bij de voordeur.

Die voordeur gaat steeds moeilijker open. Ze zijn er altijd. Er wordt soms even uit het raam gekeken door Frits, maar dan blijft de boel dicht. Soms komt hij naar beneden om te vertellen dat ze op het punt staan om weg te gaan. Ik zeg maar kort te blijven, maar Frits is standvastig. Zo breekt er een periode aan dat ik niet meer binnen kom. De wijkagent Wilma blijft komen; het uniform is dwingend en Frits staat het bezoek dan schoorvoetend toe in een woning die smeriger en smeriger wordt. De kat plast door en de chloorflessen raken op. Wilma gaat zich meer en meer zorgen maken over het welzijn van vooral Ans. Ze vraagt of ik toch weer mee wil. Wilma vertelt dat het geld op is en dat er daardoor een crisis is ontstaan.

Ik schrik van de vervuiling die inmiddels ook de gehele zithoek in zijn greep heeft gekregen. Ans zit nog steeds op dezelfde bank, met haar voeten op de vuilniszakken. Frits zit op de andere bank, ook hij heeft bar weinig beenruimte. Ik kan op de zwarte hoge stoel bij het raam zitten. Gelukkig staat het raam op een kier, want de lucht is tergend voor de luchtwegen. Wilma blijft staan, tussen de vuilnis. De stroom en het gas is afgesloten. Water doet het nog al is het aanrecht zo vol gepakt dat de kraan wil zeggen: ik ben machteloos.

In de kamer staat een barbecue. Een klein model, ik zou haast zeggen een kamermodel, al past barbecueën niet in een volgepakte kamer. De kippenpoten liggen er druipend van het vet op koud te worden. Er komt geen maandelijkse toelage meer. Ze leven van niets. Ze hebben al dagen niet gegeten, maar zo te merken is er wel drank. 

Door de benarde situatie - ze weten het niet meer - mag ik helpen. Ik ga zoeken naar bankafschriften waarop duidelijk te zien is dat het geld op is en dat er al weken geen geld meer op de rekening is gestort. Ik bel de bewindvoerder. Ach, de jongedame had nog wel zo’n goed advies gegeven aan Ans. Het vermogen waar de toelage van werd betaald is op, helemaal op. Voor die tijd had ze al een keer doorgegeven dat de bodem in zicht was. Ze gaf het advies om een bijstandsuitkering aan te gaan vragen. Ans en Frits deden niets en bleven zitten waar ze zaten, in een verstikkende woning in een mooi Twents dorp. De bewindvoerder had haar werk wel afgemaakt. Ze had de rechtbank verzocht om de bewindvoering te beëindigen omdat er geen geld meer was om over te `bewinden`. Hier is door de rechter mee akkoord gegaan en daar kan ik mij tot op de dag van vandaag nog vreselijk over `opwinden’. Frits en Ans werden aan hun lot overgelaten. De bewindvoerder wist hoe ze hen achterliet. (Wordt vervolgd)

Martin Hartog is bemoeizorger bij Tactus

Martin Hartog foto

Lees meer »

Achter de voordeur (2)

Hoe lang was het niet geleden dat Ans buiten was geweest? Die laatste keer kon ze zich nog wel herinneren. Ze was mee naar beneden gelopen om haar moeder uit te zwaaien, een hoogbejaarde dame die sindsdien gekluisterd zit op een kamer in een verzorgingshuis in een dorp op twintig minuten rijden.

Ans en Frits moesten naar het werkplein in Almelo voor de aanvraag van de uitkering. Ans moest ook mee en dat betekende dat ze naar buiten moest. In de auto, Ans naast mij, kreeg de sfeer een hoog schoolreisjesgehalte. Ze keken hun ogen uit en verbaasden zich dat er zoveel was bij gebouwd in de afgelopen tien jaar. De afspraak verliep goed. De uitkering zou er komen. 

Om in de tussentijd het stel niet te laten uithongeren, deed ik boodschappen met Frits. Bij het bier ontstond altijd even de discussie of er toch een blikje mee kon. “Nee Frits, bier kopen is echt uit den boze als Tactus de boodschappen voorschiet”, zei ik dan. Blijer ging hij er van niet kijken. Gelaten sjokte hij verder de Aldi door.

De uitkering kwam er. Opruimen ging minder voorspoedig. Heel directief heb ik Frits aan het werk gezet om in ieder geval de vuilniszakken uit het zitgedeelte naar beneden te brengen en in mijn auto te deponeren. Zo kwam er weer beenruimte in de kamer. Frits vond het een zinloze actie. De vuilniszakken onder de eettafel bleef een no go area. De kat had er zijn domein en één keer kreeg ik zo`n uithaal dat ik het wel uit mijn hoofd liet om ook nog maar iets te veranderen onder deze tafel. 

De situatie bleef onhoudbaar en onleefbaar, maar Ans en Frits sleten hun dagen zonder te klagen. Er was een tijd geen stroom, dus leefden ze met kaarsjes, de al genoemde barbecue en kou. Ik kwam met grote regelmaat langs en ik was er van overtuigd geraakt dat ik hen niet hielp met inkomsten, schuldenregeling en een opgeruimd huis. Deze mensen hadden meer nodig, intensieve zorg nodig. Alleen zagen ze het zelf niet in. Ze kónden het zelf niet meer zien, ze waren te verslaafd. Mogelijk was er sprake van cognitieve schade door het drinken.

Ik ben niet diegene die mensen een Korsakov-sticker op het voorhoofd plakt, maar in die hoek zocht ik het zeker voor wat betreft de toestand van Frits. Dus op een dag nam ik een psycholoog mee. Frits viel bij de gerichte vragen direct door de mand. Frits zei hoegenaamd geen probleem te hebben, maar hij bleef op flink wat vragen het antwoord schuldig. Ans vulde het aan. En hoewel de psycholoog bleef zeggen dat Frits het antwoord zelf moest geven, kon ze het niet laten. Frits keek elke avond naar Hier en Nu. En Lubbers vond hij maar niks als premier.

Het binnenkomen bleef elke keer weer een uitdaging. Soms ging de benedendeur niet open. Ik ging dan via de schoonheidssalon om de hoek naar het dak. Via het dak van andere winkelpanden kwam ik bij het platte dak van Frits en Ans. Ik moest nog wel de schutting over om bij de voordeur uit te komen. Eenmaal daar, gaf ik niet op en uiteindelijk ging de deur open.

Tot die keer dat Frits niet thuis was en ik op bovengenoemde manier bij de voordeur was aangekomen. Ik zag Ans op de bank aan het andere eind van de kamer zitten. Ze hoorde mij, ze zwaaide, ik zwaaide. Ik maakte met handgebaren duidelijk dat ze open moest doen. Ans bleef zitten en schudde met haar hoofd. `Ze kan niet meer opstaan’, dacht ik. Opeens liet ze zich van de bank glijden en op handen en voeten kroop ze naar de voordeur. Ze kon niet meer lopen. De kracht was weg. Ze was niet gekleed van onderen. Ook dit kreeg ze niet meer voor elkaar.

Frits zei, toen hij thuis kwam en ik hem confronteerde met het niet meer kunnen lopen van Ans, dat het niet goed ging met Ans. Hij was helderder dan de afgelopen tijd. De ernst van de situatie leek tot hem te zijn doorgedrongen en hem te raken. Ik zette hen voor het blok. Ze moesten alle hulp accepteren. De eerste stap was de huisarts informeren en vragen of hij direct wilde komen. Ans was zo verzwakt dat ze dringend medische zorg nodig had. Frits was totaal onmachtig om deze zorg te geven.

(Wordt vervolgd)

Martin Hartog is bemoeizorger bij Tactus

Martin Hartog foto

Lees meer »

Actie IkPas van start

Tactus was gisteren aanwezig bij de aftrap van de IkPas actie bij GGD IJsselland in Zwolle. Wethouder Ed Anker opende met een openingswoord waar hij vertelde hoe gewoon het is in de dagelijkse maatschappij dat we alcohol drinken.

Lees meer »

Heineken verdraait de boel in video over alcoholgebruik

Het biermerk stelde de mannen in de video een andere vraag dan die in de commercial te zien is.

Lees meer »

Contact

Zoekt u hulp, heeft u een vraag of wilt u graag een vrijblijvend gesprek? Aarzel niet en bel. 

  • 088 382 28 87* - algemeen & aanmelden

Voor algemene vragen kunt u ook het contactformulier invullen.

Voor iedereen die te maken heeft met verslaving in zijn/haar omgeving en behoefte heeft aan een luisterend oor Intact Herstel en Zelfhulp (onderdeel van Tactus)

Direct digitaal aanmelden vo...

Lees meer »